De pandjesbaas is niet meer wat-ie geweest is

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Deze rubriek telt veel oplettende lezers. En ook lezers die oplettendheid paren aan vasthoudendheid.

Zo ken ik iemand die vrijwel ieder jaar zijn ergernis uit over misdaden tegen de menselijkheid. Waarom doe ik als samensteller van een taalrubriek, zo wil deze lezer weten, niks tegen die onzinnige vertaling van crimes against humanity?

Welnu, ik veroordeel hem af en toe, maar tot nu toe heeft dat weinig zoden aan de dijk gezet. Overigens is er wel degelijk een argument waarom misdaden tegen de menselijkheid beter zou zijn dan tegen de mensheid, hoewel die laatste vertaling beslist mijn voorkeur heeft. Het betreft misdaden, zeggen de menselijkheid-voorstanders, die niet de hele mensheid worden aangedaan, maar bepaalde bevolkingsgroepen. Het zijn dus in de eerste plaats misdaden die ingaan tegen wat menselijk (lees: ‘mededogend, menslievend’) is. Meer hierover, ook over de herkomst van deze vertaling, op onzetaal.nl.

Gelukkig eisen niet alle vasthoudende oplettende lezers dat ik ergens tegen optreed. Zo is er iemand die mij al sinds 2004 om de zoveel tijd wijst op een nieuwe betekenis van het woord pandjesbaas.

Wat is een pandjesbaas? Definitie in de Grote Van Dale: „Baas uit een pandjeshuis.” Zoals u wellicht weet verschijnt er volgend jaar een nieuwe editie van de Grote Van Dale; ik hoop van harte dat ze dergelijke nietszeggende verwijsdefinities gaan aanpakken.

Een pandjeshuis is volgens Van Dale een pandhuis, beter bekend als lommerd of bank van lening. Kortom: een pandjesbaas is de baas van een bank van lening.

Maar is dat ook hoe pandjesbaas nu door de media wordt gebruikt? Nee, vorige week meldde het NOS-Journaal nog dat de gemeente Amsterdam pandjesbazen gaat aanpakken die via Airbnb kamers of panden verhuren aan toeristen.

Pandjesbaas wordt dus gebruikt voor ‘huisjesmelker’, een betekenis die nog niet door de voornaamste woordenboeken is vastgelegd. Maar die wel al jaren door een vaste informant van deze rubriek wordt gesignaleerd. „Gisteren, in het achtuurjournaal”, schreef hij in 2004, „werd tijdens een van de rapportages uit het Laakkwartier (door de bewuste verslaggever telkens Lakenkwartier genoemd) een buurtbewoner geïnterviewd die meende dat de buurt vooral achteruitging door het werk van huisjesmelkers. De bewuste verslaggever sprak in dit verband niet over een huisjesmelker maar over een pandjesbaas, daarmee de oorspronkelijke betekenis van dit woord wel erg uit het oog verliezend.”

Inmiddels zijn hier honderden voorbeelden van te vinden – iedereen kan ze van internet plukken. Ze blijken ook al verder terug te gaan; we vinden pandjesbaas in de betekenis ‘huisjesmelker’ al zeker sinds 1992. Wie denkt dat de lommerd of bank van lening een historisch verschijnsel is, vergist zich. Zo telt de Amsterdamse kredietbank, de ‘Stadsbank van Lening’, momenteel zes filialen, twee winkels en een veilinghuis. Ook andere grote steden hebben banken van lening.

Je kunt er geld lenen (krediet krijgen) op basis van een onderpand, bijvoorbeeld een sieraad, fiets, muziekinstrument of camera. Die spullen verpand je, je krijgt er een pandbewijs voor, het zogenoemde pandbriefje.

In de oorspronkelijke betekenis heeft pandjesbaas dus helemaal niks met pand in de betekenis ‘huis, gebouw’ te maken, maar alles met verpanden en onderpanden.