Van Rhijn en de maakbaarheid van het succes

Voor trainers is het aantal gecreëerde kansen de maat der dingen. Scoren is vers twee.

Geregeld pakt Ricardo van Rhijn na de training een tas met ballen en neemt hij volgens zijn trainer Frank de Boer „ongeveer honderd vrije trappen”. Zo ook donderdag na de uitlooptraining van Ajax, toen duidelijk werd dat Lasse Schöne – die woensdagavond in het Champions League-duel tegen Paris Saint-Germain nog doeltreffend was uit een vrije trap – de Klassieker moest missen door een liesblessure. Het was een mooi beeld langs de A2: Van Rhijn op een bijveld op De Toekomst, samen met leermeester De Boer. Een sleutelmoment, achteraf gezien.

Natuurlijk werd de beslissende trap in de wedstrijd tegen Feyenoord niet daar en toen op donderdagochtend geboren. „Ik geloof er niets van dat je denkt: Schöne doet niet mee, laat ik eens evenvoor zondag een paar vrije trappen oefenen en dan vliegt ie d’r wel in”, zei De Boer. „Dit is het resultaat van serieus investeren.” Rechtsachter Van Rhijn heeft het lot in eigen handen genomen door duizenden ballen op doel te schieten. „Zo zie je maar dat oefening kunst baart”, zei de matchwinner zelf. En gesproken als een ambachtsman: „Die Derbystar-ballen zijn behoorlijk zwaar, die hoef je niet hard te raken om ze een bepaalde snelheid mee te geven.”

Zijn trap met de binnenkant wreef is een lastige variant om – letterlijk – onder de knie te krijgen. De verslagen Feyenoord-doelman Kenneth Vermeer, tot drie weken terug nog Ajacied, zei wat zuur dat zijn oud-ploeggenoot ze er „op de training altijd naast schoot”. Maar Van Rhijn sleutelde er aan tot de ballen niet meer het weiland in vlogen. Acht van de tien gingen vroeger over of naast, wist De Boer te melden. „Tegenwoordig gaan negen van de tien op doel.”

Wonder

Natuurlijk was het een klein wonder dat de vrije trap de beslissing was voor Ajax, dat erbarmelijke voetbalelftal van gisteren. Als het verhaal van Van Rhijn gaat over de maakbaarheid van succes, dan is het verhaal van Feyenoord-coach Fred Rutten één pech, maar ook hoop. Voor trainers is het aantal gecreëerde kansen de maat der dingen, dat zegt immers meer over het spel dan de uitslag. De conversie van kans naar goal is vers twee. Rutten: „Maar een spits wordt wel afgerekend op het aantal doelpunten, en ik als coach op het aantal punten.”

Het was voor om gek van te worden voor de coach. Ineens begrijp je Marco van Basten toen hij deze week, bij de persconferentie waarin hij verkondigde nooit meer hoofdtrainer te willen zijn, ineens zei: „Dit vak is zwaarder dan ik zelf zou willen.” Van Basten kan de beperkingen van het trainerschap – „waar je het moet hebben van communiceren, beïnvloeden, motiveren” – niet verdragen. Hij wil meer grip hebben, zoals hij ooit als spits de doorslag kon geven.

Pech?

Terug naar Rutten en zijn Feyenoord. Drie keer de lat, steeds net niet. Is dat pech? Misschien. Maar de zwakke corners, slechte voorzetten en het ongelukkig afwerken van Colin Kazim-Richards, de krachtpatser in de spits van Feyenoord, hebben weinig met ‘jammer’ te maken. Voetbalhandelingen zijn een optelsom van motorische vaardigheid in combinatie met coördinatie en ruimtelijke inzicht. Veel is talent, de rest is arbeid.

Wat Kazim-Richards gisteren niet goed deed, telkens op de verkeerde plek zijn, is bijvoorbeeld allemaal trainbaar, zei Ruud Gullit gisteravond in Studio Voetbal. Als „gemaakte spits” keek de voormalig Oranje-aanvoerder vroeger met jaloezie naar de doelgerichte loopacties van geboren spits Wim Kieft. En bij AC Milan zag hij goalgetter Pietro Paolo Virdis aan het werk. „Hij deed alles op 100 procent in het strafschopgebied.” Het vrijlopen, die eerste aanname, het schot – alles met de eerzucht van een spits die niet is gaan voetballen om de schoonheid van het spel. „Dus als die bal komt, concentreer je op de aanname, dan pas op het afwerken. Dat kun je gewoon trainen”, aldus Gullit. „Dan hoeft het schot ook maar een schuivertje te zijn. Dat zijn de lekkerste goals.”

Gullit ging gisteravond zelfs zo ver dat „gogme aan te leren is”, dat ongrijpbare voetbalbegrip wat zoveel wil zeggen als leepheid. Guus Hiddink noemt dat ‘uitgenast’ en die eigenschap komt vaak met de jaren. Nodig in Europa, in de top. Maar De Boer en Rutten zwoegen intussen verder als trainers met gemankeerde ploegen. De Ajax-coach zag zijn ploeg stuitend slecht spelen in de Rotterdamse Kuip, de ander heeft te kampen met de één na slechtste competitiestart van Feyenoord in 25 jaar. De oplossing voor beiden? Keihard werken.