‘Ik wil me niet wentelen in nostalgie’

De Britse popdiva Marianne Faithfull (67) staat al vijftig jaar op het podium. Op haar nieuwste cd Give My Love to London staan liedjes die ze schreef met collega’s als Roger Waters en Nick Cave en standards.

foto Eric Guillemain

Het is een lang verhaal”, zegt Marianne Faithfull over de reden waarom ze haar interviewdag in een Amsterdams hotelbed doorbrengt. De ‘Baroness of Bohemia’ ontvangt de pers in pyjama, terwijl ze afgemeten trekjes neemt van een elektrische sigaret. Op het nachtkastje ligt een flinke voorraad pillen, „mijn grootste verslaving op dit moment”. Zonder zou ze ondraaglijke pijn lijden, vertelt de 67-jarige popdiva terwijl ze haar weelderige decolleté wulps boven de dekens uit laat steken.

Vorig jaar brak ze haar rug bij een val. „Zes maanden lang moest ik plat op mijn rug liggen, met zware pijnstillers om het draaglijk te maken. Er zat een voordeel aan, want ik had veel tijd om na te denken. In mijn drukke artiestenbestaan was ik daar jarenlang niet aan toe gekomen.”

Ze herstelde volledig en vertrok naar Griekenland voor een vakantie. Daar sloeg het noodlot opnieuw toe. Ze gleed uit in de badkamer en brak haar heup. „Malheureusement! De medische wetenschap op Rhodos loopt zo’n twintig jaar achter. Ik werd geopereerd en ze sneden me open van mijn oksel tot mijn knie, dwars door al het spierweefsel heen. Zes weken later verga ik nog altijd van de pijn. Maar ik wilde het journalistieke gilde van Holland niet teleurstellen. Daarom ontvang ik jullie in bed, vandaag.”

Marianne Faithfull, dochter van een Engelse legerofficier en een Oostenrijkse barones, was in Amsterdam om het titelnummer van haar album Broken English (1979) te zingen bij de opening van de Marlene Dumas-tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Ondanks haar gammele conditie maakte ze van de gelegenheid gebruik om haar nieuwe album Give My Love To London aan de pers te presenteren. „From Maida Vale to Chelsea, paradise to hell”, zingt ze in het titelnummer. Maar de suggestie dat het album haar haat-liefdeverhouding met de Engelse hoofdstad zou beschrijven wuift ze weg. „Er is niets op de wereld wat ik haat. Iets of iemand haten is een verwerpelijke emotie. Ik ben erg op Londen gesteld, maar het is een stad met veel gezichten. Het nummer Give my love to Londen schreef ik samen met de Amerikaan Steve Earle, nadat ik weer eens op een hondse manier behandeld was door de Britse rioolpers. Geef ze mijn liefde, bedacht ik midden in een woedeaanval, want ze weten niet beter. Dance by the light of the moon is een citaat uit een gedicht van Edward Lear. Ik wilde de rottigheid en de schoonheid in één tekst vangen. Van Piccadilly Circus, de plek waar ik rondhing toen ik een junkie was, tot Chelsea waar ik woonde met Mick Jagger.”

Doorleefd instrument

Vijftig jaar zit ze in het vak, sinds ze door manager Andrew Loog Oldham van de Rolling Stones werd benaderd op een feestje. Drie maanden later stond ze in de Engelse top-10 met As tears go by, een compositie van Mick Jagger en Keith Richards. Ze kreeg een relatie met Jagger, hoewel ze getrouwd was en een kind had. Als belezen meisje uit een aristocratisch milieu oefende ze veel invloed uit op de ontwikkeling die de Stoneszanger doormaakte als tekstschrijver. Ze maakte hem attent op het boek De meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov, dat van doorslaggevende invloed zou zijn op de tekst van Sympathy for the devil. Zelf schreef ze mee aan de drugssong Sister Morphine, die in eerste instantie alleen werd toegeschreven aan Jagger & Richards. „Hun namen stonden eronder omdat ze mij wilden beschermen. Het zou niet bij mijn onschuldige imago passen. Later, toen Mick allang uit mijn leven verdwenen was, werd ik de grootste junkie van het hele stel. Ik heb twee jaar lang op straat gewoond, niet in staat om af te kicken. Toen ik me van dat juk bevrijd had was mijn stem onherkenbaar veranderd. Van een helder sopraantje was het een doorleefd instrument geworden. Ik ben daar blij mee, want het stelt me in staat om volwassen materiaal te zingen. Voor het naïeve meisje dat As tears go by zong heb ik geen advies. Ik ben gewoon niet zo’n adviesgeverig type.”

Weimarrepubliek

Na het comebackalbum Broken English (1979) met de hit The ballad of Lucy Jordan ontwikkelde ze zich onder meer tot een geloofwaardig vertolkster van het repertoire van Brecht & Weill. In 1998 verscheen haar album met Kurt Weills Die sieben Todsünden (The Seven Deadly Sins), gezongen met het Radio Symfonie Orkest Wenen. „De sfeer en cultuur van de Duitse Weimarrepubliek uit de jaren twintig zitten in mijn bloed, dankzij mijn moeder en haar familie. Zonder die genetische factor zou de muziek van Kurt Weill mij niet zo makkelijk aan zijn komen waaien. Ik vereenzelvig mij regelmatig met Pirate Jenny uit de Dreigroschenoper. Zodanig dat ze in de tekst van Give my love to London ook weer opduikt.”

De songs van haar nieuwe album schreef Marianne Faithfull met collega’s als Roger Waters, Nick Cave, Anna Calvi en Patrick Wolf. Het nummer Late Victorian holocaust vervult haar met trots. „Het is een van de beste nummers die ik ooit heb gezongen. Nick Cave schreef een prachtig genuanceerde tekst over de euforie en de schaduwkant van druggebruik. Het is een vreugdevolle song, want het junkiebestaan is niet alleen maar verschrikkelijk. Ik wil drugsverslaving niet goedpraten, maar het lied heeft een prachtig open einde waaruit je niet kunt opmaken of de hoofdpersoon dood is, of juist afgekickt en herboren. Er zit een element van hoop in dat in Sister Morphine afwezig was. Daarin gaat het om een man die na een verschrikkelijk ongeluk in het ziekenhuis terechtkomt en smeekt om morfine. Aan het eind sterft hij, zonder een greintje hoop of verlichting. De Stones hebben het nummer recht gedaan. Zelf zing ik het niet zo vaak meer. Er zijn zoveel goede songs van anderen dat ik bij het uitstippelen van mijn setlist kan baden in weelde.”

Londen

Recente toevoegingen aan haar repertoire zijn The price of love van The Every Brothers, een luchtig intermezzo op het nieuwe album, en de jazzklassieker I get along without you very well van Hoagy Carmichael. Het origineel stamt uit 1939, maar Faithfull kende vooral de versie van Frank Sinatra uit ’55. „Frank heeft het mooier gezongen dan wie ook, met zijn foutloze timing en prachtige toonbeheersing. Met die barst in mijn stem kan ik alleen maar hopen dat ik een beetje recht doe aan zo’n onverwoestbare standard. Ik had het nummer nodig als afsluiter van mijn album, omdat ik mij niet wil wentelen in nostalgie of sentimentele gedachten. Londen is een prachtige stad, maar ik hoef er niet meer naartoe om angstvallig te zoeken naar de persoon die ik ooit was. Ik heb nergens spijt van.”

Bij het afscheid accepteert ze een handkus. „Dahling”, verzucht ze, „zul je me niet afbeelden als een zeurend oud vrouwtje dat alleen maar over haar kwalen kan praten? Ik beloof je dat ik er weer helemaal bovenop ben als ik aan mijn nieuwe concertreeks begin.”