Dankzij vuur werd de mens verteller

Overdag roddelen de Ju/’Hoansi, ’s nachts vertellen ze verhalen. Rond het vuur ontstaat saamhorigheid.

Ju/’Hoansivertellen verhalen rond een kampvuur. Still uit filmWenn Stern auf Stern vom Himmel fällt van Roman Teufel. Foto Ju/’Hoansi Living Museum

Wat gebeurt er met mensen als ze ’s avonds met een groepje om het vuur gaan zitten? Ze gaan elkaar verhalen vertellen, die hen duidelijk maken hoe hun samenleving werkt en wat de normen en waarden zijn. Dat ontdekte de antropoloog Polly Wiessner (Universiteit van Utah) toen zij oude notities van haar verblijf in 1974 bij de Ju/’hoansi-bosjesmannen in Namibië opnieuw analyseerde. De soms tijdloze sfeer bij een kampvuur was evolutionair belangrijk, denkt Wiessner. Door het vuur werd de mens een verhalenverteller, zo is haar stelling deze week in de PNAS (early edition, online).

Wiessner vond aantekeningen terug over in totaal 174 verschillende conversaties tussen vijf of meer volwassenen die minstens 20 minuten duurden. Overdag gingen de meeste gesprekken van deze jagers-verzamelaars over actuele economische problemen en roddels over groepsgenoten (klachten, kritiek en conflicten). Maar ’s avonds bestond het overgrote gedeelte van de gesprekken uit het vertellen van verhalen over gebeurtenissen uit de afgelopen decennia: wat er gebeurde bij huwelijken, hoe bondgenoten hun verplichtingen wel of niet voldaan hadden en over contacten met geesten. Niet op de klagerige manier zoals het soms overdag ging, maar breeduit en met veel details.

Een volledig overzicht van alle gesprekken was onmogelijk. Dialogen met minder dan vijf mensen volgde Wiessner indertijd niet en een aantal groepsgesprekken in de avond miste ze omdat ze bij het kampvuur regelmatig in slaap viel. Maar het verschil tussen de dag- en avondgesprekken is een patroon dat Wiessner ook kent van andere jagers-verzamelaarsgroepen.

Volgens Wiessner heeft dat verschil een belangrijke rol in de menselijke evolutie gespeeld. Mogelijk is in de moderne samenleving hetzelfde patroon nog steeds terug te vinden. Volgens Wiessner is met de introductie van het vuur (vanaf 400.000 jaar geleden) een geheel nieuwe dimensie in het menselijk leven ontstaan. Want het vuur creëerde kookplaatsen en gezamenlijke maaltijden. En het kampvuur verlengde de dag, alleen al omdat door het licht van de vlammen de melatonineproductie vertraagt en zo de slaap wordt uitgesteld. Mensen zaten bij elkaar terwijl er niet veel te doen was. Mensen die overdag in verschillende groepjes rondtrokken, ontmoetten elkaar in de avond in een relaxte sfeer. Zoals Wiessner schrijft: op warme dagen in de heerlijke avondkoelte, op koude dagen bij de behaaglijkheid van van het warme vuur.

Het begin van het vuurgebruik door mensen is nog altijd niet duidelijk, maar Wiessner vat de huidige wetenschappelijke inzichten samen als: incidenteel gebruik vanaf 1 miljoen jaar geleden en systematisch gebruik vanaf 400.000 jaar geleden – ongeveer twee keer zo lang geleden als onze soort Homo sapiens oud is. Door het vuur kon de voeding van de mens revolutionair verbeteren: door verhitting is plantaardig en dierlijk voedsel veel makkelijker verteerbaar. Ook kunnen wilde dieren beter op een afstand worden gehouden. Volgens Wiessner hebben de extra uren in de avond waarschijnlijk ook een geestelijke verandering gestimuleerd, zoals meer en preciezer begrip van de gedachten en emoties van anderen, meer verbondenheid met groepen verder weg doordat hun belevenissen in verhalen tot leven worden geroepen en uitbreiding en overdracht van culturele gewoonten. Bij het kampvuur werden ‘imaginaire gemeenschappen’ gesmeed en diepe saamhorigheid gecreëerd.

Hoewel er verschillen zullen zijn met de levenswijze van menselijke voorouders ver in de prehistorie gelden moderne jagers-verzamelaars als de door Wiessner nog net op tijd bestudeerde Ju/’hoansi in de Kalahariwoestijn als voorbeeld voor de kleinschalige levenswijze van onze verre voorouders. Niet lang nadat Wiessner haar onderzoek deed werden de Ju/’hoansi gedwongen in grote dorpen bij elkaar te gaan wonen waardoor veel oude tradities verloren gingen.