Dit is Naomi Kleins ongemakkelijke waarheid

Verander nu, voor het klimaat alles verandert, zegt het icoon van de antiglobaliseringsbeweging Naomi Klein in haar nieuwste boek. „Je kunt klimaatverandering niet bestrijden zonder het kapitalisme te bestrijden.”

foto amaury miller

Niet toevallig was de wereldwijde publicatie van No Time, vorige week dinsdag, gepland in de week voorafgaand aan de Climate Summit van de Verenigde Naties. Regeringsleiders uit bijna alle landen streken dit weekend neer in New York. Ook de Canadese Naomi Klein was er. Zij liep mee in de People’s Climate March, een protestmars die wereldleiders duidelijk moet maken dat het ‘ons’ menens is.

Het nieuwe boek van Klein, This changes everything, dat in Nederlandse vertaling vreemd genoeg als No time is verschenen, lijkt in opzet op de vele boeken die er al zijn over klimaatverandering. Eerst wordt de urgentie van de situatie uitgelegd, gevolgd door de bezwering dat alles nog niet helemaal verloren is. Waarna een analyse volgt van de mogelijke oplossingen en de schier onoverbrugbare horde die daartoe dienen te worden genomen. Het slot is een oproep tot collectieve actie – en wel ‘nu’.

Waarin Kleins boek echter afwijkt, of waardoor het uitblinkt, is dat het niet slechts de pijlen richt op de gebruikelijke boosdoeners, zoals de politiek, het bedrijfsleven of de marktideologie. Ook over de linkerkant van het politieke spectrum is ze kritisch. Zo werkt de linkse idealistenclub Environmental Defense Fund volgens Klein nauw samen met de gasindustrie, ‘ondanks een opeenstapeling van bewijs dat het bij gaswinning vrijkomende methaan net zo goed bijdraagt tot catastrofale opwarmingniveaus.’

Toch zal No Time vooral op afkeuring kunnen rekenen ter rechterzijde, waar men immers niet graag hoort dat het probleem ‘niet carbon is, maar kapitalisme’. Tientallen pagina’s wijdt ze aan het blootleggen van de ‘mythes rondom het klimaatdebat’. Ze schrijft onder meer: ‘Er wordt ons almaar verteld dat de markt ons zal redden, terwijl het in werkelijkheid onze verslaving aan winst en groei is waardoor we ons elke dag dieper ingraven.’

We moeten alles anders doen, stelt ze. Dit is Kleins ‘ongemakkelijke waarheid’, die ze laat volgen door haar ‘gemakkelijke waarheid’: ‘Klimaatverandering is niet zomaar een ramp. Het is ook onze beste kans om een betere wereld te bouwen en te eisen.’ En ze is een uitgelezen kans om ons te ontdoen, zo vervolgt ze, van een ‘economisch systeem dat de groei van het bruto nationaal product tot fetisj maakt, ongeacht de menselijke en ecologische gevolgen daarvan.’

Grote kapitalisten worden aangepakt

Daarmee heeft ze zich op vertrouwd terrein gemanoeuvreerd. Kleins schrijverscarrière is gebouwd op het bekritiseren van de effecten van het mondiale kapitalisme en consumentisme. In haar eerste boek, de bestseller No Logo (2000), beschreef ze de wereldwijde uitbuiting van arbeiders door grote multinationals als Nike en Coca-Cola. Het boek maakte haar het intellectuele gezicht van de antiglobaliseringsbeweging van die jaren. In haar tweede boek, De shockdoctrine (2007), beschreef ze hoe bedrijven profiteren van rampen, oorlogen en conflicten, vaak met hulp van instituten als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Het maakte haar volgens The New Yorker ‘de meest zichtbare en invloedrijke figuur van links Amerika’.

Haar tegenhangers hebben gelijk

Net als haar eerste twee boeken is No Time een aaneenschakeling van analyse, commentaar en reportage. Kleins eerste tussenstop is het Heartland Institute, een denktank in Chicago, waar ze een conferentie van klimaatontkenners bijwoont. Op één punt geeft ze haar ideologische tegenhangers groot gelijk: klimaatverandering kan niet worden gestopt zonder wereldwijd het economische en financiële beleid radicaal om te gooien. ‘Als klimaatontkenners claimen dat de opwarming van de aarde een complot is om rijkdom te herverdelen, dan zijn ze niet paranoïde. Het betekent dat ze goed opletten.’

Klein wijst de lezer op een recente waarschuwing van het International Energy Agency: als landen niets doen om hun emissies tegen 2017 onder controle te krijgen, wordt ‘extreem gevaarlijke opwarming’ onontkoombaar. De afgelopen twintig jaar heeft zich zoveel CO2 in de atmosfeer opgestapeld dat opwarming van meer dan twee graden Celsius – met rampzalige gevolgen voor mens en aarde – alleen kan worden ontlopen als de rijke landen onmiddellijk ‘hun uitstoot terugbrengen met 8 tot 10 procent per jaar.’

Ze is dan ook uiterst kritisch over het ‘voorzichtige centrisme’ van president Barack Obama, wiens ‘all-of-the-above energiebeleid’ volgens haar niet in de buurt komt van wat vereist is. ‘Klimaatverandering aanpakken gaat allang niet meer om het aanpassen van gloeilampen,’ schrijft ze. ‘Het gaat om de onmiddellijke verplichting om radicaal de uitstoot van fossiele brandstoffen terug te dringen en een begin te maken met het overstappen op zero-carbon energiebronnen, gebaseerd op hernieuwbare technologieën.’

Wat Klein daarentegen ziet gebeuren, is dat ‘de triomf van de marktlogica [...] bijna alle serieuze pogingen om op klimaatveranderingen te reageren verlamt.’

Meer dan groene technologie nodig

Ze wijst erop dat geavanceerde economieën alleen aandacht hebben voor groene technologieën en groene efficiëntie op een wijze die binnen de marktlogica past. Het is niet dat ze geen kansen ziet voor een markt in bijvoorbeeld wind- en zonne-energie. Volgens haar is het mogelijk om een groeimarkt in hernieuwbare energie te hebben, ‘waarbij een nieuwe generatie entrepreneurs erg rijk wordt – en dat landen toch niet tijdig hun emissies terugbrengen tot niveaus die volgens de wetenschap nodig zijn.’

Rijke landen zouden zich sowieso moeten richten op het terugbrengen van consumptie, vindt Klein. ‘De waarheid is dat als we binnen onze ecologische grenzen willen leven, we moeten terugkeren naar een levensstijl als in de jaren zeventig.’ Dat vergt offers die in westerse landen sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer gemaakt zijn, erkent ze. Die offers worden volgens haar ook nog eens bemoeilijkt door een cultuur ‘waarin van individuen verlangd wordt dat ze hogere prijzen betalen voor zogenaamde groene keuzes, terwijl grote bedrijven zich onttrekken aan regulering en niet alleen weigeren hun gedrag te veranderen, maar ook doorgaan met het ontplooien van meer vervuilende activiteiten.’

Er is hoop

Er gloort echter ook hoop, houdt Klein ons voor – in de vorm van spontaan opborrelende verzetshaarden overal ter wereld, in het bijzonder daar waar energiebedrijven grootschalige graaf- en booractiviteiten starten – plaatsen die ze de verzamelnaam ‘Blockadia’ geeft. Een van de bekendste conflictzones in Blockadia is de door TransCanada voorgestelde Keystone XL-pijpleiding, waardoor het bedrijf ruwe olie uit de Canadese provincie Alberta naar Amerikaanse raffinaderijen aan de Golf van Mexico hoopt te pompen. Tot dusver hebben klimaatactivisten een bouwvergunning voor de pijpleiding, waarover president Obama het laatste woord heeft, tegen weten te houden.

Volgens Klein gaat het bij ‘Keystone’ om meer dan een pijpleiding. Ze constateert een ‘nieuwe strijdgeest, en een die besmettelijk is. Één gevecht kan leiden tot meer gevechten, waarbij elk vertoon van moed en elke overwinning anderen inspireren tot meer vastberadenheid.’

Tegen het einde van het boek vat Klein samen wat volgens haar nodig is om de deze crisis het hoofd te bieden: politiek leiderschap dat niet alleen het principe ‘de vervuiler betaalt’ hanteert, maar dat ook bereid is tot ‘langetermijnplanning en “nee” zeggen tegen machtige bedrijven’. Dit is wat Klein bedoelt met ‘het is aan ons’: alleen een ‘robuuste sociale beweging’ kan dergelijk leiderschip afdwingen, schrijft ze. Met No Time heeft Klein alvast het handboek geschreven voor zo’n beweging.