Loopjongens

Marloes de Koning in Istanbul

foto ap

Met een plechtig gebaar overhandigt de groenteboer me zijn visitekaartje annex koelkastmagneet. „Je kunt me altijd bellen. 24 uur per dag, zeven dagen per week”, zegt hij erbij. De aanblik van een vrouw die met kinderwagen en watermeloen zeult, doet duidelijk pijn aan zijn ogen. Ik zie hem denken: daar heb je toch mensen voor?

Het kleefkaartje komt op de deur van de ijskast, naast die van de bezorger van waterflessen, het nummer van het gasmannetje, van het pide-paleis en de kruidenier op de hoek. Daar kun je terecht voor sigaretten, ijs, brood en wat kleine benodigdheden zoals zuivel. Van onze voordeur naar de winkel is het ongeveer tien meter lopen. Meestal als ik er kom, staat de conciërge van ons gebouw daar ook al, om een krantje te halen voor een van de andere bewoners.

In Istanbul kun je alles laten brengen, ophalen en bezorgen. Een groot deel van de grijze economie draait op loopjongens. ’s Ochtends zie ik een medewerker van het ziekenhuis met een mandje door de wijk lopen om medicijnen af te leveren. Kort daarna stopt het schoolbusje van de particuliere school van een van de buurkinderen. Tegelijkertijd wordt uit het pand schuin tegenover ons een mandje aan een touw naar beneden getakeld waar het hulpje van de bakker brood in legt en geld uit pakt.

Rond lunch- en dinertijd rijden meer bezorgbrommers met warmhoudkoffers achterop dan auto’s door de straten. Heb je bezoek en raak je door je wijn heen? Een belletje en de buurtwinkelier stuurt zijn neef om een fles te brengen. Als je laag woont geeft hij het door het raam aan, discreet met een zak erom. Wie zelf gaat lopen is andermans gek. Zelfs McDonald’s en Burger King bezorgen thuis.

Aan het einde van de middag duwen mannen handkarren met fruit, noten of gekookte maïskolven door de straten. Tussen de maaltijden door proberen andere mannen geld te verdienen door grofvuil uit de containers te vissen en met hun handkarren af te voeren. De man van het piepkleine theeschenkerijtje loopt de hele dag met een dienblad vol glaasjes de middenstanders in de buurt af.

Waarschijnlijk de meest gebruikte app van Turkije is Yemeksepeti (‘voedselmandje’), waarmee je met een paar klikken eten kunt bestellen. Van een simpele kebab tot sushi. Zo hoef je zelfs niet meer te bellen. Het van oorsprong Turkse bedrijf is inmiddels ook groot in de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi Arabië, Oman en Qatar.

Buurvrouw Selva en haar vriendin Ebru hebben Yemeksepeti even op mijn telefoon gezet, met gedetailleerde aanwijzingen in het Turks erbij. Een adres is niet voldoende, het is handig erbij te vertellen hoe het gebouw heet en dat het – in dit geval – schuin tegenover de parkeergarage is.

Terwijl Ebru de app installeert bieden ze tegen elkaar op. De groenteman aan het einde van de straat komt zelfs voor één citroen langs, pocht Selva. Ze heeft hem er eens voor gebeld terwijl ze stond te koken. Ebru beweert met een stalen gezicht dat je in Turkije zelfs een sigaret kunt laten bezorgen. Geen pakje sigaretten, maar één sigaret. Even sigaretten halen is natuurlijk een kleine moeite, voegt ze eraan toe. Maar als je wilt stoppen met roken is dit veel beter.