‘62 procent provinciale wegen is onveilig’

Dat staat in het nieuwste nummer van Kampioen, het ledenblad van de ANWB

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

‘Gevaar in de polder, 62 procent provinciale wegen is niet veilig’. Dat staat op de cover van het september-nummer van Kampioen, het ledenblad van de ANWB (bijna vier miljoen leden). Is het echt zo gevaarlijk op de provinciale wegen? We checken of het percentage klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Eerst nog even iets anders, wat zijn provinciale wegen precies? Het gaat in de meeste gevallen om tweebaanswegen met verkeer in tegenovergestelde rijrichting waar doorgaans 60, 80 of 100 kilometer per uur mag worden gereden. De wegen zijn in beheer bij de provincie.

Het percentage komt uit het onderzoek Verkeersveiligheid provinciale wegen van de ANWB, dat september vorig jaar werd gepubliceerd. Voor dit onderzoek zijn alle provinciale wegen geanalyseerd in 2011 en 2012. Dat gebeurde met een speciale meetwagen met camera’s. In totaal werd zo’n 7.300 kilometer gefilmd.

En, klopt het?

Al het videomateriaal van het provinciale wegennet is door de onderzoekers bekeken. Daar werd de onderzoeksmethode ‘EuroRAP’ bij gebruikt. Bij dit programma – dat in veel Europese landen als standaard wordt gebruikt – worden sterren toegekend: een weg met één ster geldt als zeer onveilig, oplopend tot de maximale veiligheidsscore van vijf sterren. 57 procent van de wegen kreeg twee sterren, 6 procent één ster. Beide sterren zijn onvoldoende, vanaf drie sterren is het veilig. Dat betekent dat in totaal 63 procent van de wegen onveilig is.

Naar welke risicofactoren keken de onderzoekers zoal?

Op zeker 80 procent van de provinciale wegen zijn ‘potentieel gevaarlijke objecten’ binnen 5 meter vanaf de buitenste rand van de rijbaan aangetroffen. Deze objecten – met name bomen – zijn niet afgeschermd door een vangrail.

Een veilige rijstrook moet minimaal 3,25 meter breed zijn, blijkt uit internationaal onderzoek. Dan kan je goed koers houden en een eventuele afwijking corrigeren. In de analyse van de ANWB staat dat liefst 88 procent van de provinciale wegen onder die breedte zit.

86 procent van de provinciale wegen heeft één rijstrook per rijrichting en geen scheiding, zoals een middenberm. Daardoor is de kans op frontale botsingen groot. Wat ook niet helpt is dat bij 36 procent van de wegen géén asstreep zit óf slechts een enkele asstreep.

Ook de situatie op kruispunten kan veiliger. Op 57 procent van de kruispunten staan geen verkeerslichten of ontbreken opstelstroken voor afslaand verkeer. Hiermee is de kans groter dat je te ver naar het midden oprijdt, waarmee de kans op een frontale aanrijding toeneemt.

De oplettende lezer had het waarschijnlijk al door: Kampioen schrijft dat 62 procent van de provinciale wegen onveilig is, terwijl uit het onderzoek blijkt dat het om 63 procent gaat. Waar zit het verschil?

Het blijkt een foutje van het blad. Toen het onderzoek vorig jaar uitkwam was de conclusie dat 62 procent van de wegen onveilig was. Maar vervolgens is er na feedback van de provincies een kleine correctie gekomen op de berekening, waardoor het percentage op 63 procent uitkwam. Dit is aangepast in de digitale editie van het rapport en op de website van de ANWB. Maar Kampioen heeft nu abusievelijk het oude percentage gebruikt in het artikel.

Conclusie

62 procent van de provinciale wegen is niet veilig, schreef Kampioen in de nieuwste editie. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van de ANWB. Dit rapport lijkt betrouwbaar en is grondig gedaan, alle provinciale wegen in Nederland zijn geanalyseerd (7.300 kilometer). Wel gebruikt Kampioen een verkeerd percentage in het artikel, want in werkelijkheid is 63 procent van de provinciale wegen onveilig. Omdat het verschil zo klein is beoordelen we de stelling als grotendeels waar.