Iedereen wil meedoen aan de heksenjacht op de grote baas

Geen wonder van psychologisch vernuft, maar Heilbrons Hel van Jannetje Koelewijn is wel een vlotte detective over de wondere wereld van CEO's-met-privéhelikopter en management buy-outs.

Room in New York (1932), Edward Hopper.

Nooit gedacht dat handel met voorkennis een goed onderwerp zou kunnen zijn voor een spannend boek. Maar nu ik Heilbrons hel heb gelezen, de eerste roman van Jannetje Koelewijn, weet ik beter. Vanaf het eerste hoofdstuk, waarin we kennismaken met een eetverslaafde officier van justitie, gespecialiseerd in financieel-economische criminaliteit, tot aan het laatste, waarin we de enigszins gebroken titelheld, Cor Heilbron, uitgeleide doen, weet Koelewijn haar lezers geboeid te houden. Dat heeft natuurlijk alles te maken met haar snedige, journalistieke stijl, haar vermogen om de dingen in een logische volgorde te zetten en een goed midden te houden tussen harde feitelijkheid en human interest.

Heilbrons hel leest als een detective, met in elk hoofdstuk nieuwe ontwikkelingen, nieuwe aanwijzingen voor de ontknoping en een leuke cliffhanger tot besluit. Een wonder van psychologisch vernuft is deze roman niet – net als de gemiddelde detective. De karakters zijn nogal vlak en er staan veel clichés in over het moderne yuppenleven. Het verhaal als geheel is aan de gladde, oppervlakkige kant. Het accent ligt op de gebeurtenissen, en op de zich geleidelijk ontvouwende toedracht en niet op zoiets als origineel gedachtegoed of filosofische reikwijdte.

Operatie Clickfonds

Koelewijn voert ons binnen in de wondere wereld van de CEO’s-met-privéhelikopter, de management buy-outs, de lijnfuncties en de reversed take-overs. En natuurlijk in de handel met voorkennis waarvan hoofdpersoon Heilbron wordt verdacht, vlak voor zijn afscheid als grote baas van het internationale voedingsconcern met de hippe naam B4YOU. Koelewijn laat zien hoe opsporingsambtenaren, advocaten, journalisten, fotografen en tv-presentatoren hun graantje proberen mee te pikken van wat steeds meer gaat lijken op een heksenjacht.

De twee parmantige heren die Heilbron namens de FIOD onaangekondigd komen ondervragen, hopen net zo’n belangrijke rol te kunnen spelen als het duo dat ooit op ‘operatie Lederhosen’ werd gezet, waarin een uitgebreide beurszwendel aan het licht werd gebracht. Koelewijn lijkt hier te verwijzen naar ‘operatie Clickfonds’, waarbij een handelaar op de beursvloer werd opgepakt en gevangen gezet.

Er zitten wel meer verwijzingen in de roman naar dingen die echt gebeurd zijn. Zo lijkt hoofdpersoon Heilbron te zijn gemodelleerd naar Cor Boonstra, de voormalige topman van Philips. Hij werd op de dag dat hij afscheid zou nemen beschuldigd van handel met voorkennis in Endemol-aandelen. Het kwam niet tot een veroordeling, maar hij liep wel een koninklijke onderscheiding en een paar eervolle commissariaten mis. Hetzelfde overkomt Cor Heilbron in deze roman: geen veroordeling, maar ook geen lintje, geen commissariaten en geen bijzonder hoogleraarschap. Hij belandt niet in de gevangenis, maar getuige de titel wel in de hel, waar iedereen klaar staat om hem aan de schandpaal te nagelen, ook al heeft hij officieel niets strafbaars gedaan.

Buitenkantige zedenschets

Heilbrons hel is een behoorlijk buitenkantige zedenschets, maar Koelewijn weet het toch voor elkaar te krijgen dat je een zekere sympathie gaat voelen voor die zelfingenomen, patserige, figuur, die zulke lelijke gedachten heeft over zijn trouwe butler, zijn niet al te snuggere zoons en zijn zieke vrouw. ‘Hij mocht het niet denken, maar hij dacht het toch: dat ze beter dood kon gaan. Was voor iedereen gemakkelijker, niet in de laatste plaats voor haarzelf.’ Het zijn allemaal stakkers in zijn ogen, zoals hij zichzelf, op heldere momenten, ook wel eens een stakker noemt. In al zijn botheid is Heilbron toch nog net iets compromislozer en eerlijker dan de mensen die over hem oordelen. De advocaat, de officier van justitie, de toezichthouder: het lijken keurige burgers. Maar als het erop aankomt, nemen ze het zelf ook niet al te nauw met de waarheid.

Een aparte vermelding verdient nog wel de overijverige Amsterdamse journaliste, die zichzelf op de kaart hoopt te zetten met een mooie scoop over de strapatsen van Heilbron, maar vervolgens in de problemen komt. Het zal een ironische verwijzing zijn naar de Friso-kwestie, waar Koelewijn twee jaar geleden een hoofdrol in speelde.

Na ruim 300 bladzijden zijn we welbeschouwd geen steek opgeschoten en ligt de waarheid nog steeds in het midden. Wel zijn we heel wat amusante achterafkennis over voorkennis rijker.