Volgende stap: voorkóm ebola

De eerste medewerkers van de VN-missie die de strijd gaat aanbinden tegen het ebolavirus zijn vandaag in Afrika gearriveerd. Dit is het resultaat van een uitzonderlijke bijeenkomst vorige week van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die nu eens niet aan een oorlog was gewijd, maar aan een uitbraak van een besmettelijke ziekte. Een epidemie die volgens de directeur van de WHO, de wereldgezondheidsorganisatie, ook een sociale, humanitaire en economische crisis is, én een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid in zowel de getroffen gebieden als daarbuiten. Deze directeur, Margarat Chan, sprak tevens van „de grootste uitdaging die de VN ooit in vredestijd zijn tegengekomen”.

Aan grote woorden geen gebrek dus, bijna een half jaar nadat bij de WHO vanuit West-Afrika de eerste melding van ebola binnenkwam, en ruim 2.600 doden verder. Een getal dat nog dagelijks stijgt; het einde is nog niet in zicht.

Het is inmiddels een understatement om te stellen dat ebola is onderschat, nadat de WHO op 8 augustus een medische noodsituatie vaststelde. De respons is er nu; vanuit de Verenigde Staten, China, Cuba en andere landen kwamen de hulpverlening en de financiering daarvan al op gang voordat de VN besloot voor de belangrijke coördinatie ervan zorg te dragen. Het steentje dat Nederland bijdraagt, bestaat uit 15 miljoen euro, grotendeels voor de VN-missie en daarnaast voor het Rode Kruis en Artsen Zonder Grenzen. Organisaties die al langer betrokken zijn bij de ebolabehandeling en -bestrijding, niet zonder gevaar voor het leven van hun medewerkers.

Vanzelfsprekend is het een goede zaak dat de internationale respons op de ebola-uitbraak er nu grootschalig is, ook al heeft dat te lang geduurd. De verklaring hiervoor is dat ebola eerder niet zo’n bedreigende ziekte was, met meestal niet meer dan enkele tientallen of soms een paar honderd doden per jaar. Hoe cynisch ook: dat zijn voor de farmaceutische industrie niet echt getallen om voor in actie te komen.

Ook dit jaar zijn er plagen die meer doden kosten dan ebola; maar het bedreigende daarvan zit hem in het epidemische karakter, gecombineerd met het gegeven dat de ziekte moeilijk te herkennen is.

Het is goed dat de wereld is wakker geschud. Maar de vraag is nu alvast: hoe kan een uitbraak van deze omvang een volgende keer worden voorkomen? Met betere voorlichting aan de Afrikaanse bevolking bijvoorbeeld. Maar vooral: door een hoeveelheid medicijnen voorradig te hebben die de epidemie een halt kan toeroepen. Dit is nu niet het geval – en dat moet toch ook te regelen zijn zonder dat de Veiligheidsraad in spoedzitting bijeenkomt.