Kiezen voor utopie toch te riskant

Het ja-kamp leek aan een onstuitbare opmars bezig. Toen werd het nee-kamp eindelijk wakker.

Foto AP

De ochtend na het referendum zijn tussen Dundee en Edinburgh de meeste blauw-witte Yes-vlaggen, buttons en posters al verdwenen. Alleen de duizenden stickers op lantarenpalen, vuilnisbakken en standbeelden zullen de komende maanden nog herinneren aan een verloren strijd.

Als het alleen een kwestie was geweest van aanwezigheid op straat, zou het nationalistische Yes-kamp met gemak hebben gewonnen. Ze hadden het tij ook mee: in de afgelopen twee jaar wisten zij hun forse achterstand op de tegenstanders van onafhankelijkheid te verkleinen tot vier, twee, één procent. Twee weken geleden voorspelde één peilbureau zelfs een overwinning van Yes.

Hun campagne zat knap in elkaar. Omdat de nationalisten wisten dat zij de underdog waren, en peilingen uitwezen dat slechts een derde van de Schotten vóór onafhankelijkheid was, begon het team al vroeg kiezers te benaderen. „We wilden het van onderaf opbouwen”, vertelde Stephen Noon, campagnestrateeg van Yes, enkele weken voor het referendum.

De nationalisten wisten heel duidelijk wie er overgehaald moesten worden. Een kern was er met de aanhang van de Scottish National Party (SNP), aangevuld met teleurgestelde Labour-kiezers en mensen die niet eerder stemden. „We doen het goed onder de laagste bevolkingsgroepen, maar minder goed in de grensstreek”, zei Noon. De SNP wilde de onvrede met ‘de gevestigde politiek’ omzetten in stemmen.

Om die reden zette Yes ook nauwelijks politieke kopstukken in: „Ons doel was dat je over onafhankelijkheid hoorde van je beste vriend, buurman, neef. We hadden geen controle over wat de traditionele media schreven, maar als we de sociale media-slag zouden winnen…” En dat lukte.

‘Better Together’, zoals de nee-campagne zich aanvankelijk noemde, had het lastiger. Drie partijen met heel andere toekomstvisies probeerden één boodschap uit te dragen, en lieten dat over aan oud-minister van Financiën Alistair Darling. Hij richtte zich voornamelijk op de risico’s van onafhankelijkheid. Maar terwijl hij zijn best deed, leken de drie partijleiders zelfgenoegzaam. De peilingen wezen immers uit dat het wel goed zou komen. Als er tot deze zomer al over een referendum werd gesproken, dan was dat het door premier Cameron beloofde EU-referendum van 2017.

Intussen bouwde Yes aan een vrijwilligersleger, een achterban en de boodschap. Die was eerst: „We kunnen onafhankelijk worden (we zijn rijk genoeg).” Werd toen: „We zouden onafhankelijk moeten worden (we kunnen het zelf zoveel beter)”. En uiteindelijk: „We moeten onafhankelijk worden (ga stemmen)”. Aan het begin van de zomer had de campagne de helft van de kiezers bereikt.

Bangmakerij

Toen ook sloeg de paniek bij Better Together toe, vooral nadat Darling, die eerst succesvol tegen de Schotse premier Alex Salmond had gedebatteerd, in een tweede debat pijnlijk verloor. Darlings waarschuwingen over de munteenheid en de economische risico’s leken uitgewerkt. Salmond zette ze weg als „bangmakerij”. Better Together werd omgedoopt in No Thanks, en vorige week naar Love Scotland, Vote No. Maar de boodschap werd niet aangepast.

Toch ging het mis voor Yes. Dat hebben nee-stemmers deels te danken aan Gordon Brown. De oud-premier – altijd aanzienlijk populairder in zijn Schotse thuisland dan in Engeland – verscheen na het tweede, desastreuze debat op het toneel. Onverwacht was het niet. Wel de emotie en passie waarmee Brown de Unie vanaf dat moment verkocht.

„We zijn al een natie, daarvoor hoeft u niet naar het stembureau. We hebben al een parlement, daarvoor hoeft u niet voor naar het stembureau. Het enige dat er op tafel ligt, is of u de laatste banden met de rest van het Verenigd Koninkrijk wilt doorsnijden.” Het was een krachtig argument.

De peilingen schudden nee-stemmers bovendien wakker. Zij beseften dat, met nog twee weken te gaan, ze de Unie konden verliezen. No Thanks stónd er opeens. Banken, bedrijven, politici waarschuwden, en wezen op het grootste mankement van Yes: op veel vragen hadden de nationalisten geen antwoord. Konden ze hun utopie wel waarmaken?

Kleine signalen wezen op de omslag: het ene raam tussen een rij van Yes-posters in een universiteitswijk in Edinburgh waar iemand een zelfgemaakte poster met ‘Maybe’ had hangen, de kiezer in Dundee die niet wilde zeggen wat hij had gestemd, de boer in Fife die No op een hooibaal had gekalkt. En toen de uitslagen binnendruppelden, bleken zij in de meerderheid te zijn.