‘We demonstreren tegen alles’

In Den Haag demonstreerden zaterdag antifascisten, Koerden en GeenStijl. Het was en bleef heel rustig.

NVU-aanhangers betogen op de Koekamp in Den Haag onder monumentale eiken. Even verderophoudt de politie jongeren aan die tegen het verbod in lopend demonstreren. Foto’s David van Dam

Twaalf jongens marcheren zaterdagmiddag op de Koekamplaan bij het Malieveld heen en weer en scanderen lachend leuzen. „NVU, moordenaars, NVU, moordenaars.” Eigenlijk demonstreren ze tegen verticaal filmen met smartphones, een ludieke actie bedacht door website GeenStijl, maar dit vinden ze ook wel goed klinken. Elders in Den Haag demonstreren diezelfde middag de Nederlandse Volks-Unie (NVU), het comité Samen tegen Racisme en de Federatie Koerden in Nederland.

Terwijl politieagenten op de fiets en te paard toekijken, doemt vanaf de kant van de Koningskade een andere groep van twaalf jongens op, allemaal in zwarte kleren. De GeenStijl-jongens beginnen te joelen. Zes, zeven politieagenten zetten hun fietsen tussen de groepen in. Agenten te paard omsingelen de in het zwart geklede jongens en drijven hen bij elkaar. Ze beginnen te schreeuwen, kanker dit en kanker dat, in plat-Haags.

Wie zijn ze?

„Wij zijn wij”, roept één van hen.

Waar demonstreren ze tegen?

„Tegen alles.”

Binnen een paar minuten zijn er arrestantenbussen. Alle jongens worden ingerekend. Sommigen brullen bij het fouilleren alsof ze gemarteld worden. Anderen proberen de bus waar ze in geduwd worden te laten kantelen door van de ene naar de andere kant te swingen. Het lukt niet. Omstanders menen ADO-hooligans te herkennen in de groep.

Ze zijn aangehouden voor het overtreden van de Algemene Plaatselijke Verordening, zegt een politiewoordvoerder later. Er mocht alleen stilstaand gedemonstreerd worden, lopen was verboden.

Het is het enige grote incident. De andere demonstraties verlopen rustig, waar het deze zomer nog uit de hand liep. De nationalistische Pro Patria-betoging tegen radicale IS-aanhangers – waar de NVU- en de antiracismebetoging reacties op zijn – is daags ervoor afgelast. De organisatie wilde niet alleen stilstaand demonstreren.

De fundamentalistische Muslim Defense League Holland – die wilde „opkomen voor alle moslims” – annuleerde haar betoging donderdag al, omdat organisator Ismael ibn Adam werd bedreigd. In hun plaats demonstreren op het Spuiplein bijna tweehonderd Koerden tegen de Islamitische Staat. Op gele vlaggen staat een foto van PKK-leider Abdullah Öcalan, die in Turkije levenslang uitzit.

De NVU-demonstratie – tegenover Buitenlandse Zaken – trekt vijftig mensen. Ze staan binnen dranghekken. Tientallen journalisten leggen de toespraak van voorman Constant Kusters vast. Hij heeft het over Nederlandse IS-aanhangers die gerust naar Syrië mogen afreizen, als ze daar maar blijven. Hij wil „een strijd van de Germaans-christelijke cultuur tegen de jihadisten”. En hij spreekt over het ebola-virus in Afrika. „Dat moet ervoor zorgen dat we beseffen dat de grenzen hier dicht moeten.”

De demonstratie tegen racisme is op Plein 1813, ver van de Schilderswijk, waar ook deze groep had willen demonstreren. Er zijn zo’n honderdvijftig mensen, zeker de helft is journalist, fotograaf of politieagent. Een van de organisatoren, „Fred”, kijkt tevreden om zich heen: van zo’n dertig links-activistische, antifascistische en anarchistische groepen in Nederland zijn vertegenwoordigers komen opdagen. Hij hoopt dat er vandaag meer eenheid in hun gelederen ontstaat, zodat ze volgende keer een krachtiger vuist kunnen maken tegen iedereen die mensen op grond van ras, religie of gender wil buitensluiten.

Dan ziet hij in zijn ooghoek een verslaggever van PowNews op een demonstrant af stappen, een kleine oude man met een gerimpeld gezicht. „Waarom bent u hier vandaag?”, vraagt de verslaggever – Jeroen Holtrop heet hij. De oude man zegt dat hij niets wil zeggen en draait zich om.

„Nou, waarom ben u hier?” vraagt de verslaggever.

Fred loopt naar de verslaggever toe en geeft hem een duw. „Ga weg.”

„Wat? Wat? Ik ben hier...”, zegt de verslaggever, maar direct springt een grote politieman tussen hen in.

Fred begint te protesteren. „Hij moet weg, hij loopt mensen te intimideren.”

„Jij moet niet duwen”, zegt de politieman.

„Jullie willen toch aandacht?”, roept de verslaggever. „Nou, ik ben hier om jullie aandacht te geven.”

Een lange man met een baard komt erbij staan. „Er zijn hier ook kleine kinderen”, zegt hij. „Ga ergens anders ruziemaken.”

„Ik maak geen ruzie, ik doe mijn werk”, roept de verslaggever. „Waarom geven jullie geen antwoord?”

„Als mensen niet geïnterviewd willen worden, ga dan weg”, zegt Fred.

Rond half vier slaat het weer om in Den Haag. De zon verdwijnt, de temperatuur daalt. De GeenStijl-jongens pakken hun spandoeken in en lopen weg. Op Plein 1813 vinden de mensen er ook opeens niets meer aan.