Je ziet het meteen: een oude versie van boter-kaas-en-eieren

In het artikel Het raadsel van de Neanderkrassen (Wetenschapspagina, 2 september) zijn afbeeldingen te zien van krassen die in de Neandertalertijd zouden zijn gemaakt. De speculaties over de betekenis ervan zijn niet van de lucht.

Het doet mij denken aan de aanleg van de Oosterscheldedam.

Enkele jaren na de officiële opening ervan (die was in 1986) hing er een grote prent in het bezoekers- en informatiecentrum, het ir. Topshuis op het voormalig werkeiland Neeltje Jans. Hij was als grap bedoeld. Afgebeeld was een overzicht van de waterkering, in vogelvlucht, maar dan gedateerd rond het jaar 4000 ná Christus. Archeologen uit die tijd hadden onder dikke lagen zeeklei een aantal pijlers van de Oosterscheldedam gevonden, die in een rijtje stonden. Op enige afstand lag een omgevallen pijler, die de plaats van bestemming kennelijk nooit bereikt had, en die voor een deel in puin lag. Ook was een put gevonden waarin twee half afgebouwde pijlers stonden. Wetenschappers uit 4000 na Christus gaven hiervoor, aldus de tekst bij de prent, de uitleg dat het ging om de aanbouw van een heiligdom om de zeegoden gunstig te stemmen, maar dat door een ramp kennelijk nooit gereed was gekomen.

Mijns inziens was deze prent een humoristische én terechte waarschuwing tegen al te veel ‘invullen’ door wetenschappers. Laten we nu niet dezelfde fout maken bij deze krassen en het véél te ver zoeken. Als je eventjes waardenvrij naar dat krassenpatroon kijkt, dan zie je het meteen: het is een oude versie van ‘Boter, Kaas en Eieren’. Waarom zouden Neanderthalers zich ook niet af en toe geamuseerd hebben?