Requiem voor Marco

Voor de zoveelste enkeloperatie lag hij in een Antwerps ziekenhuis, jaren negentig. Ik dacht: zal ik hem wat opvrolijken met een bloemetje of wat Belgische pralines? In Antwerpen waren ziekenhuizen toen nog een blokkendoos met Oost-Europese grauwsluier. Het hele meubilair al even troosteloos als een versplinterde enkel.

Aan de telefoon zei Marco dat hij mijn aanbod lief vond, maar dat hij even geen zin in bezoek had. Hij wou alleen zijn met zijn operatieleed. Nee, vrouw en kinderen hoefden ook niet langs te komen. Hij wou zijn eigen muziekje blijven.

Jaren later, tijdens een interview, begreep ik pas dat de wereldspits Marco van Basten zichzelf niet het recht op falen toekende. Hij vond het al gênant om over zijn lijdensweg aan fysiek ongemak te praten. „Als ik de kranten lees, besta ik alleen maar uit een enkel. Zo is het niet.”

Ziektebulletins schonden zijn gevoel voor privacy.

Over vrouw en kinderen, vader en moeder wou hij weinig kwijt. Zijn privéleven was stevig omheind. Aan de grens tussen hem en de wereld lagen grote rollen prikkeldraad. Zoals destijds aan grenzen in het Oostblok. Het bleef bij een gesprek over voetbal, killerinstinct, gedwongen uithuizigheid in een vreemd land. In een notitieboekje uit die dagen vond ik laatst een rare zin terug: „Marco van Basten is nooit Milanist geworden, hij is nog steeds van Badhoevedorp.”

Nu dan van Amsterdam.

Zijn mededeling dat hij nooit meer hoofdcoach van een club zal worden, verraste vriend en tegenstander maar ligt eigenlijk in de instrumentele logica die hij reeds als speler toepaste. Hem was alleen te doen om de schoonheid van het spel, om de extase na een doelpunt. Eens de wedstrijd afgefloten, hield alles op. Van Basten haatte het randverschijnsel van commentaar en palaver achteraf. Pas als coach van het Nederlands elftal werd hij iets meegaander in de plicht tot spreken. Maar eigenlijk hield voetbal nog altijd op bij de vreugde van buitenlucht op het trainingsveld en lijflustigheid in rekken en strekken en balletje trappen. Die schitterende leegte.

Zijn gevoelige binnenkant bleef gesloten. Er is geen speler en coach geweest die in de heksenketel van succes zo gewoon is gebleven als Marco van Basten. Terwijl Ruud Gullit en (in mindere mate) Frank Rijkaard zich bij AC Milan vulden met mystiek en liturgische pose, bleef Van Basten het kleurloze mombakkes van vanzelfsprekendheid. Ingetogen, verlegen kunstenaar.

Vier weken geleden diende hij bij AZ een doktersbriefje in: hartkloppingen. Onomkeerbare aanvallen van stress. Dan maar bij AZ assistent van zijn assistent worden. Curieuze looping in het voetbal. De soap die vervolgens in Alkmaar losbarstte, bereikte een dieptepunt met het ontslag van Alex Pastoor. Het werd zo treurig dat Frank de Boer zijn vriend Marco uitnodigde tot de staf van Ajax toe te treden.

De wanvertoning bij AZ is een blamage voor het hele Nederlandse voetbal. Met het welles-nietesspelletje is de meest iconische spits uit de voetbalhistorie door een gehaktmolen van verdachtmakingen en vulgariteit gedraaid. Op een moment dat hij het meest kwetsbaar is.

Het was al langer bekend dat Nederland niet weet om te gaan met helden. Bij AZ doen ze er nog een verruïnering van een legende bovenop.

Karaktermoord.

De meest creatieve spits van Oranje ooit gaat de geschiedenis in met het stigma van emotionele onberekenbaarheid. Ik vind dat indecent en onverdraaglijk. Dat hij zelf openlijk getuigde over zijn wankel gemoed, doet niets af aan de ongeziene brutaliteit van de ex-kampioensclub.

De ordinaire patserigheid van Dirk Scheringa lijkt ingeruild voor horecamoraal.