Allegaartje van brigades zonder centraal bevel

Gematigde Syrische rebellen spelen hoofdrol in Obama’s aanvalsplan tegen IS. Hij wil hen trainen en bewapenen, zij moeten het vuile werk opknappen. Hoe is het met de gematigde rebellen?

Strijders van het Vrije Syrische Leger, vorige week in de stad Aleppo. Foto Reuters

De gematigde Syrische oppositie was een paar jaar terug gemakkelijk op te sporen. Syriërs die een politiek alternatief voor president Bashar al-Assad wilden vormen, hielden bijeenkomsten in Istanbul. De rode loper lag in buurland Turkije voor hen uit. Turkse media brachten optimistische verslagen van hun vergaderingen in het luxe Sheraton-hotel.

Aan de Turkse grens met Syrië liepen commandanten rond van het Vrije Syrische Leger (VSL), de gewapende tak van wat de gematigde Syrische oppositie wordt genoemd. Turkije was gul met verblijfsvergunningen, medische zorg en onderdak. Elke vrijdag stonden voor het Syrische consulaat in Istanbul boze Syriërs die het aftreden eisten van Assad.

Dat was ruim drie jaar en tweehonderdduizend doden geleden.

Nu spelen de gematigde Syrische rebellen een hoofdrol in het aanvalsplan van de Amerikaanse president Obama tegen de Islamitische Staat. Hij wil hen trainen en bewapenen, zodat ze in Syrië het vuile werk kunnen opknappen. Maar kunnen ze dat wel? En willen ze dat ook? President Assad was immers hun belangrijkste vijand.

Wie de gematigde Syrische oppositie wil vinden, moet tegenwoordig zijn best doen. Analisten gebruiken het woord ‘gematigd’ alleen nog tussen aanhalingstekens. Het VSL is een allegaartje van honderden kleine, verzwakte rebellenbrigades die nog maar een fractie van Syrië in handen hebben. Ze worden volledig overschaduwd door jihadistische groepen.

IS in Turkse ziekenhuizen

Hoopvolle verhalen over de politieke koepel van de tegenstanders van Assad, de Syrische Nationale Coalitie, zijn er vrijwel niet meer. Turkse media berichten nu eerder over de leiders van IS die in Turkse ziekenhuizen worden verpleegd.

Het Syrische consulaat is al lang gesloten. Syriërs bedelen in Istanbul op straat, werken tegen lage lonen in naaiateliers of staan voor het Zweedse consulaat om asiel aan te vragen. Ze hebben de hoop op een spoedige regimeverandering opgegeven.

De Syrische Nationale Coalitie (SNC), de politieke tak van de gematigde oppositie, zit intussen in een onopvallend kantoorpand met spiegelende ruiten in een goede wijk achter de Atatürk-luchthaven. Om de paar minuten komt een vliegtuig laag over. Binnen wordt druk geschreven aan verklaringen in verschillende talen. Jonge medewerkers werken grafieken met dodentallen op de website bij.

De politieke oppositie in ballingschap in Turkije een stuk strakker georganiseerd dan in het begin. De volzinnen rollen soepel uit de mond van Khalid Saleh, één van de oprichters en bestuursleden, die vóór de opstand tegen president Assad een marketingbedrijf in de VS runde.

Om de paar minuten kijkt hij op zijn telefoon en wordt zijn frons dieper. „Crisis.” Zeventien kinderen in Syrië zijn overleden nadat ze werden ingeënt tegen mazelen. De vaccins kwamen van Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), maar ze zijn verspreid via de Syrische oppositie. Het is de zoveelste reden voor Syriërs om zich af te keren van de oppositie.

Hopeloos verdeeld

De gematigde Syrische oppositie is er niet in geslaagd een geloofwaardig alternatief te vormen voor het regime, waardoor een vacuüm ontstond dat IS heeft gevuld. „Assad is slim”, zegt Saleh. „Hij zei: ‘ga je gang, bevrijd maar een stad’. Hij trok zijn troepen terug en schoot daarbij de ziekenhuizen en scholen in puin. Burgers verwachten diensten, maar daarop was het VSL niet voorbereid. Mensen zeiden: er is geen politie, geen ziekenhuis, geen school. Maar wel luchtaanvallen.”

Vanaf het begin van de oorlog was de kloof tussen de oppositie in Turkije en de milities op het slagveld in Syrië enorm. De brigades van het VSL trekken zich weinig van het centrale bevel aan. „Totaal geen verbinding”, geeft Saleh volmondig toe.

De oppositie is bovendien hopeloos verdeeld. Dat geldt zowel voor de politieke als de militaire tak, die bestaat uit zelfstandig opererende brigades die steeds wisselende allianties aangaan. Vorig jaar liep een groot aantal over naar het Islamitisch Front, nu de grootste rebellenalliantie. Vanuit een commandocentrum in Saoedi-Arabië willen de Amerikanen nu proberen hier meer een eenheid van te maken.

De chronische verdeeldheid is het gevolg van de onderdrukking in Syrië, zegt Hüseyin Oruc, bestuurslid van IHH, de grootste Turkse organisatie voor mensenrechten en humanitaire hulp die gedurende de hele burgeroorlog in grote delen van Syrië was. „Er bestond totaal geen maatschappelijk middenveld in Syrië. Nog geen drie mensen konden bij elkaar komen.”

IHH heeft nauw contact met de Syrische oppositie. „Vanaf het begin van de opstand was het probleem van de oppositie dat je geen overheid op afstand kunt zijn”, zegt Oruc. „Je moet daar zijn. Bij je gewapende groepen. De meesten leden van de politieke oppositie zijn misschien al veertig jaar niet in Syrië geweest.”

Het zijn handicaps die IS niet heeft. Bij de jihadisten zijn politiek en strijd één. In de veroverde gebieden zetten ze onmiddellijk een bestuursstructuur op en zorgen ze met ijzeren hand voor openbare orde. Ze blijken bovendien de financiële middelen te hebben om een minimum aan bestaanszekerheid te garanderen.

Momentum gemist

De gematigde oppositie heeft het momentum gemist, erkent bestuurder Saleh in Istanbul. Pas begin 2013 is de schaduwregering opgericht die de rebellengebieden in Syrië moest gaan besturen. Als die meteen deze regio’s was ingetrokken, was ze IS nog enigszins voor geweest. In plaats daarvan ging eerst een half jaar verloren met gesteggel over de keuze van de premier en andere zaken. Daarna was IS al zo sterk, dat het te gevaarlijk was geworden.

De oppositie probeert van alles om het tij te keren. Saleh heeft tegenwoordig twee petten op. In een poging de kloof tussen de milities en de politiek te verkleinen is hij ook secretaris-generaal van ‘De beweging van Standvastigheid’ (Harakat Hazm), momenteel met ongeveer 5.000 man de grootste militie binnen het VSL. Al sinds begin dit jaar worden ze door Amerikanen bewapend en getraind.

Met zijn militaire pet op laat hij merken dat het restant van de gematigde oppositie cynischer is geworden over hoe de internationale gemeenschap te werk gaat. „De internationale gemeenschap zal handelen vanuit zijn eigen behoeften”, zegt Saleh. „Wij dus ook. Tegen IS kunnen we de verantwoordelijkheid delen. Maar we willen geen oorlog met IS voeren terwijl Assad achterover leunt, zich ontspant en hergroepeert. IS heeft ongeveer 10.000 Syriërs gedood, Assad 250.000.”