Iedereen vraagt: wat doet grote vervuiler China?

China heeft de oorlog verklaard aan vervuiling. Maar de leiders deinzen terug voor internationale verdragen.

Gewenste en werkelijke CO2-uitstoot lopen fors uiteen

Miljoenen elektrische scooters scheuren door Chinese metropolen als Shanghai, waar sinds een paar jaar de stinkende tweetaktbrommertjes van de weg worden gehaald. Jongeren kiezen vooral voor de dofzwarte of felrode modellen met lichtgevende purperen of gele velgen, want die zijn behalve ku (cool) ook goedkoop, zo’n 250 euro.

De spectaculaire opmars van de elektrische scooter, van 31.000 in 2007 naar 9,8 miljoen in 2013, is een ministapje in de oplossing van de klimaatcrisis, hoewel de fietser een hoop stank en herrie bespaard blijft. Toch markeren deze en tal van andere groene maatregelen een trendbreuk in het Chinese denken over milieuvervuiling en klimaatverandering.

Behalve dat tweetaktbrommers in steeds meer steden worden verboden, is de straatbarbecue op zijn retour, wordt vuurwerk aan banden gelegd en gaan dit jaar 50.000 verouderde hoogovens en staalfabrieken op slot. Of, om met de China Daily te spreken: China is begonnen aan een „ecologisch beschavingsoffensief” dat vele decennia gaat duren.

Het kon niet uitblijven in een land waar de luchtvervuiling voor apocalyptische beelden en ruim een miljoen vroegtijdige doden per jaar zorgt, waar grond en water bijna onherstelbaar zijn vervuild en regio’s worstelen met lange droogtes of extreme regen.

In de top van de Communistische Partij van China is het inmiddels onomstreden dat China een cruciale rol moet spelen bij het vinden van oplossingen tegen milieuvervuiling en klimaatverandering. Premier Li Keqiang heeft zelfs „de oorlog” verklaard aan milieuvervuiling en laat het ene na het andere onderzoek en actieplan publiceren. Die oorlogsaanzegging deed hij vorig jaar nadat in zes grote steden demonstraties tegen de komst van chemische fabrieken uitliepen op rellen.

Xi wil liever geen schrobbering

China heeft sindsdien tal van projecten opgezet en maatregelen genomen die het begin vormen van het antwoord op de vraag die vaak wordt gesteld op internationale klimaatconferenties: wat doet China? Het land is bepalend voor de vraag of een klimaatcrisis, de opwarming van de aarde met 4 graden Celsius aan het eind van deze eeuw, vermeden kan worden.

Ook op de klimaattop van de Verenigde Naties in New York zal die vraag deze week gesteld worden. Maar president Xi Jinping zal er niet zijn om antwoord te geven, net als zijn Canadese, Duitse, Indiase en Russische collega’s. Xi zag het nut niet in van een politieke show waar geen echte onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag plaatsvinden. Dat gebeurt pas volgend jaar december in Parijs.

Zo blijft Xi een mogelijke schrobbering en veel kritiek bespaard, want gisteren is opnieuw vastgesteld dat snel groeiend en urbaniserend China net zo’n groot deel van het probleem vormt als de VS en Europa. Uit een nieuw rapport van het onderzoeksinstituut Global Carbon Project blijkt dat dit jaar in China de uitstoot van CO2 met 4,5 procent stijgt naar 10,4 miljard ton. Bij ongewijzigd of tekortschietend beleid en een voortdenderende economie stijgt de Chinese uitstoot naar 15 miljard ton in 2025.

Het verweer dat „arm China” per hoofd van de bevolking de atmosfeer minder vervuilt dan, bij wijze van spreken, Oeganda, gaat ook niet meer op. Per Chinees hoofd gaat er dit jaar 7,2 ton CO2 de lucht in en dat is meer dan de 6,8 ton per Europees hoofd. Alleen de Amerikaan blijft koploper.

Niet extra betalen voor energie

Xi’s afwezigheid op de VN-vergadering houdt ook verband met de discussies achter de schermen over de Chinese klimaatstrategie in wording. Over de grote investeringen in zon-, wind- en waterkrachtenergie is er allang consensus: de uitbreiding van de windmolenparken en de waterkrachtcentrales wordt de komende jaren verdrievoudigd. Het aantal kerncentrales wordt verdubbeld naar 36. Alle miljardeninvesteringen in schonere energie ten spijt, zal China voor de opwekking van elektriciteit afhankelijk blijven van kolen, die nu 65,7 procent van de energiemix uitmaken.

Op regionaal en stedelijk niveau verloopt de omschakeling zeer langzaam. Bedrijven en burgers, die gewend zijn aan lage nutsrekeningen, verzetten zich vaak luidruchtig tegen plannen om de rekeningen voor elektra uit nieuwe bronnen te verhogen.

Het plan is om voor 2020 de kolenconsumptie in de drie industriële centra van het land (Beijing-Tianjin-corridor, de Yangtze-delta en de Parelrivier-delta) te verminderen met 30 procent en tegelijkertijd de leverantie van schone elektriciteit te verhogen. Of dat ambitieuze doel wordt bereikt in een periode van afzwakkende groei is hoogst onzeker. Lokale bestuurders missen niet graag hun groeidoelen. Ze werken soms openlijk hun kameraden in de verre hoofdstad tegen.

Het brede verzet van bedrijven, burgers en economische ministeries tegen hogere energierekeningen versterkt de aarzeling van de nationale leiders om het land te binden aan internationale afspraken. Nu al worden binnenlandse doelstellingen niet gehaald. Ook het vaststellen van emissienormen om de experimentele emissiehandelsmarkt te laten functioneren is uitgesteld.

President Xi Jinping is extra voorzichtig omdat zijn land net begonnen is aan de omschakeling van een lagelonenland naar een modernere, mogelijk schonere economie. Hij heeft draagvlak nodig voor tal van binnenlandse hervormingen. En hij wil vooral zelf het tempo van deze hervormingen bepalen, zonder internationale bemoeienis of klimaatverplichtingen die kostbaar kunnen uitpakken voor Chinese bedrijven.

Een list van de Amerikanen

Sommigen in de Communistische Partij vermoeden achter alle ophef over de klimaatcrisis een Amerikaanse list om China onder de duim te houden. Maar president Xi en zijn premier Li behoren niet tot die groep. Eerder lijken zij af te stevenen op een bilaterale klimaatovereenkomst met Amerika, volgens premier Li „nog altijd het land van de grote auto’s, de grote huizen en de grote ijskasten”.

Xi en Li zouden volgens Amerikaanse en Chinese bronnen graag eerst buiten de VN om met de VS afspraken willen maken over niet bindende uitstootnormen, de overdracht van technologie, joint ventures, grensoverschrijdende emissiehandel en gezamenlijke milieu-investeringen. „De vraag is natuurlijk of het Amerikaanse Congres een dergelijke overeenkomst steunt”, zegt de Chinese klimaatexpert He Jiankun, die regelmatig zijn leiders voorhoudt dat zij hun land moeten voorbereiden op milieurampen en schaarste aan water en eten.