Column

Is het einde van zzp’er als troetelkind nabij?

De zzp’er, vaderlands icoon van zelfstandigheid en ondernemerschap, is geen plus voor de economie. Maar misschien wel een min. De groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel zet zich bij ongewijzigd beleid door, richting 1.000.000, schrijft minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in de Miljoenennota 2015, terwijl dit „niet noodzakelijk welvaartsverhogend is”.

Zwaait de politieke slinger nu de andere kant op en komt er een einde aan de zzp’er als politiek troetelkind?

Het kabinet verdeelt zijn aandacht voor de zzp’ers over diverse departementen. Dijsselbloem gebruikt ‘zijn’ Miljoenennota, Lodewijk Asscher (PvdA) doet ’t in de begroting van Sociale Zaken en Henk Kamp (VVD) in die van Economische Zaken. Lekker handzaam en overzichtelijk, heren.

Het ministerie van Sociale Zaken wint met de beste cijfers. Nu zijn er 800.000 zzp’ers, dat is 1 op de 10 werkenden. Vijftien jaar geleden was dat nog 1 op de 17. De verwachting voor overmorgen: 1 miljoen.

De zzp’er krijgt natuurlijk alle lof vanuit de overheid, maar ondertussen... Allereerst loopt er een interdepartementaal onderzoek naar de positie van de zzp’er op de arbeidsmarkt, zijn inkomens- en vermogenspositie, de fiscale bevoordeling ten opzichte van werknemers en zijn toegang tot het stelsel van sociale voorzieningen en pensioenen. De vraag of er sprake is van schijnzelfstandigheid. waarin de zzp’er eigenlijk een werknemer is die (door zijn werkgever geforceerd) is verzelfstandigd, komt aan bod. Dat laatste is sowieso actueel gezien de ontslagen in de gezondheidszorg. Reken maar dat velen van hen zich als zzp’er weer (willen/moeten) laten inhuren door hun oude werkgever.

Naast deze sociale component is er een ook een economische. Wat dragen de 800.000 zzp’ers bij aan (toekomstige) economische groei? Dat is bitter weinig. Natuurlijk, zzp’ers houden zichzelf gaande en staande en belasten de sociale wetgeving niet met werkloosheidsuitkeringen. Je kunt wel zeggen dat de werkloosheidscijfers daarom onderschat worden. En zzp’ers spelen een cruciale rol in de zogeheten flexibele schil op de arbeidsmarkt, waardoor bedrijven zich sneller kunnen aanpassen aan op- en neergaande omzetten.

Maar de doorsnee-zzp’er mist de ambitie van een doorsnee-entrepreneur om rap te groeien, extern kapitaal aan te boren bij investeerders en om kapitale investeringen te doen in een organisatie, innovatie, verkoop of distributie, een lab of een fabriek. De Miljoenennota citeert onderzoek dat zegt dat zzp’ers vaak zelfstandig zónder personeel willen blijven en maar weinigen van hen zelfstandig mét personeel willen worden. „Dit beperkt de groei van werkgelegenheid en innovatie”, concludeert Dijsselbloem. Een zzp’er is tevreden als zzp’er. Bestemming bereikt.

De keerzijde daarvan blijkt uit cijfers van Economische Zaken. Het aantal ondernemers in Nederland neemt al jaren toe, met dank aan de zzp’ers, en ligt „ruim boven het gemiddelde van de Europese Unie”. Maar het aantal snelle groeiers, dat zijn bedrijven die in drie jaar tijd hun werkgelegenheid met ruim tweederde uitbreiden, ligt in Nederland internationaal juist laag. En daalt.

De neergang schrijft Economische Zaken toe aan de economische malaise. Dat zal zeker een rol spelen, maar deze achterblijvende trend heeft het Innovatieplatform, een denktank uit de jaren-Balkenende, ook al geconstateerd. De gebrekkige ambities in ondernemerschap zijn geen tijdelijk tekort, maar eerder een structureel fenomeen.

Niet alleen de zzp’er is tevreden met zichzelf, ook Nederland zelf is zo wel tevreden.