Gymles is meer dan spel, daar is bevoegde leerkracht voor nodig

Gymnastiekles is te vaak sluitpost, terwijl fitte leerlingen beter presteren op school, betogen Anky van Grunsven en José Muijres.

We vinden het allemaal heel gewoon dat leerlingen vanaf de basisschool niet alleen leren rekenen en spellen, maar dat er ook ruimte is voor bewegingsonderwijs. Bewegen is immers gezond en kinderen leren van alles in de gymzaal.

Ze komen er achter hoe het is om samen te werken in teams, oefenen er hun motoriek en leren er omgaan met winnen en verliezen. Ook onze regering ziet het belang in van gym, wat ertoe heeft geleid dat in het regeerakkoord is geregeld dat er middelen worden vrijgemaakt om drie lesuren per week aan gymnastiek te besteden, in plaats van de huidige twee uur. Een mooi streven, maar het is de vraag of extra tijd ook leidt tot extra kwaliteit.

Sinds 2002 is de gymbevoegdheid geen standaardonderdeel meer van het Pabo-diploma. Dit heeft tot gevolg dat veel (jongere) leerkrachten geen gymbevoegdheid meer hebben en scholen dus vaak niet meer beschikken over voldoende leerkrachten die gym mogen geven. Vorig jaar schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs al in een brief naar de Tweede Kamer dat minder dan een derde van de scholen gebruik maakt van ‘echte’ gymleraren. De overige lessen worden grotendeels gegeven door de groepsleerkracht. Die is niet in alle gevallen opgeleid voor bewegingsonderwijs maar mag wel spellessen geven.

Niet iedereen zal erbij stilstaan, maar bewegingsonderwijs is meer dan een spelletje. En daarom moeten deze lessen altijd worden gegeven door iemand met de juiste bevoegdheid. Iemand die goede en gevarieerde lessen kan samenstellen om onze kinderen uit te dagen en ze zo veel mogelijk te leren. Iemand die oog heeft voor de veiligheid bovendien, want ook dat is een belangrijk onderdeel van deze specialiteit.

Daarnaast wordt vaak over het hoofd gezien dat een uur gymles veel meer tijd opslokt. Niet iedere school heeft een gymzaal. Sterker nog: sommige scholen hebben niet eens een sportlokaal in de buurt.

Hierdoor gaat kostbare lestijd verloren met de reis naar het sportcomplex. Soms worden klassen opgehaald en gaat er tijd verloren met het wachten op de bus. Omdat het vaak ook even duurt voordat een hele schoolklas is omgekleed, blijft soms maar weinig van de bestemde tijd over voor het bewegingsonderwijs.

Het is natuurlijk mooi dat er plannen worden gemaakt om jongeren voldoende te laten bewegen. Maar het is ook van belang dat het geen papieren ideeën blijven.

Daarom zou politiek Den Haag meer oog moeten hebben voor de dagelijkse lespraktijk. Dus: niet opschrijven dat er drie uur gegymd moet worden, maar zorgen dat er vakdocenten worden aangenomen en dat scholen deze lessen zorgvuldig plannen. Zodat de meeste tijd wordt geïnvesteerd in het bewegingsonderwijs zelf en niet in de randvoorwaarden.

Of dat de tijd opgaat aan spelletjes op het schoolplein onder toezicht van een goedbedoelende juf of meester. In plaats van de voorgeschreven drie uur, willen wij dat er twee uur wordt besteed aan gym gegeven door leraren die zijn opgeleid om deze lessen te geven.

Wij zien een grote rol voor leraren, schoolbesturen en gemeenten. Samen zouden zij afspraken moeten maken over de manier waarop kinderen de garantie krijgen voor kwalitatief goede gymlessen, op een locatie die niet te ver van de school afligt.

Dat vraagt om een goede organisatie en in sommige gevallen om creatieve oplossingen. Er ligt hier ook een rol voor het ministerie van Onderwijs. Dat moet bijsturen en controleren. En beloftes nakomen dat er middelen worden vrijgemaakt voor bewegingsonderwijs.

Nederland wil graag in alles meedraaien in de top. We willen een hoogwaardige kennissamenleving zijn. Met die ambitie is niets mis. Het heeft echter als consequentie dat de generaties die straks het stokje van ons overnemen optimaal moeten worden voorbereid.

Zij komen sneller tot grote prestaties als ze niet alleen inhoudelijk maar ook fysiek sterk aan de start verschijnen. Dat maakt bewegingsonderwijs tot veel meer dan een spel.