Column

Beginselpartij in het land van tulp en kaas

Dit is dus alles wat er overbleef van de dag waarop alles rechts van de VVD de straat op zou gaan om de Haagse Schilderswijk te redden van vermeende ISIS-adepten: zestig aanhangers van de Nederlandse Volks-Unie (NVU) staan tussen dranghekken onder oude bomen aan de rand van het Malieveld. En dan zijn daar de uit Vlaanderen aangereisde ‘kameraden’ – dat is hier de aanspreektitel – nog bij inbegrepen. Het voornaamste spandoek is een Nederlandse vlag met de tekst: „In het land van tulp en kaas wordt ISIS nooit de baas”. Men scandeert: „Hand in hand, terug naar eigen land.” De NVU geeft duidelijk de voorkeur aan rijmende slagzinnen.

Het had allemaal zo flink geklonken in de media. Geert Wilders en zijn PVV, de extreemrechtse gelegenheidsformatie Pro Patria, de NVU – allemaal zouden ze vandaag door de Schilderswijk paraderen, begeleid door een reeks tegenmanifestaties. Maar het mocht niet van de burgemeester, die de rechtse demonstraties naar het Malieveld verbande. Daarop heeft bijna iedereen zich afgemeld – de strijd om de straat is sine die verdaagd. De NVU heeft de demonstratieve handschoen vandaag echter opgenomen, samen met de Anti-Fascistische Actie (AFA), die overal opduikt waar neo-nazi’s en soortgelijke groepen een feestje willen houden. De AFA is door de burgemeester verbannen naar een locatie op drie kilometer afstand, het sjieke Plein 1813.

Wat zich tussen de dranghekken aan het Malieveld voltrekt, heeft iets van een toneelstukje, voor een publiek van voornamelijk politieagenten en journalisten. Hoogtepunt is een toespraak van partijleider Constant Kusters (43). Ik zou hem geen groot spreker willen noemen, maar er is ontegenzeggelijk iets fascinerends aan de manier waarop hij een groot aantal actuele thema’s – het beleid van het kabinet-Rutte, de Zwarte Piet-discussie, de ‘tikkende tijdbom’ in de Schilderswijk – aaneen rijgt.

Opvallend is Kusters’ krachtig beleden afkeer van Geert Wilders, die hij een „zionist” en een „populist” noemt. Dat laatste treft mij als een merkwaardig verwijt, vraag ik hem na afloop. Zou de NVU, die er sinds de oprichting in de jaren zeventig nooit in geslaagd is ergens de kiesdeler te halen, niet ook verlangen naar een massabasis als die van de PVV? Dat gaat nooit gebeuren, denkt Kusters. De NVU wil onderwerpen aanjagen en op de politieke agenda zetten, en is daarmee succesvol.

De NVU ziet zichzelf dus als een ‘volksnationale’ beginselpartij, en dat sluit gemakkelijk populisme uit. Maar hoeveel Nederlanders voelen zich in het stemhokje of daarbuiten aangetrokken tot een partij met zo’n profiel? Weliswaar ontbreken vanmiddag runentekens of verwijzingen naar de Germaanse stam en wat dies meer zij. Maar als Kusters aan het eind van zijn toespraak enthousiast „Volk sta op!”, „Voor Volk en Vaderland!” en „Houzee!” roept, zijn dat onmiskenbaar verwijzingen naar het Nederlandse nationaal-socialisme vóór 1945. Is dat niet een probaat recept voor politieke zelfmarginalisatie? „Ach”, zegt de leider vriendelijk, „daar kan ik echt niet mee zitten.”