Onze 36% democratie lekt weg van ’t Binnenhof

Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen bezorgden Den Haag een opgewekte week. Maar het wordt ieder jaar dringender om stil te staan bij het democratisch realiteitsgehalte van al die prettige momenten en gesprekken. De waarheid is dat het parlement steeds minder grip heeft op de nationale inkomsten en uitgaven.

Het was geen toeval dat het debat zich toespitste op het tempo waarin de regering voorstellen moet doen om het belastingstelsel te hervormen. Iedereen vindt dat de belasting op arbeid omlaag moet en de belasting op consumptie omhoog – volgens linkse partijen met bescherming van lage inkomens en het milieu, volgens meer liberale partijen moeten ondernemers meer ruimte krijgen.

Iedereen weet dat elke vereenvoudiging het schrappen van voordeeltjes betekent. Dat doet altijd ergens pijn. Om daar een meerderheid voor te krijgen is een grootschalig handjeklap nodig. Aan de belastinghervorming van begin deze eeuw is vijf jaar gewerkt, maar nu wilden vooral CDA en D66 dat het plan begin volgend jaar op tafel ligt. Je moet toch wat eisen.

Premier Rutte hield de boot allervriendelijkst af. Het bracht Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) tot de verzuchting dat het enige klimaat waarvoor de minister-president zorg had het ondernemingsklimaat was. Dat verwijt bleef niet hangen. Met zijn ervaring op Sociale Zaken kon hij de inkomensgevolgen voor allerlei typen Nederlanders schetsen. Echt groen wilde hij deze week niet worden.

De Kamer filosofeerde met recht over belastinghervorming: daar gaat het nationale parlement nog wel over. De suggestie van de ceremonie in de Ridderzaal en het urenlange debat van de afgelopen dagen is dat hier het totaalbeleid wordt gemaakt dat ons burgers in veilige haven zal brengen. Dat is een illusie.

Het meest acute verlies aan zeggenschap is de overdracht van begrotingscontrole naar Brussel. De Raad van State heeft vorig jaar februari, op verzoek van de Eerste Kamer, helder uiteengezet dat de nieuwe Europese begrotingsdiscipline de nationale parlementen van de eurolanden vergaand buiten spel zet. De Raad sprak van ‘democratische vervreemding’.

Naarmate Brussel de regels strakker handhaaft, hebben al die parlementen minder te zeggen over de hoofdlijnen van hun eigen begroting. Wie binnen de tekortnorm van 3 procent blijft, heeft meer speling dan wie erboven zit. Parijs zal merken of langdurig zondigen door Brussel wordt getolereerd. Nederland was dit jaar zoet en kreeg dus makkelijk groen licht. De Europese structurele hervormingsideeën zijn dwingend voor het Binnenhof, ieder jaar meer. Ook al ontkent men soevereiniteitsoverdracht.

De minister-president legde de koning in de mond dat, gezien „de toenemende spanningen in de wereld”, de defensie-uitgaven met 100 miljoen worden verhoogd, maar er werd niet bij gezegd dat de veel zwaardere bezuinigingen, die eerder zijn ingezet om de Europese norm te halen, gewoon doorgaan. Er wordt dus iets minder bezuinigd. Die zin in de Troonrede was misleidend voor wie de stukken er niet bij had.

Zo houdt Den Haag verbaal de moed erin, met wat internationale dreiging als smaakmaker. Over dat Europese korset heeft het parlement destijds wel meegepraat, maar het kan er niet jaarlijks effectief zijn democratische stempel op zetten. Tenzij de ministers voordat zij naar Brussel reizen steeds heel precies gemandateerd worden. Deze week ging het er helemaal niet over.

De Raad van State opperde als blijvende oplossing uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, maar erkende het probleem dat daar heel wat niet-eurolanden in zitten. Misschien moest er dan een soort extra europarlement komen, mogelijk bestaande uit Europarlementariërs uit de eurolanden. Voorlopig heeft het Binnenhof het nakijken.

Dat was toch al in aanzienlijke mate het geval door de aard van de nationale uitgaven. Er zijn zo veel posten op de rijksbegroting die min of meer vastliggen, dat nog niet de helft van de uitgaven democratisch op rijksniveau gecontroleerd kunnen worden.

Ga maar na: de Europese afdrachten liggen in grote trekken vast, het Gemeente- en het Provinciefonds rekent op vaste bedragen, de uitgaven voor de sociale zekerheid berusten op rechten die mensen hebben, van AOW tot Wajong. Die sociale systemen kunnen wel worden veranderd, maar niet eventjes bij de begrotingsbehandeling dit najaar.

De werkelijkheid is dat de rijksuitgaven (zonder sociale verzekeringen en zorg) voor nog geen 48 procent onderworpen zijn aan democratische controle. Als je alle belasting- en premieontvangsten afzet tegen de uitgaven, dan kan het parlement maar 36 procent van de bestedingen vooraf en achteraf controleren.

Deze beweging wordt versneld nu het rijk voor ruim 16 miljard aan taken op het gebied van sociale zekerheid en langdurige zorg naar de gemeentes decentraliseert. Die operatie wordt omgeven met geruststellende formules, maar als straks rechtsongelijkheid ontstaat tussen Drunen en Dordrecht, dan zullen de bewindslieden bij de volgende Algemene Beschouwingen opgelucht verwijzen naar de wijze bestuurderen ter plekke.

Geen probleem, overal is een gemeenteraad die dicht bij de burgers staat. En in veel gevallen geen idee heeft wat er allemaal gebeurt. Of het nu een grote stad, een samengeraapte fusiegemeente, of een dorp is, de lokale democratie staat voor een gigantische taak. Voorlopig lekt de democratische controle weg over en onder de plinten van het Binnenhof.