Alcoholslot is al een echte straf

Met te veel drank op achter het stuur is onacceptabel, maar dat wil niet zeggen dat de dader dan ook zijn burgerrechten maar moet verliezen. Toch is dat aan de hand, althans volgens het gerechtshof in Den Haag. Het hof keurde de vervolging van een automobilist af omdat dit zou neerkomen op dubbele bestraffing.

Juridisch is het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie een paardenmiddel dat van de Hoge Raad alleen in flagrante gevallen mag worden toegepast. Als dat gebeurt dient het alarm af te gaan. Hier is rechtstatelijk echt iets mis.

Het hof Den Haag beschouwt de samenloop van een alcoholslot, een zware bestuursrechtelijke maatregel, met een strafrechtelijke boete als een inbreuk op de grondwettelijke garanties voor een eerlijk proces. Voor de kenners: een inbreuk op het legaliteitsbeginsel, op de onschuldpresumptie, op de garantie van berechting binnen redelijke termijn. Voor de leek: de burger wordt hier dubbel gepakt en dat is meer dan oneerlijk. De burger kan zich er nauwelijks tegen verweren of zijn onschuld bewijzen. Bij oplegging wordt met zijn omstandigheden geen rekening gehouden, de maatregel is zeer kostbaar, stigmatiserend, niet op te schorten door bijvoorbeeld in beroep te gaan en buitengewoon streng. En overigens geplaagd door technische problemen: damp van ruitenwisservloeistof, handgel, medicijnen en zelfs bananen in de auto kunnen het alcoholslot al verstoren. Waarna verlenging van de sanctieperiode of ongeldigverklaring van het rijbewijs pleegt te volgen.

Wat ook niet deugt: mocht de strafrechter de bestuurder vrijspreken dan blijft de alcoholslot-maatregel in beginsel in stand. In bezwaar gaan bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is vrijwel kansloos. Advocaten die klanten werven voor de bezwaarfase geven dat op hun websites vaak al toe. Een jaar geleden maakte de politierechter in Alkmaar gehakt van deze maatregel. „Een redelijke en billijke strafrechttoepassing is niet meer mogelijk” bij een verdachte die al van een alcoholslot was voorzien. De overheid lijkt met het alcoholslot dus de grens van een redelijke bestuursrechtelijke handhaving van de wet te hebben overschreden.

Overigens vinden niet álle hogere rechters dat het strafrecht dan ook moet zwijgen. De Raad van State, vaak wat vriendelijker voor de staat, vond het wel meevallen. Het hof in Amsterdam was ook nog akkoord. Nu ontkomt het Openbaar Ministerie niet aan cassatie en mag de Hoge Raad het pleit beslechten. Beter ware het als de wetgever op zijn schreden zou terugkeren. Voorzie het alcoholslot van de waarborgen die bij een rechtsstaat horen. Ook strenge sancties bij ernstige overtredingen moeten fair zijn. Anders dreigt knevelarij.