Mannen: voorkom spijt op je sterfbed

Een kleine 30 procent van de mannen krijgt een midlifecrisis. In zijn boek Wake-up call voor mannen roept Jan Dijkgraaf op die crisis voor te zijn: vastgroeien in het bierlichaam of nog net op tijd gaan veranderen?

Foto Hollandse Hoogte

‘Het zit op de bank en het zapt’, schreef Yvonne Kroonenberg al in 1997. De boekjes waren niet aan te slepen, want nu werd eindelijk eens niet de dommige vrouw voor schut gezet, maar de aartsluie, ingekakte man in huis. En wij, mannen, lieten ons de grappen daarover gewoon aanleunen. Niet omdat we het eens waren met de humoristisch beschreven kritiek, maar vooral omdat we geen zin hadden in urenlange discussies over onze rol in het gezin, in de relatie, in de maatschappij, op aarde.

Nou ja, geen zin in... we hadden er geen tijd voor. We zaten namelijk op de bank. Te zappen. En als we überhaupt iets zeiden dat lichtjes raakte aan het ‘zingevingsvraagstuk’, dan was het dat we niet van plan waren later, als we oud waren, achter de spreekwoordelijke geraniums te belanden.

En laat dat nou precies zijn waar de Nederlandse man juist wel zit. Zodra ‘de buit binnen is’ (lees: de partner), ‘het gezin compleet’ (lees: 2,1 kinderen) en het ontegenzeggelijk ‘huisje, boompje, beestje’ is geworden, bij voorkeur met een ‘vast dienstverband’ (lees: schijnzekerheid) begint het grote inkakken. Daar hoef je geen midlifecrisis voor te krijgen, daar hoef je geen 40 voor te zijn, dat overkomt je gewoon en dat vind je op de een of andere manier ook niet erg. Maar van die groep krijgt dus 30 procent een officiële midlifecrisis, met alles erop en eraan.

En dat is een slechte zaak. Althans, het is geen slechte zaak als je denkt dat je op je sterfbed, in volle tevredenheid en zonder enige vorm van spijt terugkijkt op een leven met een te dikke pens, te weinig lucht, een ingedutte relatie, vage herinneringen aan goede (?) seks, een baan als ‘chef lege dozen’, vakanties naar elk jaar hetzelfde all-inclusive resort aan de Turkse kust en zonder enig idee van wat je in godsnaam met al die jaren van je leven hebt gedaan – behalve uitrollen richting de kist.

Wandelend kasplantje

Zit je iets minder als een wandelend kasplantje in elkaar, dan moet je tijdig ingrijpen. En liever vóór dan na het moment waarop je je realiseert dat de helft van je leven erop zit. Want elke minuut die geweest is, is weg. Al is de mens geneigd tot afwachten en liever op zoek naar (schijn)zekerheid – ik pleit ervoor dat de man zichzelf opnieuw uitvindt. Te beginnen met ‘corpore sano’: een gezond lichaam. Eet je elke dag één dropje meer dan je aan energie nodig hebt, dan kom je een kilo per jaar aan. De meeste mannen eten meer dan één dropje per dag te veel. Dus: afvallen. Afvallen doet pijn, want is afzien van ‘lekkere’ dingen. Weight Watchers, South Beach, calorieën tellen, ga er vooral je goddelijke gang mee, maar je houdt het geen leven lang vol. Mijn ‘Gezond Verstand Dieet’ wel: elke dag een half uur eerder je bed uit en een kwartier heen en een kwartier terug wandelen (buiten álle andere sportieve dingen die je al doet). Dat is, ik geef het toe, een downside. Nog eentje: nooit meer bier. Van niets krijgt de man zo snel zulke grote borsten als van bier.

Seks met al dat spek

Tegenover dat soort ‘opofferingen’ staan dikke plussen: wie gezonder leeft, voelt zich veel prettiger. En onder ‘gezonder’ valt ook het onderwerp seks. Een man die vier keer per week seks heeft, leeft tien jaar langer. Zonder dat dienblad en die borsten onder je onderkin ben je er ook nog beter in dan met al dat spek. Je snapt ook: als jij met je obese lijf werkelijk aan de gang gaat, blijft je vrouw niet achter. En als je nog geen vrouw hebt: dan zien ze je opeens weer staan.

Als het ‘corpore sano’ geregeld is en je weer echte energie krijgt (met je speltbrood), komt de rest aan de beurt. Is dit de vrouw met wie je de rest van je leven wilt doorbrengen? Is eens per maand tien minuten ‘toe maar effe’ in het donker de woeste seks die je tot je laatste adem voor ogen had? Is dit de baan waarvoor je elke dag tien uur lang van huis gaat? Is dit het huis en de omgeving waarin je op je gelukkigst bent? Is die jacht op meer geld de jacht die je bedoelde toen je zei dat je ‘een jager’ was? Zijn dit de tijdsbestedingen waaraan je je wilt wijden? Is wat je tot nu toe gedaan en bereikt hebt dat wat nodig was om straks de in jouw ogen ideale tekst in je rouwadvertentie te krijgen? Is ‘een zesenhalfje met uitschieters naar boven’ het rapportcijfer waarmee je net als vroeger op school genoegen neemt?

Maat 38

Wie zichzelf tijdig dat soort vragen stelt, zet alvast één stap. De volgende is om alle grote problemen die eventuele andere keuzes opleveren, in heel kleine partjes te hakken. En ze het hoofd te gaan bieden. Eén voor één. Niet morgen, maar nu. Maar wordt dan je hele leven op zijn kop gezet? Dat kan. Als je bij ‘is dit de vrouw met wie je de rest van je leven wilt doorbrengen?’ nee antwoordt, kun je meteen gaan scheiden. Je kunt echter ook proberen haar eerst nog de kans te geven zichzelf óók opnieuw uit te vinden. Zij vond maat 38 toch ook een stuk prettiger? Zij wilde toch ook nog een keer drie maanden door Australië en Nieuw-Zeeland trekken? Misschien is zij wel net zo hard aan die wake-up call toe als jij? Dit geldt voor al die vraagstukken: eerst proberen te verbeteren, pas als dat niet lukt de botte bijl erin.

Waarom? Omdat er niets ergers bestaat dan spijt op je sterfbed van de dingen die je niet hebt gedaan. Er is nog nooit iemand teruggekomen om het tegendeel te beweren.