Een kopje koffie met een rijke mecenas

Elfdaags Rotterdams festival voor internationaal theater biedt groot scala aan voorstellingen

Treurige nacht vol drank en drugs in de opslag van een apotheek in de Argentijnse voorstelling Viejo, Solo Y Puto van regisseur Sergio Boris Foto Catherine Antoine

In dit neoliberale tijdperk wordt kunst gezien als hobby, en de kunstenaar als huisdier, stelt de Estlandse performancekunstenares Maike Lond vast. Waarom de consequenties van die gedachte niet aanvaarden, en op zoek gaan naar een baasje? Ze heeft zo’n 200 euro per maand extra nodig, schat Lond. Dus, hup, op zoek naar een rijke bankier die haar en haar werk wil ondersteunen. Ten journeys to a place where nothing happens is het innemende verslag, in de vorm van een theatrale lezing, van die kansloze onderneming. Op een projectiescherm toont Lond de kinderlijk naïeve briefjes die ze stuurt aan Estlands rijksten, of een getekend verslag van de enkele keer dat het daadwerkelijk tot een kopje koffie komt. Lond weet op aanstekelijke wijze de kloof tussen publiek en privaat zichtbaar te maken, en tussen de kunstwereld en die van het geld. Gaandeweg gaat de naïviteit en vrijblijvendheid van haar verhaal echter irriteren. De premisse is dat kunst onmisbaar is voor de samenleving, en dat ook de superrijken dat belang zouden moeten inzien. Maar haar eigen performance slaagt er niet in die relevantie over te brengen.

Ten journeys was dit weekend te zien op De Keuze in Rotterdam, een elfdaags festival voor internationaal theater, uit onder meer Portugal, Hongarije, Estland, Argentinië en Australië, plus een uitgebreid randprogramma van kunst en muziek.

Uit Vlaanderen kwam nog een theatrale lezing. In The Myth of the Great Transition houdt theatermaker/filosoof Pieter de Buysser een vertoog over het belang van mythes voor een samenleving, waarbij hij en passant nieuwe mythische figuren verzint. Zijn verhaal is meeslepend, en De Buysser is een begenadigd verteller. Maar onduidelijk is waarom hij de voordracht in het Engels houdt. Is het omdat dé filmtrailertaal zich beter leent voor mythologisering, of gewoon omdat De Buysser mikt op het internationale festivalcircuit? Hoe dan ook creëert de taal, en zijn verre van volmaakte uitspraak, afstand. Mooi is wel het contrast tussen de wetenschappelijke setting en De Buyssers grote verbeeldingskracht.

De Argentijnse voorstelling Viejo, Solo Y Puto, dichter bij het traditionele toneel, kon evenmin geheel overtuigen. Sterk eraan is het hyperrealisme: we vallen middenin een treurige nacht vol drank en drugs in de opslag van een apotheek. Regisseur Sergio Boris biedt kop noch staart maar serveert een ‘slice of life’. Eerder op de avond is er iets dramatisch voorgevallen en dat moet het publiek zelf maar afleiden uit de gesprekken, of niet.

Dat is een spannende opzet, maar daar blijft het ook bij. De handeling blijft statisch, de personages ontwikkelen zich nauwelijks, hun gesprekken verlopen in vermoeiende rondjes en zijn bovendien weinig interessant. Van een escalatie, wat onorigineel zou zijn, is niet eens sprake. Boris wil wellicht tonen dat deze treurnis onveranderlijk en uitzichtloos is. Maar dat is dramatisch gezien toch echt iets te weinig.