Grappigste roman van 2014

We weten niet of de donkere dagen nog een dijenkletser opleveren, maar voorlopig is Teatro Olimpico de geestigste roman van 2014. Met ruime voorsprong.

De tiende van Kees ’t Hart is vormgegeven als een verantwoordingsrapport waarin de theatermakers Kees en Hein uit de doeken doen hoe hun in elk geval financieel rampzalig uitgepakte deelname aan een Rousseau-festival in Vicenza is verlopen. De hoofdpersonen hebben een voorstelling over Jean-Jacques Rousseau gemaakt en zijn op basis daarvan uitgenodigd om in het legendarische Teatro Olimpico te komen spelen. De mannen – en dat is de stuwende kracht in de roman – stuiteren van de artistieke eigendunk, die samengaat met grenzeloze wereldvreemdheid. Door dat laatste zijn ze onophoudelijk van goed vertrouwen, maken ze veel te grote bedragen over naar personen van wie ze de naam amper hebben verstaan en klampen ze zich vast aan beweringen dat deze of gene een zeer belangrijk man is ‘in het theaterleven op de Po-vlakte’. Dat ze geen Italiaans spreken (en belabberd Engels) maakt het slapstickgehalte nog groter. Bij de spraakverwarringen komen andere praktische bezwaren: ze vervoeren hun veel te grote, zelf in elkaar geknutselde decor in een gehuurde vrachtwagen (die stuk gaat), mogen de camping niet op en de binnenstad niet in – en is het eigenlijk wel toegestaan om lijm te gebruiken in het kwetsbare Teatro Olimpico?

Maar het is méér dan de Dikke en de Dunne: Teatro Olimpico is ook een satire op het autisme van modern Hollands theatervolk. En, voor wie wil, toont het hoe kunstenaars onder druk van de buitenwereld altijd compromissen sluiten. En zelfs een boek over doorzettingsvermogen.

Maar al die betekenissen kunnen maar beter onbenoemd blijven, voor je het weet ga je als ‘evidentielul’ de boeken in. Eerst nog heel vaak heel hard lachen.