Ik zou wel willen eindigen als een boom

Marwan Kenzari (31) won vorig jaar een Gouden Kalf voor zijn rol in de film Wolf. Vanaf volgende week is hij te zien in Bloedlink, de openingsfilm van het Nederlands Filmfestival. „Het is niet aan mij om te zeggen dat ik goed ben.”

Tekst Herien Wensink, foto Andreas Terlaak

Bloedlink

„Acteren biedt de kans om je onder te dompelen in de complexiteit van de mens. De Marokkaanse kickbokser Majid in de film Wolf had een heel fascinerende binnenwereld. Je begreep zijn personage nog beter als hij niks zei – ik denk dat ik nog nooit zo weinig tekst heb gehad in een film. Rico in Bloedlink is weer compleet anders. Hij raakt verstrikt in criminele zaken, maar is eigenlijk gewoon iemand die veel pech heeft gehad. In de film ontwikkelt zijn personage zich volgens een paar heel verrassende u-bochten. In mijn spel interpreteer ik al die kanten als oprecht, dat vind ik interessant. Rico doet in de film heel paradoxale dingen, maar hij meent het wel allemaal. En dat kan natuurlijk niet. Dat maakt hem fascinerend en tragisch.”

Zoektocht

„Of ik een goede acteur ben? Het is niet aan mij om dat te zeggen. Soms doe je de interessantste dingen op het moment dat je zelf denkt dat het waardeloos is. Een film is een gezamenlijke zoektocht, die ik in het geval van Wolf onder anderen maakte met regisseur Jim Taihuttu. Tijdens het filmen dacht ik soms stiekem wel: dit wordt tof. Wolf is een eerlijke film. Dat kickboksen, die trappen op het lijf, daar is weinig van gespeeld. Niet dat alles in film echt moet zijn, maar dit verhaal vroeg erom. Op een gegeven moment voelde ik: dit kan iets heel nieuws worden binnen de Nederlandse film. En dat is ook gebeurd.”

Pindakaas

„Sinds die rol, waarvoor ik flink getraind heb, hecht ik meer waarde aan fit zijn. Een totale transformatie was het niet; ik sportte daarvoor ook al zes keer in de week. Maar nu ben ik wel een beetje verslaafd, ja. Je wordt er ook mentaal sterker van. Als ik zondagochtend om zeven uur heb getraind en ik sta om acht uur weer buiten, gedoucht, fris en topfit terwijl de rest van de stad nog slaapt, sta ik 1-0 voor. Wat zeg ik: 10-0. Ik let ook op mijn voeding. Brood bijvoorbeeld geeft valse energie. Maar ik ben niet altijd even strikt hoor. Ik kan enorm genieten van een mooie, stevige, witte boterham met Calvé pindakaas. En dan dubbelvouwen, niet snijden! Je moet een boterham niet snijden, dat weet iedereen. Dan mis je die eerste hap.”

Toneelgroep Amsterdam

„Na de Toneelacademie Maastricht kon ik meteen aan de slag bij Toneelgroep Amsterdam. Ik was daar drie jaar in dienst, maar gaandeweg verschoof mijn aandacht meer naar film. Terwijl van de acteurs bij TA – terecht – volledige beschikbaarheid wordt verwacht. We zijn met wederzijdse instemming… ‘uit elkaar gegaan’ klinkt eigenlijk al te zwaar. Ik zie het gezelschap als familie en speel eind deze maand nog mee in Angels in America, in New York. Regisseur Ivo van Hove is heel belangrijk geweest voor mijn ontwikkeling. Ik bewonder hem in hoe hij precies weet wat hij wil, maar ook zoekende kan zijn, en zichzelf daarin kwetsbaar op durft te stellen. Maar ik moet eerlijk zijn naar mezelf. Ik ben nu 31, en dat zijn in de film belangrijke jaren. Terwijl ik hopelijk een interessantere toneelacteur ben als ik vijftig ben. In film ben ik iets verder dan op toneel. Die ontwikkeling is taaier, heeft meer tijd nodig en vraagt misschien wel een totale toewijding. Toneel is de motor in de auto van een acteur; film is een andere spier. Voorlopig slaat de balans door naar film. Maar als Ivo me opbelt, over twee, tien of veertig jaar, is hij de eerste toneelregisseur tegen wie ik ja zeg.”

Pierre Bokma

„Als zoon van Tunesische ouders in de Haagse Schilderswijk kwam ik niet vanzelfsprekend met theater in contact. Als kind was ik vooral geïnteresseerd in voetbal; de emotie die je ziet bij een speler als die scoort – fantastisch. Op een gegeven moment ontdekte ik dat film je net zo naar de strot kan grijpen, ondanks het feit dat je weet dat het nep is. Dat is de magie van acteren. Via via belandde ik bij De Nieuw Amsterdam, een theatervooropleiding voor jongeren voor wie de stap naar de toneelschool misschien nog te groot was. Daar heb ik alles geleerd: toneelschrijvers, Nederlandse acteurs, repertoire. Je leert ook welke toneelscholen er zijn. En ik dacht: waar heeft Pierre Bokma op school gezeten? En Fedja van Huêt? Dat was Maastricht. Het sprak me ook aan dat ze daar Bijltjesdag hanteerden: halverwege het eerste jaar kon je nog worden weggestuurd. Ik besloot: als ik dan toch voor dit onzekere vak kies, dan is de grootste vuurproef misschien wel naar een school gaan waarvan je niet eens weet of je er mag blijven. Het mocht, uiteindelijk. Op de Toneelacademie kwam ik in aanraking met kunst, filosofie, poëzie. Dat was allemaal nieuw. Maar het voelde niet alsof ik een achterstand had, ik zag het alleen maar als een fantastische verrijking; alsof ik allerlei nieuwe brillen kon uitproberen.”

Jagersfamilie.

„Ik heb nooit gedacht dat deze loopbaan niet voor mij was weggelegd, heb me gewoon altijd laten leiden door mijn passie en mijn dromen. Mijn ouders zijn blij voor me; ik heb met allebei een goede band. Mijn vader is een prachtig mens – hij bestaat uit heel mooie ingrediënten. Hij is eerlijk naar zichzelf toe, spaart zichzelf niet, en lacht veel, dat vind ik belangrijk. Hij is misschien gebouwd uit simpele componenten, hij komt uit een jagersfamilie, maar het zijn voor mij de componenten waaruit een sterk karakter bestaat. Mijn vader kan prachtige verhalen vertellen, over zijn leven in Tunesië vroeger, over vrienden die er niet meer zijn. Elk jaar neemt de dood wel weer iemand mee, en zo verdwijnt langzaam een prachtige groep mensen, de hoofdrolspelers van een generatie. Men leeft daar heel dicht bij de elementen, dat vind ik fascinerend. Het is zo anders dan ons leven hier. Ik zal mijn vader nooit onderbreken als hij zo’n verhaal begint. Ook niet als ik het al vaker heb gehoord.”

Vampier

„Ik heb altijd gezegd: ik wil nog een keer een vrouw spelen, een vampier, en een Marokkaanse kickbokser. Dat laatste is inmiddels gelukt. Een vampier is een prachtig personage. De schoonheid van die gezichten, de zweem van erotiek die om ze hangt, de tragiek van het nooit overdag naar buiten kunnen, en natuurlijk dat ze nooit verouderen; nooit sterven in feite. Ik zou het liefst ook nooit doodgaan. Als kind had ik veel last van nachtmerries. Over vallen en nooit meer neerkomen. Ik had moeite met de droomwereld, was geen grote fan van de nacht. Het was denk ik een bepaalde, onverklaarbare angst om te sterven. Op een gegeven moment kende ik die dromen, en wist ik hoe ik ze kon beïnvloeden. Toen kon ik als het ware gewoon uitchecken als het eng werd. Ik ben eigenlijk een soort regisseurtje geworden van mijn eigen droomwereld. Toen ik twaalf was, werd ik verliefd, en toen was ik eroverheen. Ik heb nog steeds wel nachtmerries, net als iedereen, maar ik vind ze nu eerder fascinerend dan bedreigend. Mooi hoe je hersens van allerlei ingrediënten een verhaal maken. Soms bel ik mijn moeder om te bespreken wat een droom kan betekenen. Laatst bijvoorbeeld droomde ik over mijn oma. ‘Ze denkt aan je en houdt van je’, zegt mijn moeder dan.”

Boom

„Ik ken nog wel angst, en onzekerheid, maar die hinderen me niet meer. Het zijn nu twee vertrouwde kompanen, die met me meelopen. Ze houden me scherp, en hongerig, en op een goede manier op mijn hoede. Zolang ze me niet naar achter trekken, mogen ze er zijn. Angst voor de dood is nu angst om niet meer te leven. Als er morgen een middel wordt ontdekt waarmee je 377 kan worden, ben ik de eerste die zich aanmeldt. Ik zou wel als een boom willen eindigen. Dat je op een gegeven moment alleen nog maar te maken hebt met wind, regen en zon.”