Je hoeft je niet meer te schamen voor Nederlandse wijn

DIEREN - De oogst van Nederlandse wijndruiven bij biologische wijngaard Domein Hof te Dieren. Door de mooie zomer wordt een goede opbrengst verwacht. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN Foto ANP

Dit en volgend weekend is het ‘Open Dag Nederlandse Wijngaarden’. Worden deze dagen nu een belevenis voor liefhebbers? Of komen juist de ramptoeristen aan hun trekken? Wijnschrijver Harold Hamersma over wijn van eigen bodem.

Een kleine tien jaar geleden werden in een artikel in het Belgische Standaard Magazine onze vinologische inspanningen in slechts tien woorden afgeserveerd. ‘Te koud, te nat, te plat. Nederland is geen wijnland’, luidde het oordeel. Toen zag ik in ieder geval geen reden om op hoge poten een ingezonden brief te sturen. Terugbladerend in mijn oude proefnotities bij Nederlandse wijnen lees ik:

‘Rauw, grof, stinkt, rubberachtig, onzuiver.’

En ook: ‘Oei!’

Misschien wel het meest illustratief voor mijn bevindingen was het bezoek dat ik destijds tijdens de oogst bracht aan een domein in Gelderland. Daar stonden kratten opgestapeld vol schimmelige, beschadigde en beteuterde druiven. Op mijn vraag aan de dienstdoende agrariër of deze bedoeld waren om te composteren, reageerde hij geschokt. Dit was het resultaat van een strenge selectie: hier ging hij wijn van maken.

Nederlandse wijn in KLM Business Class

Maar ik zie een kentering. Vooral de afgelopen paar jaar krijg ik steeds betere wijnen van eigen bodem in het glas. In een aantal Nederlandse sterrenrestaurants maakt de vaderlandse driekleur rood-wit-rosé inmiddels deel uit van het wijnarrangement. Niet alleen omdat ‘authenticiteit’, ‘ambachtelijk’ en vooral ‘lokaal’ tegenwoordig nu eenmaal gastronomische buzzwords zijn. Maar simpelweg ook omdat de kwaliteit flink vooruit is gegaan.

En dat bijvoorbeeld ook KLM zijn gasten in de Business Class trakteert op Nederlandse wijn is niet uit louter chauvinistische overwegingen. Tijdens blindproeverijen kwam verschillende malen wijn van eigen bodem als winnaar uit de bus.

Ook ik ben een paar keer blij verrast. Bij de proeverijen die ik organiseer, en waarbij ik met verschillende specialisten maandelijks een honderdtal wijnen proef, schaarden zich onder de beste het afgelopen jaar twee keer een wijn uit Limburg en eenmaal eentje uit Zeeland. In de nieuwe editie van De Grote Hamersma staan acht Nederlandse wijnen, terwijl het er in de vorige nog maar twee waren.

Recentelijk ook proefde de Engelse wijnschrijver Jancis Robinson de wijnen van onder andere De Colonjes, Gelders Laren, de Apostelhoeve, Achterhoekse Wijnbouwers en de Kleine Schorre. “So surprised by how well made they were”, luidde haar oordeel in een artikel met de kop ‘My most surprising taste ever’.

Piepkleine perceeltjes

Niet alleen de kwaliteit neemt trouwens toe. Ook het aantal wijnbedrijven groeit. Tegenwoordig wordt er in alle provincies wijn gemaakt. Jaarlijks ruim een miljoen flessen, afkomstig van meer dan honderdvijftig producenten, waarvan het gros werkt op piepkleine perceeltjes, vaak niet groter dan een hectare. (Ter illustratie: het grootste wijnland, Frankrijk, rekent dit jaar op 45 miljoen hectoliter.)

In eerste instantie werden daar klassieke, oude druivenrassen op aangeplant als pinot blanc, pinot gris, chardonnay en müller-thurgau. Omdat er in Nederland echter weinig bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan, wordt ondertussen ook volop gewerkt met nieuwe, schimmeltolerante rassen als regent, rondo, cabernet cortis en johanniter.

Over welke nu het meest geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat, bestaat al jaren discussie. Marius van Stokkom van De Linie in het Brabantse Made, samen met de Apostelhoeve het oudste wijnbedrijf van Nederland, zweert bij de klassiekers:

“Als die in Duitsland en Luxemburg mooie resultaten geven, kan dat hier ook.”

Mijn ervaring is dat Nederland inmiddels is als ieder ander wijnland: je hebt er goede en slechte wijnmakers. Dit en volgend weekend wordt u door beide met open armen ontvangen.