Ruud de Wild, dj

Wanneer dronk u uw eerste glas?

„Ik zal 18 zijn geweest. Een glas rood in een pizzeria, met mijn vriendinnetje. Ik vond het niet te zuipen.”

Hoe heeft u uw smaak ontwikkeld?

„Op mijn twintigste ging ik met de ouders van een vriendje mee naar de Provence. Daar haalden we in een jerrycan rode wijn bij een wijnboer. Dat vond ik lekker ruiken. Zo is het begonnen.”

U verzamelt.

„Het mag geen naam hebben. Ik heb een klimaatkast van twee meter hoog en een meter breed. Die ligt helemaal vol: tweehonderd flessen. Ik vind het fijn om te zien wat ik heb. Dat ik nooit word overvallen door het gevoel: ‘ik heb niets in huis’. Of het een investering is? Ja, in mezelf. Wijn moet je opdrinken.”

Wat is uw favoriete fles?

„Ik heb een vriend die veel verstand heeft van wijn en die precies weet welke etage van mijn klimaatkast hij moet hebben. Ik zeg maar niet hardop hoe wij die wijnen noemen. Nou, heel zachtjes dan: proletenwijntjes. Omdat ze zo duur zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat ze ook heel goed zijn.”

Wat moet er in uw laatste glas zitten?

„Misschien dan toch een keer zo’n oude Pétrus van 800 euro. Ik dronk ooit een rode wijn uit 1954, die smaakte veel frisser dan ik voor mogelijk had gehouden.”

Monique Snoeijen