Vredesakkoord beëindigt felle gevechten in Jemen: 140 doden

De regering heeft een akkoord gesloten met shi’itische rebellen. Bij gevechten vielen de afgelopen dagen 140 doden.

De Jemenitische regering en shi’itische rebellen hebben gisteren een vredesakkoord getekend dat een einde moet maken aan de politieke crisis die het land al weken in zijn greep houdt. Protesten van de shi’itische minderheid in Jemen liepen de afgelopen dagen uit op hevige gevechten in de hoofdstad Sana’a, waarbij zeker 140 mensen omkwamen.

Het akkoord volgde gisteren op het aftreden van premier Mohammed Basindwa, die zei zo de weg vrij te willen maken voor een overeenkomst tussen de rebellen en president Abdrabbuh Mansour Hadi. Maar zijn aftreden werd ontkend door de president. Eerder op de dag namen de rebellen nog het ministerie van Defensie, de Centrale Bank, een belangrijke militaire bases, de staatszender en de Iman Universiteit in, wat de onzekerheid over de situatie vergrootte.

Het akkoord, dat onder bemiddeling van de Verenigde Naties tot stand kwam, roept op tot een onmiddellijke wapenstilstand. De shi’itische Houthi-rebellen en zuidelijke separatisten benoemen binnen drie dagen een nieuwe premier. Na een maand van overleg met alle politieke partijen moet er een technocratische regering worden gevormd, aldus de VN-gezant op een persconferentie in Sana’a.

Tussen de Houthi-rebellen en het regeringsleger zijn sinds 2004 zes oorlogen gevoerd in het noorden van Jemen, het thuisland van de Houthi’s. Nu is de strijd weer opgelaaid. Het begon vorige maand met protesten in Sana’a tegen een verhoging van de brandstofprijs, een maatregel die het snel stijgende begrotingstekort terug te dringen. Die protesten escaleerden in botsingen met politie en leger.

Tegelijkertijd bezorgden de Houthi’s hun sunnitische vijanden een aantal nederlagen in een serie gevechten ten noorden van Sana’a. Deze sunnitische milities zijn gelieerd aan de regering en de fundamentalistische partij Islah. De Houthi’s voelen zich achtergesteld en drongen aan op een nieuwe regering. Die krijgen ze nu, maar de vraag is of dit genoeg is. (AP, Reuters)