De jeugdzorg moet beter, maar dat lukt niet in 2015

Jeugdzorg naar gemeenten in 2015? Kan niet, zegt elk rapport. Maar het moet wel.

En weer wordt de stapel kritische rapporten over de toekomst van de jeugdzorg hoger. Ditmaal komen er vijf bij. Afzenders: de rekenkamers van de vier grote steden en – toevallig bijna tegelijkertijd – de commissie-Geluk, die toeziet op de ‘transitie’; gemeenten worden per 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg.

Aanbieders weten niet hoeveel geld ze volgend jaar krijgen, en betwijfelen of ze voldoende jeugdzorg kunnen blijven leveren. Zegt commissievoorzitter Leonard Geluk, oud-wethouder van Rotterdam. De rekenkamers schrijven dat jeugdzorg komend jaar weleens duurder kan uitpakken dan nu: inzetten op ‘eigen kracht’ kost tijd.

De stapel kritiek wás al indrukwekkend hoog. Vier rapporten leverde de commissie-Geluk al af. Elke keer klonk het alarm luider. Voortdurende onzekerheid bij gemeenten over budgetten, een steeds nijpender deadline. Zorgverzekeraars Nederland noemde de deadline te krap, hoogleraar jeugdbescherming Ido Weijers vond de overheveling „te ruig”. Jeugdzorg Nederland, koepel van jeugdzorgorganisaties, bepleitte onlangs een „noodwet” om de transitie te redden.

Met zoveel kritiek komt als vanzelf een vraag op: kán die transitie van de jeugdzorg per 1 januari wel doorgaan? En zo ja, in wat voor staat treffen we de jeugdzorg straks dan aan?

Het antwoord op vraag één is eenvoudig: de transitie van de jeugdzorg per 2015 móét doorgaan. Er is geen alternatief. Dat betekent dat provincies en zorgverzekeraars alleen nog dit jaar de jeugdzorg voor hun rekening nemen. Zij regelen de contracten met instellingen, zij betalen de rekeningen. Met 2015 in het vizier hebben provincies en zorgverzekeraars intern allang maatregelen genomen. Simpel gezegd: inkopers zijn ander werk gaan doen. De transitie naar gemeenten uitstellen, betekent dat die inkopers hun nieuwe werk uit handen moeten laten vallen en in drie maanden tijd de inkoop voor 2015 regelen. „Praktisch onmogelijk”, zegt een woordvoerder van de commissie-Geluk. „Bovendien ga je dan voorbij aan het werk dat inkopers bij gemeenten al hebben verricht.”

Ook niet onbelangrijk: de gedachte achter de overheveling van de jeugdzorg vindt nog steeds breed steun. De jeugdzorg in Nederland is hopeloos versnipperd, over twee ministeries en drie bestuurslagen. Dat leidt tot langs elkaar heen werkende hulpverleners. En daarom komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg straks in één bestuurlijke hand: die van de gemeenten. Idee is dat zij met wijkteams gaan werken die vroeg ingrijpen bij probleemgezinnen: preventie in plaats van doorverwijzing naar dure, specialistische jeugdzorg.

Tot zover de theorie. Want zo zal de jeugdzorg in veel gemeenten niet functioneren, in 2015. Hoe dan wel?

„Problemen zullen er komen. Het risico op omvallende instellingen is reëel”, zegt een woordvoerder van de commissie-Geluk. Wie neemt de zorg die zij leveren dan over? De commissie hoopt dat overlevende instellingen dat doen. Maar ook dát is onzeker. „Het risico op langere wachtlijsten is ook reëel.”

Moeten ouders van een kind dat jeugdzorg krijgt vanuit een financieel kwetsbare instelling zich nu zorgen maken? Of hoeft dat niet, omdat het kabinet de „continuïteit van zorg” garandeert? „Ik zou me echt zorgen gaan maken”, zegt Geluks woordvoerder.

Een zegsman van staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) benadrukt dat we de reden voor de overheveling niet uit het oog moeten verliezen. „De afgelopen tien jaar is steeds zorgelijk over de jeugdzorg bericht. Denk aan de zaak-Savanna. Er is jarenlang gedebatteerd over hoe het beter kan. Dit is wat is besloten. Nu is er kritiek op allerlei zaken, en vaak ook terecht. Maar de nieuwe werkwijze werkt al, op allerlei plaatsen. Met die werkwijze wordt echt gericht gekeken: is een kind veilig? Hoe gaat het met het gezin?”

Maar lukt dat overal al in 2015?

„Oké, dat zal soms een kwestie zijn van enkele jaren.”