Het bubbelt weer op de beurs

De beursgang van het Chinese internetbedrijf Alibaba is een doorslaand succes. Maar gaat het niet een tikkeltje te hard met de beurskoersen?

Vrijdag naar de beurs voor 68 dollar per aandeel, een piek van 99,70 dollar op de eerste handelsdag en vanmorgen stabiel op 90 dollar. Het Chinese internet-handelsbedrijf Alibaba is de ster van Wall Street en, per vanmorgen, 221 miljard dollar (172 miljard euro) waard. De waarde die beleggers aan het bedrijf van de Chinese zakenman Jack Ma toekennen, is daarmee enorm. Zij betalen 52 maal de verwachte bedrijfswinst over 2014 – het driedubbele van wat op Wall Street op dit moment normaal is. En ze tellen voor een aandeel bijna 27 maal meer neer dan wat het op papier eigenlijk waard is – de boekwaarde. De vraag is: waarom? Ontkiemt er een nieuwe tulp op de aandelenbeurzen?

Twee invloeden schragen het succes van de beursgang van Alibaba. Het bedrijf is allereerst een onweerstaanbare combinatie van twee rooskleurige toekomstvisies: internet én China. Wie de hoge beurskoers wil verdedigen, vindt hier de rechtvaardiging. Een aandeel in een onderneming is in wezen het recht op een stroom van toekomstige winsten van die onderneming. En als die winst in de toekomst, jaar na jaar, maar hard genoeg groeit, dan maakt dat de koers van vandaag meer dan goed. Stel dat de winst van Alibaba vanaf nu elk jaar met 40 procent groeit. Dan is die 90 dollar die je vandaag voor een aandeel betaalt slechts tien keer de winst die het bedrijf al in 2019 zal maken. Een koopje!

De tweede invloed op het succes van Alibaba is het huidige klimaat op de aandelenbeurzen. Dat is, met name in de Verenigde Staten, zeer gunstig. De Dow Jones index, de Standard & Poor’s en ook de Britse FTSE zijn hoge pieken van 2000 alweer voorbijgestreefd. Het uiterst soepele rentebeleid van de centrale banken heeft beleggers naar de beurzen gejaagd, want aan rente op veilige beleggingen is weinig meer te verdienen. Begint die zoektocht naar hoge risico’s en hoog rendement gevaarlijk te worden?

Er zijn talloze manieren om te kijken of aandelen over- of ondergewaardeerd zijn, maar er zijn er slechts enkele die zich onttrekken aan de waan van de dag. Volgens de meetmethode van Robert Shiller, de econoom die vorig jaar de Nobelprijs voor de Economie won, is het niveau van aandelen alweer vergelijkbaar met eind 1996. Dat was toen de voormalige Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan de term irrational exuberance (irrationele uitbundigheid) voor het eerst gebruikte om te waarschuwen voor een veel te optimistische stemming op de beurzen.

Volgens de methode van de econoom James Tobin – bekend van de ‘Tobin Tax’ op financiële transacties – is het niveau van de koersen op Wall Street zelfs vergelijkbaar met 1998, toen de internethausse pas goed op gang kwam. De methode Tobin vergelijkt de netto waarde van bedrijven met wat er op de beurs voor die bedrijven wordt betaald. Het is volgens de methode van Tobin op dit moment al goedkoper om een bedrijf, met alles erop en eraan, opnieuw op te bouwen dan het op de beurs te kopen.

Hoe het vanaf 1998 verder ging is bekend: de koersen zouden blijven stijgen, hoger en hoger, tot pas in 2000 het licht uit ging.

De hele gang van zaken voltrok zich volgens het typische zeepbelscenario dat Jean-Paul Rodrigue van de Amerikaanse Hofstra University in 2008 maakte – zie de bovenstaande grafiek. Het slimme geld maakt de hele rit mee, het grote publiek stapt het laatst in. Kijk naar Alibaba: het Japanse Softbank en het Amerikaanse Yahoo zijn aandeelhouders van het eerste uur en nu op papier schatrijk. Het grote publiek mocht afgelopen vrijdag pas meedoen. Koopt het op de piek?

Dat hangt ervan af waar we in Rodrigue’s scenario zitten – en óf we wel te maken hebben met een zeepbelscenario. Want al die peperdure, hippe bedrijven als Google, Facebook, Apple, Amazon en Alibaba maken nu wél gewoon winst.

Misschien gaat het ditmaal dus anders? Ook dat kan een valkuil zijn: hét standaardwerk over de geschiedenis van zeepbellen, geschreven door de Amerikaanse economen Rogoff en Reinhart, heet niet voor niets This Time is Different.