Zeven miljard mobieltjes

Hoe komt het dat alles altijd slechter wordt en we er toch beter voor staan dan ooit? De wereld lijkt deze dagen hard bergafwaarts te gaan. Allereerst is er het geopolitieke drama van deze zomer, de kanonnen van augustus. En achter de donkere wolken van MH17, Oekraïne, Gaza, ISIS en ebola, liggen helaas langetermijntrends die ook de verkeerde kant op wijzen. Het is moeilijk te geloven dat volgende generaties het beter zullen krijgen. De spectaculaire groei van de ongelijkheid in de wereld is zorgwekkend. Zo bezitten de 85 rijkste personen in de wereld evenveel als de 3,5 miljard inwoners van de onderste helft tezamen. Ook de fysieke last is ongelijk verdeeld. Klimaatverandering lijkt onmogelijk onder controle te brengen en juist de arme landen lijden onder de gevolgen van droogte, stormen en zeespiegelstijging. Zelfs de intellectuele wereld is niet immuun voor de neergang. Kijk om u heen: men weet en leest alleen maar minder!

De natuurkundige metaforen voor dit zinkend gevoel dringen zich op. Deze neergaande beweging lijkt even onvermijdelijk als de werking van de zwaartekracht. Geld, macht, invloed trekken elkaar aan en ballen zich samen. En de tweede hoofdwet van de thermodynamica suggereert dat de wanorde in de wereld alleen maar kan toenemen. Dingen slijten, gaan kapot en raken zoek.

Maar dan is er de paradox. Een groot gedeelte van de wereldbevolking leidt een beduidend beter leven dan hun ouders en grootouders. Gemiddeld leeft men langer en gezonder, heeft meer vrije tijd, kan meer kopen en, moeilijk te geloven, ervaart minder geweld. Hoe is dit gevoel van vooruitgang te rijmen met het sombere beeld van de krantenpagina’s?

We kunnen de paradox zelfs in een wiskundig beeld formuleren. Welke grafiek helt op ieder punt naar beneden en eindigt uiteindelijk toch omhoog? Het antwoord is simpel: de zaagtand. De continue afdaling wordt onderbroken door uitzonderlijke en instantane gebeurtenissen die een discrete sprong omhoog maken.

Wetenschap en technologie zijn de belangrijkste motoren voor deze sprongen omhoog. De historische voorbeelden zijn legio – van penicilline tot aidsremmers, van de wc tot de microchip. Technologische vooruitgang heeft vele producten goedkoper gemaakt, zodat men zelfs met een stagnerend inkomen zich meer kan veroorloven. Dat geldt voor dagelijkse boodschappen en luxe goederen als breedbeeldtelevisies en computers.

Het beste voorbeeld van zo’n transformerende technologie dragen we letterlijk bijna allemaal bij ons. Het is de opvallende uitzondering op de wet van de ongelijke verdeling. Bijna alles in de wereld correleert namelijk met welvaart, of het nu voeding, elektriciteit, sanitair, opleiding of gezondheid is. Alles behalve mobiele telefoons.

Ergens deze zomer is de wereld een belangrijk punt gepasseerd. Er zijn nu evenveel actieve mobiele abonnementen als mensen op deze planeet, ongeveer 7 miljard. De betekent nog niet dat iedere wereldburger een mobiel heeft, want menigeen bezit meerdere toestellen. Maar zelfs in Afrika ligt het mobiele gebruik rond de 70 procent, terwijl slechts 2 procent van de mensen daar een vaste telefoonlijn heeft. De grote uitzondering is Noord-Korea, waar minder dan een op de tien inwoners mobiel te bereiken is.

Dit onvoorstelbare record van 7 miljard mobieltjes is des te treffender als je je realiseert dat er nog steeds zo’n 2,5 miljard mensen zijn zonder adequate sanitaire voorzieningen en 1,4 miljard zonder toegang tot elektriciteit. Dat laatste is een acuut probleem, omdat het opladen van telefoons van levensbelang is geworden.

De groei is vooral spectaculair in de lage- en middeninkomenslanden. De mobiele telefoon is dan ook een geschenk voor ontwikkeling genoemd. De economische waarde van een mobieltje ligt hoger in Afrika dan waar dan ook. In landen met slechte wegen, een zwakke overheid, gebrekkige gezondheidszorg en onderwijs is de telefoon een substituut geworden voor krant, bankpas en paspoort. Sms-berichten herinneren mensen hun medicijnen in te nemen of naar school te gaan. Telefoonminuten zijn een universele munteenheid geworden en hebben traditionele banken buitenspel gezet. Telecommunicatie helpt mensen hun belastingen te betalen en examen te doen. En ook al is de impact van sociale media tijdens de allang verdorde Arabische lente waarschijnlijk te rozig voorgesteld, mobiele technologie speelt een cruciale rol in de stimulering van burgerparticipatie. Mensen worden aangemoedigd te stemmen en corruptie te rapporteren.

Zoals iedere technologische revolutie heeft ook deze zijn schaduwkanten. Big Brother luistert mee en niet iedereen heeft gelijkelijk toegang tot het internet. In de vijftig minst ontwikkelde landen heeft 90 procent geen breedbandverbinding. Maar zelfs een enkele smartphone in een afgelegen dorp, vaak verkrijgbaar voor minder dan 100 euro, kan wonderen doen, mits verbonden met het internet.

De zeven miljard mobieltjes stonden niet op de voorpagina, maar de realisatie van universele mobiele verbinding zou weleens het grote en goede nieuws van onze tijd kunnen zijn.