In een stalen bol de onpeilbare diepzee in

De diepzee lonkt. Het zit vol mysterieuze dieren en zeldzame metalen.

Diepzee-avonturier William Beebe in zijn bathysfeer. Samen met Otis Barton daalde hij af tot 922 meter in de diepzee. Foto Wildlife Conservation Society

De diepzee heeft bioloog Erik Dücker (35) altijd aangetrokken. Vooral de vreemde dieren die daar kunnen leven, dieper dan duizend meter onder water, fascineren hem. „Al na 200 meter dringt er geen zonlicht meer door, en de druk op die diepte is gigantisch. Op het diepste punt, 11 kilometer diep in de Marianentrog in de Stille Oceaan, is de druk 1100 keer zo hoog als op zeeniveau.” Er was bar weinig bekend over de diepzee en haar bijzondere bewoners, ontdekte de bioloog tijdens zijn studie. Hij schreef een proefschrift over de geschiedenis van de diepzeebiologie, en wat we daaruit kunnen leren voor de toekomst.

„Tot het begin van de 19e eeuw dachten mensen dat er simpelweg geen leven mogelijk was in de diepzee”, vertelt hij in zijn werkkamer van het Centrum voor de Geschiedenis van Filosofie en Wetenschap van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Maar dan vist de Noorse mariene bioloog Michael Sars tot zijn stomme verbazing een levende Rhizocrinus lofotensis op uit de zee. „Men kende deze dieren alleen als fossielen. Die vondst wekte een beeld op van een diepzee vol leven.”

Dückers ogen beginnen te schitteren achter zijn donkere brilmontuur als hij vertelt over de ambitieuze Challenger Expeditie in 1872, die na de ontdekking van Sars op touw werd gezet. Voor zijn proefschrift las hij alle verslagen uit die tijd. „Het zijn echte avonturenboeken, fantastisch om te lezen!”

Vier jaar lang voeren de expeditieleden alle wereldzeeën af om het leven op grote diepte in kaart te brengen, vertelt hij. „Bij zonsopgang lieten ze hun sleepnet neer, aan duizenden meters touwen die zorgvuldig opgerold lagen op het dek zodat ze niet in de knoop raakten. De halve dag waren ze bezig om het net tot op de bodem neer te laten, soms tot wel zes kilometer diep. De tweede helft van de dag haalden ze het weer omhoog. Soms knapte het net op het moment dat het boven het water uitkwam. Dan zagen ze een hele dag werk weer in de diepte verdwijnen.”

De Challenger Expeditie leverde enorm veel informatie op over de diepzee, net als die van latere avonturiers. Zoals de Amerikaanse bioloog William Beebe en technicus Otis Barton, die in 1934 samen afdaalden tot 922 meter, ongemakkelijk dicht op elkaar gepakt in een grote stalen bol die aan een touw naar beneden werd gelaten. Er zaten twee glazen raampjes in, voor ieder één, om naar buiten te kunnen kijken. „Dankzij Beebe weten we bijvoorbeeld dat er veel meer verschillende diersoorten in de diepzee leven dan gedacht. In zijn verslagen raakt hij niet uitgepraat over de intense schoonheid van zeedieren die zelf licht geven.”

Er bestaat een opmerkelijke verwantschap, tussen Dücker en die onderschatte en onpeilbare diepzee. Ook over hem dachten de leraren op de basisschool dat er niet veel in zat. Hij haalde slechte cijfers en was niet geïnteresseerd. De zwijgzame jongen deed een opleiding tot automonteur maar voelde zich diep ongelukkig. Psychologen ontdekten pas op zijn 25e dat hij juist nogal slim was. Op de universiteit, tussen de boeken over biologie, scheikunde, geschiedenis en filosofie bloeide hij eindelijk op.

Afgezien van avonturiers als Beebe, wordt er sinds de twintigste eeuw vooral nog diepzeeonderzoek gedaan als er ook iets te halen valt. De Zwitserse zeebioloog Auguste Piccard weet zich in de jaren 50 bijvoorbeeld gesteund door de Amerikaanse regering bij zijn plan om een onderzeeboot te bouwen waarmee hij naar dat diepste punt op 11 km kan varen. De Koude Oorlog is aan de gang, en de Amerikanen willen graag informatie over Russische duikboten. Zijn zoon Jacques Piccard gaat uiteindelijk met Don Walsh in 1960 naar die diepte. Samen met de regisseur van de film ‘Titanic’, James Cameron, die in maart 2012 in de Marianentrog afdaalde, zijn zij de enige mensen die ooit op die diepte zijn geweest.

Ook in de huidige eeuw lonkt de diepzee. Nu gaat het om bijzondere biologische eiwitten en metalen. „Diepzee-organismen kunnen tegen extreme kou en druk. Ze hebben waardevolle biomoleculen die bedrijven kunnen gebruiken”, legt Dücker uit. „De farmaceutische industrie ontwikkelt bijvoorbeeld een medicijn tegen kanker met een ingrediënt uit de diepzee.”

Aan de ene kant is dat goed, vindt Dücker, want het zal de fundamentele kennis over de diepzee vergroten. Een dagje diepzeeonderzoek kost 30.000 Amerikaanse dollars, een expeditie al gauw een miljoen. Daar moet dus iets tegenover staan, en een medicijn tegen kanker levert al snel een jaaromzet van een miljard dollar. Het brengt diepzeebiologen wel in een lastig parket, zegt Dücker. „Ik ken onderzoekers die de ene keer door Greenpeace worden betaald, en de andere keer door Exxon Mobile.”

De Verenigde Naties werken aan regelgeving voor het exploiteren van de diepzee. Dat is ook belangrijk voor een andere nieuwe ontwikkeling, de diepzeemijnbouw. Bedrijven azen op manganeesknollen, stenen bollen ter grootte van een aardappel die er miljoenen jaren over doen om te groeien op de bodem van de diepzee. Ze bevatten zeldzame aardmetalen. „Die gebruiken we bij de productie van mobieltjes, smartphones, laptops en televisies”, zegt Dücker. „China bezit momenteel 95 procent van de wereldmarkt van deze metalen. Andere landen willen zelf die stoffen kunnen delven.”

„Het is nu bijna rendabel om deze manganeesknollen af te schrapen van de bodem. Dat verstoort het complete ecosysteem”, aldus Dücker. Grote stukken van de diepzee in de internationale wateren zijn al opgekocht door verschillende landen. Zeebiologen hebben afgedwongen dat zij gebieden toegewezen kregen om onderzoek te doen naar de gevolgen van de diepzeemijnbouw.

Als technicus is Dücker gek op gadgets, maar hij koopt ze niet meer zomaar. Op zijn bureau ligt een oude Nokia. „Ik let op of ik iets echt nodig heb, en als ik iets koop is het duurzaam.“ Of hij zelf de diepzee zou verkennen, weet hij niet. Toen hij negentien was, en ongelukkig, zocht hij uitdaging in skydiven. „Maar ik denk dat ik me nu te bewust ben van de risico’s.”

Voor veel mensen is de diepzee ver van hun bed, beaamt hij. Hen zal het niet uitmaken als we een stuk daarvan ontginnen. „Maar de diepzee omvat driekwart van het deel van de aarde waar leven mogelijk is,” zegt hij. „Daarin ingrijpen zal zonder twijfel grote gevolgen hebben voor het kwart waarin wij leven. De gevolgen van onze acties zijn moeilijk te overzien.”