Wat ging er mis voor yes?

Een knappe, aanvallende campagne maakte de nationalisten tot een serieuze bedreiging voor de Unie. Maar op veel vragen hadden ze geen antwoord.

Foto AP

De ochtend na het referendum zijn de meeste blauw-witte Yes-vlaggen, buttons en posters al verdwenen tussen Dundee en Edinburgh. Alleen de duizenden stickers op lantarenpalen, vuilnisbakken en standbeelden zullen de komende maanden nog de stille getuigen zijn van een verloren strijd.

In totaal stemde 55 procent van de Schotten donderdag tegen en 45 procent voor de onafhankelijkheid. De Schotse premier Alex Salmond maakte daarop bekend op te stappen op als regerings- en partijleider.

Als het louter aan aanwezigheid op straat had gelegen, zouden de nationalisten hebben gewonnen. En ze hadden het momentum mee: in twee jaar tijd wisten zij de afstand tot de tegenstanders van onafhankelijkheid te verkleinen tot vier, twee, één procent. Twee weken geleden voorspelde één peilbureau zelfs een overwinning.

‘Yes’ won de sociale-mediaslag

De Yes-campagne zat knap in elkaar. Omdat de nationalisten wisten dat zij de underdog waren, en peilingen uitwezen dat slechts een derde van de Schotten voor onafhankelijkheid was, begon het team al vroeg kiezers te benaderen. „We wilden het van onderaf opbouwen”, vertelde Stephen Noon, campagnestrateeg van Yes, enkele weken voor het referendum.

De nationalisten wisten heel duidelijk wie er overgehaald moesten worden. Een kern was er met de aanhang van de Scottish National Party (SNP), aangevuld met Labour-kiezers en mensen die niet eerder stemden. „We doen het goed onder de laagste bevolkingsgroepen, minder goed in de grensstreek”, zei Noon. De SNP wilde de onvrede met ‘de politiek’ omzetten in stemmen.

Daarom zette Yes ook nauwelijks politieke kopstukken in: „Ons doel was dat je over onafhankelijkheid hoorde van je beste vriend, buurman, neef. We hadden geen controle over wat de traditionele media schreven, maar als we de sociale-mediaslag zouden winnen…” En dat lukte.

Better Together had het lastiger. De grootste drie Britse partijen, met heel andere toekomstvisies, probeerden één boodschap uit te dragen, en lieten dat over aan oud-minister van Financiën Alistair Darling. Hij richtte zich voornamelijk op de risico’s van onafhankelijkheid. Maar terwijl hij zijn best deed, leken de drie partijleiders zelfgenoegzaam. De peilingen wezen immers uit dat het wel goed zou komen.

Ondertussen bouwde Yes voort aan een vrijwilligersleger, een achterban en een boodschap. Die was eerst „we kunnen onafhankelijk worden” (we zijn rijk genoeg), vervolgens „we zouden onafhankelijk moeten worden” (we kunnen het zelf zoveel beter) en uiteindelijk „we moeten onafhankelijk worden” (ga stemmen). Begin zomer had de campagne de helft van de kiezers bereikt.

De paniek bij Better Together sloeg begin zomer toe, helemaal nadat na een voor Darling succesvol eerste debat met de Schotse premier Alex Salmond, het tweede glansrijk door Salmond werd gewonnen. Darlings waarschuwingen over de munteenheid en de economische risico’s leken uitgewerkt. Salmond zette ze weg als „bangmakerij”. De naam van Better Together werd veranderd naar No Thanks, en vorige week naar Love Scotland, Vote No. Maar de boodschap werd niet aangepast.

Maar klopte de utopie wel?

Toch ging het mis voor Yes. Dat hebben nee-stemmers deels te danken aan Gordon Brown. De oud-premier – die altijd al aanzienlijk populairder was in zijn Schotse thuisland dan in Engeland – dook na het tweede desastreuze debat op. Dat was niet onverwacht. Wel onverwacht was de emotie en passie waarmee Brown de Unie verkocht.

Begin deze week zei hij bijvoorbeeld: „We zijn al een natie, daarvoor hoeft u niet naar het stembureau. We hebben al een parlement, daarvoor hoeft u niet naar het stembureau. Het enige wat er op tafel ligt, is of u alle laatste banden die er zijn met de rest van het Verenigd Koninkrijk wilt doorsnijden.” Het was een krachtig argument.

De peilingen schudden nee-stemmers wakker. Zij beseften dat, met nog twee weken te gaan, ze de Unie konden verliezen. No Thanks werd opeens zichtbaar en hoorbaar. Banken, bedrijven, politici waarschuwden, en wezen op het grootste mankement van Yes: op veel vragen hadden de nationalisten geen antwoord. Kon de utopie die werd voorgeschoteld wel worden waargemaakt?

Kleine signalen wezen op de omslag: het ene raam tussen een rij van Yes-posters in een universiteitswijk in Edinburgh waar iemand een zelfgemaakte poster met ‘maybe’ had hangen, de kiezer in Dundee die niet wilde zeggen wat hij had gestemd, de boer in Fife die een No op een hooibaal had gekalkt. En toen de uitslagen binnendruppelden, bleken zij in de meerderheid te zijn.