Column

Geen protocollen, maar buurvrouw-plus

Dorpsondersteuner, Gemert-Oost (‘Nieuwsuur’).

Het sterkste item in dit seizoen van Koefnoen (AVROTROS) is een serie sketches over de ouderavond van basisschool de Karrekrak. Met pijn in je buik herken je wat daar gebeurt. Een flegmatieke onderwijzeres met even grijs als praktisch kapsel (Jeremy Baker) probeert de slechts met het lot van hun eigen kind gepreoccupeerde ouders te bewegen om allerlei wegbezuinigde taken over te nemen. De participatiesamenleving struikelt vooralsnog over een gebrek aan altruïsme bij de toch al zwaarbelaste dertigers en veertigers. Bij elke roep om vrijwilligers staren de aanwezigennaar hun schoenen of zoeken besmuikt naar iets in hun tas.

Goed geobserveerd is ook het verhullende jargon waarin onderwijs en zorg zich zo graag wentelen. Ik dacht even dat Nieuwsuur gisteren enkele onbekende acteurs uit Koefnoen had geleend, maar de drie dorpsondersteuners in de wijk Gemert-Oost waren echt, moeten we vrezen. In haar uitnemende verslaggeving van de bizarre ontwikkelingen in de zorg had de redactie na de wenswachtende en de door de belastingdienst opgejaagde zzp’er in de terminale dienstverlening een nieuwe absurditeit opgespoord.

Zoals bekend moeten de gemeenten per 1 januari de organisatie van de jeugdzorg gaan overnemen. Dat kan allemaal een stuk goedkoper. Wethouder Jan Bevers, die namens de Dorpspartij de gemeente Gemert-Bakel bestuurt, is zeer tevreden over de vondst om voortaan amateurs in te schakelen bij de beoordeling van kinderen. Als er een probleem is in een gezin, dan komt voortaan eerst de dorpsondersteuner buurten.

Een van de drie, met opvallend rood geverfde haren en fantasiekousen, ziet zichzelf als een „buurvrouw- plus”. Een parttime activiteitenbegeleidster in het Zorgboogcentrum wil de ouders graag in hun kracht zetten: „Ik werk met mijn onderbuik om het niet-pluis zijn te herkennen.” De enige man van het drietal is eigenlijk account manager in de muziekindustrie.

Er is ook een landelijke commissie die de transitie van de jeugdzorg begeleidt. Voorzitter Leonard Geluk (voormalig CDA-wethouder in Rotterdam) bekende aan Mariëlle Tweebeeke dat het hem zorgen baarde als professionele protocollen werden vervangen door inschattingen vanuit de onderbuik.

Het is wel de consequentie van het ingezette beleid: zorg door mensen die ervoor hebben doorgeleerd om budgettaire redenen overhevelen naar een buurvrouw-plus. Gewone buurvrouwen en andere mantelzorgers hebben dan nog het relatieve voordeel dat ze zich bewust zijn geen beroepskrachten te zijn. De parmantigheid waarmee de drie dorpsondersteuners door de nieuwbouwwijk stiefelen, wekt de indruk dat ze zichzelf misschien wel veel deskundiger vinden dan traditionele professionals. Wat weten die nou helemaal van niet-pluis zijn?

Benieuwd of hier vandaag ook weer Kamervragen over gesteld zullen worden. Hoe dan ook is in deze barre tijden de verslaggeving door Nieuwsuur een lichtend baken. Ik moet niet vergeten het programma zoetjesaan op een lijst van onverwachte kandidaten voor de Zilveren Nipkowschijf te zetten.