Oogstrelend en sfeervol beeld van revue

Kleinsma en Van Eerd, Moeder ik wil bij de revue Foto Roy Beusker

De verrassing was groot toen Omroep Max twee jaar geleden de serie Moeder ik wil bij de revue uitzond – over de zoon van een Limburgse kolenboer die tegen de wil van zijn vader theaterartiest wilde worden. Het verhaal van Maarten Lebens en regisseur Rita Horst bracht met onweerstaanbare charme in beeld hoe groot de tegenstellingen in de jaren vijftig waren tussen platteland en stad, tussen behoudend en vooruitstrevend. Maar minstens zo verrassend was daarna het bericht dat het theaterbedrijf van Joop van den Ende er snel een musical van wilde maken. In de tv-serie werden weliswaar al veel liedjes van Wim Sonneveld gebruikt, maar een theatermusical vergt een geheel andere opzet. En trouwens: een musical over Sonneveld bestaat al.

De nieuwe versie, geschreven door André Breedland en Maurice Wijnen, gaat nog steeds over die jongen uit Gronsveld. De focus wordt echter regelmatig verplaatst naar het artiestenduo bij wie hij in de leer gaat. En vooral naar de man van het duo, die (anno 1955) niet uit de kast kan komen. Die twee intriges zitten elkaar soms wat in de weg. Bovendien vallen twee essentiële close-ups uit de serie niet te evenaren: het moment dat de jongen verrukt raakt als hij voor het eerst een theaterrevue ziet, en later het moment waarop de ontroerde vader zijn zoon voor het eerst op het toneel ziet staan.

Wat ervoor in de plaats komt, is vooral een veel rijker beeld van een revue met zang en dans dan de tv-serie schiep. Met fabelachtige projecties die alle locaties aangeven en soms zelfs even commentaar leveren (tijdens de eerste kus vliegen er vlinders voorbij). Met veel sfeerreferenties uit de jaren vijftig. Met dialogen die af en toe de humor van Annie M.G. Schmidt benaderen. Met vindingrijke en vaak authentiek ogende choreografieën van Daan Wijnands. En met een royale keuze uit bijpassende liedjes uit het showbiz-verleden waarbij van de datering – terecht – geen probleem is gemaakt. Er zijn ook ruimschoots nummers uit de jaren zestig gebruikt.

Te midden van al die oogstrelende opsmuk heeft regisseur Carline Brouwer de menselijke maat toch goeddeels behouden. Jon van Eerd en Simone Kleinsma oogsten lach op lach door tijdens hun revuenummers ook de routineuze valsheid mee te spelen die zo’n duo kenmerkt. Terence van der Loo en Christanne de Bruijn zijn twee hoogst geloofwaardige ingénues, en Raymonde de Kuyper en Hugo Haenen maken geestig werk van de middenstanders wier dochter met de zoon van een kolenboer thuiskomt.

Zo is Moeder ik wil bij de revue ook als musical een verrassing.