Afghaanse rivalen gaan macht delen

Na een maandenlange impasse over de verkiezingsuitslag wordt Ashraf Ghani de nieuwe president.

Ashraf Ghani (rechts) schudt de hand van zijn aartsrivaalAbdullah Abdullah. Ghani wordt president maar met hoeveel stemmen hij is verkozen blijft onduidelijk. Foto Reuters

Ruim drie maanden lagen de presidentskandidaten Ashraf Ghani en Abdullah Abdullah met elkaar overhoop over de uitslag van de verkiezingen van juni. Gisteren ondertekenden ze eindelijk een akkoord over het delen van de macht, live uitgezonden op de Afghaanse nationale televisie.

Oud-minister van Financiën Ghani wordt president. Abdullah, eerder minister van Buitenlandse Zaken in hetzelfde kabinet als Ghani, heeft het recht een ‘hoogste uitvoerder’ te benoemen, vergelijkbaar met een premierschap. Ghani en Abdullah omhelsden elkaar na de ondertekening. Beiden gelden als pro-westers.

De huidige president Hamid Karzai, die na bijna dertien jaar vertrekt, feliciteerde beide kandidaten. „Wij [de regering] waren niet betrokken bij de afspraken om de macht te delen. Het is hun verantwoordelijkheid. Ik hoop dat ze kunnen doen wat ik niet deed.”

Een van Ghani’s eerste taken na zijn inauguratie op 29 september is de ondertekening van het bilaterale veiligheidsverdrag met de VS, dat Karzai eerder weigerde te bekrachtigen, ondanks goedkeuring ervan door een nationale loya jirga – een vergadering van stamoudsten, politici en prominenten. Dat zal „circa een week” na de inhuldiging gebeuren, zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, die een grote rol speelde in het samenbrengen van de twee kemphanen.

Het veiligheidspact voorziet in stationering van een aantal Amerikaanse commando’s voor contra-terrorisme-acties en zo’n 10.000 Amerikaanse militairen ter training van de Afghaanse veiligheidstroepen. Na ondertekening kan ook een NAVO-overeenkomst bekrachtigd worden, die naar verwachting voorziet in zo’n 5.000 trainers. Nederland wil daaraan meedoen met maximaal honderd man.

Het uitblijven van ondertekening bracht forse donorgelden in gevaar, die onder meer worden gebruikt voor de financiering van de Afghaanse veiligheidstroepen en de betaling van ambtenarensalarissen.

Het einde van de politieke impasse is goed nieuws voor Afghanistan, maar ook voor de ruim veertig landen, waaronder Nederland, die troepen en donorgelden hebben geleverd in de strijd tegen Al-Qaeda en de Talibaan die eind 2001 begon. Tot nu toe sneuvelden bijna 3.500 militairen van de door de NAVO geleide troepenmacht. Het vestigen van een levensvatbare democratie, overtuigend gedragen door de Afghanen, was het politieke streven. Op de valreep dreigden Ghani en Abdullah met hun ruzie echter roet in het eten te gooien.

Abdullah, wiens achterban vooral bestaat uit Tadzjieken (circa een derde van de bevolking), weigerde de voorlopige uitslag te accepteren volgens welke Ghani ruim 56 procent van de stemmen kreeg. Hij beschuldigde Ghani – die gesteund wordt door Afghanistans dominante etnische groep, de Pashtun (ruim 40 procent van de bevolking) – van verkiezingsfraude. Abdullahs Tadzjiekse aanhangers riepen op tot afscheiding en het uitroepen van een eigen regering. Dat leidde tot internationale bezorgdheid: van 1992 tot 1996 woedde een wrede burgeroorlog waarin Pashtun en Tadzjieken tegenover elkaar stonden.

Bemiddeling van Kerry en de VN leidde tot controle van miljoenen stembiljetten. Die vond plaats in een hangar op het militaire vliegveld in Kabul. Diverse keren trokken Ghani en Abdullah woedend hun toezichthouders bij het onderzoek terug, waarmee de vrees voor onrust toenam. Onduidelijk is of er nog een definitieve uitslag bekend wordt gemaakt.

Volgens Thijs Berman, leider van de EU-verkiezingswaarnemers, die ook toezicht hielden op het stemmenonderzoek, bracht dat „een grote hoeveelheid fraude aan het licht”, gepleegd in alle provincies – dus waarschijnlijk door beide kandidaten. Volgens Berman toont dat „een onacceptabel gebrek aan respect voor de vele Afghanen, mannen en vrouwen, die grote persoonlijke risico’s namen om in vrijheid hun stem uit te brengen”.

De tekst van het akkoord tussen Abdullah en Ghani is niet bekend gemaakt, maar werd ingezien door journalisten. Er zou sprake zijn van een verregaande machtsdeling, maar ook van vage afspraken. Gelet op de eerdere animositeit tussen Ghani en Abdullah, biedt het geen garantie op een stabiele regering.