Weerbare kaken

Een paar weken geleden was het weer zo ver: de kleurenbijlage van de International New York Times. Vol met foto’s van boos kijkende fotomodellen en horloges die op tien over tien staan. Als u denkt dat de wereld steeds armer en chaotischer wordt, dan hebt u zich vergist. Daar heb ik het al eens over gehad. Deze keer was ik op zoek naar bewijzen van de nieuwe mode en al op pagina 18 en 19 (van de 130) vond ik wat ik zocht. Je ziet daar drie broeierig kijkende heren, tussen de dertig en veertig, tegen een achtergrond van een grote volle boekenkast. Ze zijn volgens de laatste mode ongelofelijk mooi aangekleed. De ene staat, de middelste zit op de grond, de derde in een stoel. Twee van hen hebben een baardje.

Daar gaat het hier om. Gezichtsbeharing is in de mode, al jaren, misschien sinds de eeuwwisseling. Niet door de vernieuwers van een modehuis uitgevonden maar spontaan ontstaan. Voor de goede orde, ik heb ook zo’n begroeisel, niet uit modieuze overwegingen maar door een samenloop van omstandigheden. Een jaar of veertig geleden kreeg ik longontsteking, werd beter en wilde me weer gaan scheren zoals mijn vader me dat had geleerd. Eerst vijf minuten met een kwast inzepen om de stoppels week te maken, dan met een veiligheidsscheermesje mijn wangen weer glad maken en tenslotte aftershave erop. Na twee minuten inzepen wilde mijn arm niet meer. Verzwakt door de ziekte. Ik dacht: voor vandaag geloof ik het wel. De volgende dag weer een poging gedaan en weer mislukt.

Toen heb ik besloten mijn baard te laten staan. Een echte baard als van Sinterklaas is het nooit geworden. De haartjes mogen ongeveer twee millimeter lang worden en dan gaat de tondeuse erop. Toch was het voor een buurjongetje genoeg om me telkens weer met een Bèèèh! te begroeten. Dat zal je nu niet meer horen. Ook de buurjongetjes gaan met hun tijd mee.

Heel vroeger hadden alleen zeelui een baard. In die kringen vind je geen mannen die de trend in de mode zetten. En volgens mijn geheugen had je ook geen soldaten met een baard. Misschien mocht dat niet, maar in ieder geval gingen de heren goed geschoren de veldslag in. Veel moslims dragen een baard, maar uit andere overwegingen. Hoe komt het dat zoveel westerse mannen het scheermes hebben afgedankt en dat de goed getrimde baarden zelfs in een internationaal modetijdschrift de toon zetten?

Een langere baard is tegenwoordig een teken van godsdienstige gezindheid. Maar hoe moet je iemand duiden die eruit ziet alsof hij zich een paar weken niet geschoren heeft? Een baard, van verwaarloosde stoppels tot het formaat van een flinke sik is een bewijs van manlijkheid. Maar dat is nog geen verklaring waarom mannen juist in deze tijd van crisis en toenemende chaos een baardje laten groeien.

Er is een ontwikkeling die min of meer parallel loopt met de verbreiding van de baardmode: de groei van internet, de digitale cultuur en de bijna absolute vrijheid van meningsuiting. Ben je het gloeiend met iemand eens of wekt hij je onverzoenlijke haat dan stuur je hem een mailtje. De brutaalste oplichterij, de platste pornografie, het is allemaal mogelijk geworden dankzij het wereldwijde web. En dat heeft zijn gevolgen gehad voor de verdraagzaamheid en de omgangsvormen. Misschien wel in de hele wereldgeschiedenis is er geen medium waarop zoveel mensen elkaar zo bedreigend, genadeloos, grof uitschelden als in deze tijd van internet. Die scheldcultuur is binnen een kwart eeuw tot ontwikkeling gekomen. En de wereldbevolking blijft onstuitbaar verder groeien, terwijl de digitale apparatuur steeds geraffineerder wordt.

Is het dan een wonder dat de moderne man zich op preventieve maatregelen gaat bezinnen? En hij heeft geluk. De schepping en de evolutie hebben hem uitgerust met gezichtsbeharing die een afschrikwekkende werking kan hebben. Denk aan Blauwbaard, Barbarossa of de kapitein van de zeerovers in Bulletje en Boonestaak. Bovendien is de beharing gratis en door je niet te scheren bespaar je je iedere dag zeker tien minuten. En dan ga je naar buiten met weerbare kaken. Geen wonder dat de modekoningen zich van het ringbaardje hebben meester gemaakt.