Deze mensen zijn de lul

Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel van minister Bussemaker volgt, verdwijnt volgend jaar de basisbeurs voor studenten. Dat zou elk jaar 1 miljard euro opleveren, maar het zadelt volgens tegenstanders „een hele generatie met schulden op”.

De eerstejaars van studiejaar 2015/2016.

Een academische bachelor volgen met een basisbeurs, maar dan alsnog een master moeten betalen met een lening. Het wordt werkelijkheid voor studenten die nu hun universitaire studie zijn begonnen, mocht de Tweede Kamer het wetsvoorstel van minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) voor het nieuwe leenstelsel volgen.

Bussemaker maakte in het voorjaar haar plannen voor de hervorming van de studiefinanciering in het hoger onderwijs bekend. Die plannen stuitten toen al op stevig protest. Gisteren stuurde de minister het wetsvoorstel voor het leenstelsel bijna ongewijzigd naar de Tweede Kamer, en het protest is er nog steeds. Een wetsvoorstel van het kabinet aan de Tweede Kamer gaat altijd vergezeld van een advies van de Raad van State (het hoogste adviescollege van de regering). De Raad somt in zijn advies enkele bezwaren op. De oppositie in de Tweede Kamer en de studentenbonden voelen zich gesteund door die bezwaren.

Angst voor minder studenten

Bedoeling is dat per 1 september 2015 de basisbeurs verdwijnt voor studenten in het hoger onderwijs. Zij zullen moeten lenen voor de kosten van studie en levensonderhoud en mogen dan 35 jaar in plaats van 15 jaar doen over terugbetaling. Die hervorming moet het hele onderwijs structureel, dus elk jaar, 1 miljard euro opleveren.

Het voorstel van de coalitie heeft de steun van D66 en GroenLinks, maar andere oppositiepartijen zijn fel tegen. Ze vinden dat het leenstelsel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs vermindert en jongeren met een schuld opzadelt. ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten spreekt van „beleid dat ambitie bestraft”. Dat is volgens haar „niet alleen dubbel, maar vooral erg dom.”

CDA-Kamerlid Michel Rog: „Het is onbegrijpelijk dat studentenpartijen hier hun fiat aan verlenen.” Hij vreest voor 10.000 tot 20.000 minder studenten in het hoger onderwijs. Rog rekent voor dat uitwonende studenten bij een studieduur van vijf jaar een schuld zullen hebben van zo’n 32.000 euro. „Zo zadelen we een hele generatie op met schulden. De toekomstige middeninkomens zijn nog aan het aflossen als hun eigen kinderen naar school gaan.”

Studentenbonden vrezen dat het hoger onderwijs minder toegankelijk wordt, vooral voor jongeren uit gezinnen met lage inkomens. Veertien jongerenorganisaties willen daarom op 14 november op het Malieveld demonstreren tegen de plannen. „Dit raakt niet alleen toekomstige studenten”, zegt Tom Hoven, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond. „De hele kenniseconomie zal hieronder lijden.”

Falco Carelsz, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, zou voor invoering van het leenstelsel helderheid willen over besteding van het vrijgekomen geld. „We moeten afspraken maken over hoe we de kwaliteit van het hoger onderwijs kunnen verbeteren en over het oplossen van problemen waardoor studenten buiten hun schuld langer moeten studeren.”

Bussemaker: kijk wat er wél is

Bussemaker snapt de protesten, maar wijst erop wat studenten behouden. Zo blijft de overheid 6.500 euro per student per jaar vergoeden. „Verder blijft de ov-kaart behouden, krijgen mbo-studenten ook een ov-kaart, blijft de aanvullende beurs behouden, net als de eenouderbeurs, en krijgen studenten instemmingsrecht.”

De Raad van State zet in zijn advies kanttekeningen bij het wetsvoorstel. „Gegeven de ambitie van de regering om tegelijk de toegang tot het hoger onderwijs te handhaven, een hogere kwaliteit te realiseren en tot de wereldtop te gaan behoren, behoeft de invoering van een leenstelsel evenwel een nadere toelichting”, schrijft de Raad.

De Raad wil een overgangsperiode inbouwen voor huidige bachelorstudenten die een master willen volgen en adviseert het instemmingsrecht van studenten op de begroting van hun onderwijsinstelling te schrappen omdat het „een vorm van medebestuur impliceert die aanzienlijk verder gaat dan medezeggenschap”. „Juist op dit terrein, waar een integrale beleidsmatige en financiële afweging nodig is, dient het primaat van het bevoegd gezag te gelden.”

Het zijn voorstellen die Bussemaker niet wil overnemen. „Studenten hebben er juist baat bij om mee te beslissen over onderwijs. Ik hecht aan hun mening over de kwaliteit ervan. Ik vind dat we scholieren zo snel mogelijk moeten voorlichten over wat dit voor ze betekent.”