Lastig landen op rotsige badeend

Ruimtesonde Rosetta zal in november op komeet 67P landen. Maar de brok ijs en puin is niet de gedroomde komeet om op te landen. Landingsplek J voldoet misschien.

Tekening van de module Philae, die zich met een boor op de komeet zal vastprikken. Beeld ESA, AFP

De kleine landingsmodule van de ruimtesonde Rosetta zal in november afdalen naar de ‘kop’ van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Dat maakte het Europese ruimteagentschap ESA begin deze week bekend. Na de landing zal Philae, een module van Rosetta, de komeet aan een grondig onderzoek onderwerpen.

Toen Rosetta op 6 augustus aankwam bij ‘67P’ – een onregelmatig gevormd brok ijs en gesteenten – was al duidelijk dat dit wat betreft landing niet de gedroomde komeet was. In plaats van een gelijkmatig, min of meer bolvormig object lieten de beelden een vreemdsoortig hemellichaam zien. Het lijkt een beetje op een ‘badeend’, maar dan eentje van 3,5 bij 4 kilometer.

Deze vorm kan erop wijzen dat de komeet in feite een samensmelting van twee kleinere komeetkernen is. Maar mogelijk is zijn vorm simpelweg het gevolg van erosie.

Kloven, hellingen en rotsen

Eind augustus maakte ESA een voorselectie van vijf plekken op de komeet waar Philae zou kunnen landen. Uit de evaluatie van deze gebieden blijkt dat geen van alle plekken volledig aan de vooraf opgestelde criteria voldoet. De nu gekozen plek, ‘locatie J’, is niet meer dan de beste van het stel. Tweede keus is ‘locatie C’, die op de buik van de badeend ligt.

De komende weken worden beide locaties nog eens grondig bekeken. Daarbij wordt onder meer gelet op de omstandigheden ter plaatse: hoe minder grote rotsblokken, diepe kloven en steile hellingen er te vinden zijn, des te beter. Om daar meer inzicht in te krijgen zal de afstand tussen Rosetta en de komeet de komende weken worden verkleind. Nu bedraagt die afstand nog dertig kilometer, maar dat moet twintig of liefst zelfs tien kilometer worden.

Op 14 oktober wordt definitief besloten of locatie J veilig genoeg is voor een landing. Zo ja, dan zal Philae op 11 november door Rosetta worden losgelaten. Vervolgens zal de module heel langzaam naar de komeet toe ‘vallen’, een proces dat vanwege de geringe aantrekkingskracht van het kleine hemellichaam een uur of zeven in beslag zal nemen. Waar Philae exact terechtkomt laat zich niet voorspellen: er kan niet worden bijgestuurd.

Mopperen over geheimhouding

Ondertussen blijft moedersonde Rosetta de komeet van een afstand onderzoeken. Maar ESA is en blijft nogal terughoudend met het vrijgeven van beeldmateriaal en meetresultaten. Zo’n beetje de enige ‘weetjes’ die de afgelopen weken naar buiten zijn gekomen, zijn het feit dat komeet 67P op UV-golflengten uitzonderlijk donker is en dat er aan zijn oppervlak geen grote vlakten van bevroren water te vinden zijn.

ESA verdedigt dit beleid door te verwijzen naar de afspraak die de Europese lidstaten hebben gemaakt. Die houdt in dat de gegevens van Rosetta gedurende minstens zes maanden alleen toegankelijk zijn voor de wetenschappers die de 21 verschillende meetinstrumenten hebben ontwikkeld.

Omdat zo ongeveer al het beeldmateriaal van Rosetta ook onder dit regime valt, wordt er op de sociale media stevig gemopperd over deze geringe openheid. ESA heeft wel beloofd om bij de landing van Philae zo snel mogelijk met goed beeldmateriaal over de brug te komen.