Raad van State kritisch over leenstelsel studenten

ANP / Koen Suyk

De Raad van State is er niet van overtuigd dat de invoering van het leenstelsel voor studenten de kwaliteit van het hoger onderwijs verbetert. Ook staat het afschaffen van de basisbeurs volgens de Raad op gespannen voet met de toegankelijkheid van het onderwijs.

Dat schrijft de Raad van State in een advies (pdf) aan het ministerie van Onderwijs en Wetenschap. De Raad schrijft dat het niet bewezen is dat het persoonlijke profijt van een studie groter is dan het maatschappelijke profijt.

“Het geschetste betere perspectief op een hoger inkomen is niet nieuw en is de laatste jaren niet toegenomen. Nergens blijkt ook dat het maatschappelijke profijt in de afgelopen jaren minder zou zijn geworden. Onderzoek van de Onderwijsraad wijst uit dat individu en samenleving als geheel gelijkelijk profiteren van de financiële investeringen in het hoger onderwijs. Ook zijn er tal van moeilijk in financiële termen uit te drukken voordelen voor de samenleving zoals grotere publieke en maatschappelijke participatie, emancipatie en veiligheid.”

Ondanks advies geen overgangsregeling

De Raad van State wijst er verder op dat de middengroepen door de invoering van een leenstelsel relatief zwaar worden geraakt. Ook zou er een overgangsregeling moeten komen voor de groep studenten die bij aanvang van de studie dacht een basisbeurs te ontvangen tijdens de masterfase. Dat voorstel legt minister Bussemaker echter naast zich neer, schrijft persdienst Novum. Ook het advies om studenten en medewerkers instemmingsrecht te geven op de begroting van hogeschool of universiteit, neemt ze niet over.

In een reactie benadrukt Bussemaker dat het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs niet alleen samenhangt met de invoering van een leenstelsel, maar dat studenten ook beter worden begeleid bij het maken van hun studiekeuze en de centrale loting voor opleidingen met een numerus-fixus wordt afgeschaft.

Lees hier een samenvatting van het advies.