Volgens de cijfers passen opa’s en oma’s best graag op

In Dump die kinderen niet altijd bij oma (NRC, 18 september) stelt Heleen Crul dat er een probleem is rond de opvang van kinderen door grootouders. Ook al is het een opiniestuk, als er stellingen worden geponeerd alsof het feiten zijn dient één en ander onderbouwd te worden met cijfers en onderzoek. Als je die erbij haalt, blijkt het stuk echter vol onjuistheden te zitten.

Ongeveer 50 procent van de grootouders past structureel (1 dag of meer per week) op. Voor niet schoolgaande kinderen is dat 60 procent. (Cijfers SCP krimp in de kinderopvang, september 2014 en Plus Magazine, onderzoek uit september 2013). Slechts 2 procent van die grootouders betitelt deze opvang als „zwaar”. Niet te rijmen met Cruls uitspraak „het merendeel van de grootouders wil zo’n vaste aanstelling niet, blijkt uit gesprekken en enquêtes”. Welke gesprekken en enquêtes?

Verder probeert Crul de mythe van de ‘armlastige ouderen’ te herstellen met een opmerking over „bijklussen naast je karige pensioen”. In Next checkt (NRC, 5 februari 2013) is voorgerekend dat de ouderen (55-plus) de rijkste groep van Nederland zijn, gekeken naar vermogen.

Dan volgt nog een sneer naar de jonge ouders van nu: „Onze kinderen leven nu in een weelde die wij ons toen niet eens konden voorstellen”. Aangenomen dat het leeftijdsverschil tussen twee generaties ongeveer 35 jaar beslaat, vergelijken we de welvaart van 2014 met die van 1979. Het CBS publiceerde op 14 mei 2012 dat het besteedbare inkomen per huishouden tussen 1977 en 2012 met een kwart was gegroeid, na correctie voor inflatie en gemiddeld aantal gezinsleden per huishouden. Akkoord, de welvaart is gegroeid, maar ‘weelde die wij ons niet konden voorstellen’ lijkt me een overdreven kwalificatie.

Tot slot wordt de indruk gewekt dat het beter is (voor wie overigens?) dat grootouders ‘speciaal’ blijven. Uit diverse onderzoeken (nee, die ga ik niet allemaal opnoemen) blijkt echter dat de band tussen kleinkinderen en grootouders juist sterker is en later ook blijft als grootouders vaak hebben opgepast.

Het hele betoog lijkt gebaseerd op eigen persoonlijke waarnemingen van Crul en niet een duiding van een maatschappelijke trend. Zet het op een blog, maar in de krant hoort dit niet thuis.

Onderwijs

Liever ICT als vak dan Latijn

Ik realiseer het me al langer, maar na het lezen van de carrièrebijlage (NRC, 13 sept.) geef ik het toe: ik behoor tot een verloren generatie. Als zesde klas gymnasiast heb ik nooit leren programmeren, terwijl de wereld daar juist om zit te springen. En het ministerie van Onderwijs maar zeggen dat ze het onderwijs beter willen laten aansluiten op het bedrijfsleven. Maak ICT dan een verplicht vak! Ik zal nu zelfstandig moeten leren programmeren, hoewel ik daar liever mijn Latijnuren aan had besteed.

Josien de Koning