Robotrevolutie

De nieuwe industriële revolutie is al halverwege. Robots hébben al veel werk overgenomen. En het wordt alleen maar meer. Tijd voor serieus onderzoek.

Het kan niet moeilijk zijn. Een kabeltje doorknippen. Een moertje losdraaien. Een virusje uploaden. De stekker eruit trekken. En voilà, die hoogtechnologische, superefficiënte robot die je werk dreigt over te nemen, doet helemaal niks meer.

De robots komen onze banen halen, het is al zo vaak gezegd. Daar kun je je als werknemer zorgen over maken, maar als werkgever ook. Want dat is ook al vaak gedaan: machines saboteren uit angst voor de vooruitgang. Neem de Britse wevers, de ‘luddieten’, die hun banen één voor één afgepakt zagen worden door enorme weefmachines die je op een paar goedkope kinderen kon laten draaien. Uit wanhoop sloegen ze de dure apparatuur kapot. Tevergeefs natuurlijk, ze hielden de industriële revolutie er echt niet mee tegen.

De nieuwe industriële revolutie, de robotrevolutie, is al halverwege. Onopgemerkt – de gewone mens weet nauwelijks iets over die miljoenen industriële robots die dag en nacht plaatjes staan te lassen en doosjes staan in te pakken in uitgestorven fabriekshallen. Alleen al in Japan zijn het er 300.000. Vorig jaar kwamen er wereldwijd nog eens 180.000 bij, berekende de Internationale Federatie van Robotica, een brancheorganisatie. En de trend komt nu pas goed op stoom. Amazon had begin dit jaar duizend Kiva’s, de kleine robot-orderpickers, in dienst. Dat moeten er over een paar maanden tienduizend zijn. (Tik op YouTube even A day in the life of a Kiva robot in. Het filmpje is drie jaar oud, maar nog steeds verbluffend.)

En dan hebben we het nog niet eens over zorgrobots, slimme bewakingscamera’s, medische kennissystemen, alles met een stekker eraan en slimme software erin dat ons werk gaat overnemen.

Maar hoevéél werk gaan robots inpikken? Hoe bang moeten we zijn?

Niemand die het weet natuurlijk. De gevolgen van de eerste industriële revolutie zijn ook niet vooraf door een consultancybureau in een keurig rapportje uitgetekend.

De schattingen lopen in ieder geval absurd uiteen. Een veel geciteerd getal van de Oxford universiteit is dat robotwerknemers ‘bijna de helft’ van Amerikaanse banen bedreigen. Een studie van MIT geeft geen cijfers, maar laat zien hoe de lijnen ‘productiviteit per werknemer’ en ‘werkgelegenheid’ (die stijgen doorgaans gelijk op, als het goed gaat met een land) de laatste jaren uiteen beginnen te lopen. Wel hoge productiviteit, minder banen, blijkt. Komt door de robots, zeggen de onderzoekers, al kan het natuurlijk ook komen door de crisis, de emancipatie, de tijdgeest, weet ik wat.

De Internationale Federatie van Robotica daarentegen hamert er (natuurlijk) op dat robots juist banen creëren. Als een robot goedkoop het werk kan doen, kun je je textielfabriek uit Bangladesh weer terughalen en in eigen land robotmonteurs aan het werk zetten. Waardoor de robotrevolutie alleen gunstig zal uitpakken voor hoogopgeleiden in rijke landen, mopperen anderen dan weer. Kortom, we hebben geen idee.

Maar dat moeten we wel krijgen. Werknemers zien nu met lede ogen robots de fabriekshal binnengerold worden. Dat maakt hen angstig, onwillig, en heel misschien wel een beetje destructief.

Iemand moet ze vertellen wat ze moeten doen. Moeten ze bijleren? Omscholen? Op tijd op zoek gaan naar een andere baan?

Hoog tijd voor stevig onderzoek naar de gevolgen en mogelijkheden van robotisering dus. Laten we in ieder geval eens gaan kijken in automatiseringsland Japan. Worden daar al stiekem de kabeltjes van de robots doorgeknipt?