‘Half miljoen Nederlanders heeft last van incontinentie’

Dat meldde Nu.nl afgelopen donderdag

Illustratie Aart-Jan Venema

De aanleiding

Niet iedereen zal het gemerkt hebben, maar het was donderdag Nationale Plasdag. Een dag om stil te staan bij mensen met plasproblemen. Precies op deze Nationale Plasdag verscheen een bericht in de media over hoeveel mensen incontinent zijn. „Meer dan een half miljoen Nederlanders hebben last van incontinentie”, berichtte Nu.nl. „Dit blijkt uit een onderzoek van GfK onder duizend mensen in opdracht van de Continentie Stichting Nederland (CSN).” Ook andere nieuwssites, zoals Telegraaf.nl, maakten melding van het onderzoek. Maar klopt het wel?

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met de Continentie Stichting Nederland, opdrachtgever van het onderzoek. De telefoon wordt opgenomen door John Heesakkers, uroloog aan de Radboud Universiteit. „Ja, wij hebben inderdaad een onderzoek laten uitvoeren ter gelegenheid van de Nationale Plasdag”, zegt Heesakkers. „Maar dat onderzoek ging vooral over problemen bij het plassen.” 1.000 mensen boven de 18 vulden online een enquête in. De vragen gaan met name over wc-gebruik. Zo vindt een meerderheid van de mensen dat het normaal is om vier tot zes keer per dag naar de wc te gaan voor een plasbeurt. 39 procent plast maar liefst zeven tot dertien keer per dag. Op de vraag of zij in het afgelopen jaar last hebben gehad van ongewild urineverlies, antwoordt een kwart dat zij dit af en toe meemaken. Omgerekend naar absolute getallen zou dit neerkomen op vier miljoen Nederlanders.

Toch luidt de kop van het persbericht over dit onderzoek: ‘Half miljoen Nederlanders kampen met incontinentie’. Hoe kan dat?

En, klopt het?

De opsteller van het persbericht, communicatiebureau Porter Novelli, blijkt de resultaten van het onderzoek vermengd te hebben met andere bronnen. Achter de kop ‘Half miljoen Nederlanders kampen met incontinentie’ is een klein sterretje gezet, dat verwijst naar de onderkant van het persbericht waar een linkje staat naar een website, waar weer op te lezen valt dat incontinentie voorkomt bij een kwart tot de helft van alle volwassen vrouwen en zo’n 9 procent van de volwassen mannen.

Journalisten die op basis van het persbericht een artikel schreven, hebben waarschijnlijk over de bronvermelding heengelezen en concludeerden dat uit het nieuw uitgevoerde GfK-onderzoek blijkt dat een half miljoen Nederlanders kampen met incontinentie.

„Dat is dus niet correct”, stelt een woordvoerder van GfK.

Hoe zit het dan wel?

Eerst checken we de cijfers waar het persbericht naar doorverwijst. Mocht het kloppen dat een kwart tot ruim de helft van alle volwassen vrouwen kampt met incontinentie, kom je uit op een getal van ver boven de miljoen mensen. De kop van het persbericht is dus niet in lijn met de bron waar het naar doorverwijst.

Ook John Heesakkers van de Continentie Stichting Nederland zegt dat het getal van een half miljoen mensen met incontinentie niet klopt. Er zijn diverse internationale studies gedaan naar hoe vaak incontinentie voorkomt. Cijfers lopen uiteen van 8 tot 40 procent van de bevolking. Dat ligt vooral aan de definitie die gehanteerd wordt voor incontinentie, zegt Heesakkers. „Als je incontinentie heel strikt neemt, heeft iedereen er last van – iedereen heeft namelijk wel eens urine verloren. De vraag is: hoe vaak gebeurt dat en hoeveel last heb je ervan?”

Als je kijkt naar het aantal mensen dat regelmatig urine verliest, kom je uit op ongeveer 10 tot 15 procent van de bevolking, zegt Heesakkers. Dus zelfs als we uitgaan van de meest conservatieve schatting, namelijk dat 10 procent van de bevolking incontinent is, komen we omgerekend uit op meer dan een miljoen Nederlanders.

Conclusie

Een half miljoen Nederlanders is incontinent, zou blijken uit een onderzoek van GfK. Dat klopt niet. GfK geeft zelf toe dat dit niet uit haar onderzoek blijkt. Uit andere studies blijkt dat minstens 1 miljoen Nederlanders incontinent moeten zijn. De stelling is dus onwaar.