Column

Next.denkt vooruit

Hoe waarderen jongeren hun leven? En waar willen ze zijn over vijf, tien jaar? nrc.next vraagt het aan mensen op stations.

Naam: Ana Carolina de Oliveira Barreto (20) – ontmoet op Central do Brasil – het Centraal Station in Rio de Janeiro

Studie: basisschoollerares, laatste jaar

Werk: docent op een muziekschool

Woont: in Duque de Caxias, een voorstad van Rio de Janeiro

Waar wil je over vijf jaar zijn?

„Tegen die tijd hoop ik een stabiele baan te hebben, daar studeer ik al jaren hard voor en ik kijk er erg naar uit. Klaar met studeren ben ik over vijf jaar zeker niet: dat zie ik als een doorlopend proces. In de tussentijd hoop ik een uitwisseling met Frankrijk of de Verenigde Staten te hebben gedaan. Het liefst op muziekgebied. Ik speel klarinet in een groot orkest in Rio de Janeiro. Die kant van mezelf ontwikkel ik graag verder. Over vijf jaar woon ik ietsje dichter bij het centrum van de stad.”

Waar wil je over tien jaar zijn?

„Als ik dertig ben, wil ik mijn leven graag op orde hebben. Ik heb een goede baan op een school, misschien verdien ik mijn geld zelfs met muziek. Mogelijk ben ik al begonnen aan een promotie, het leren is nog altijd niet klaar wat mij betreft. Nu ben ik single, in losse relaties zie ik niets: over tien jaar wil ik getrouwd zijn, een gezin hebben. En wonen in het centrum van de stad.”

Heb je een levensmotto?

„Oei, dat vind ik moeilijk. Zo denk ik niet. Als ik iets moet noemen: denk groot. Er is altijd meer mogelijk.”

Geef je leven eens een cijfer.

„Een zeven.”

Waarom niet hoger?

„Ik heb niets te klagen. Mijn familie is gezond, ik kan studeren. Maar ik heb nog lang niet bereikt wat ik wil. Overigens krijgt Brazilië als land van mij een vijf. Brazilië kent grote problemen. De ongelijkheid is groot, er is veel corruptie. Ik ben bevoorrecht, maar dat gaat voor de meerderheid van de Brazilianen niet op. Voor hen is het dagelijks leven een strijd. Ik kom uit een gezin met zeven kinderen, ik ben de jongste. Mijn broers, die de rauwe werkelijkheid beter kennen dan ik, zorgen goed voor mij.”