Ik wil later op mijn kleinkinderen passen

Een oma die wil oppassen, doet haar kinderen en kleinkinderen een groot plezier. En zichzelf ook. Want hoe mooi is het om je opvoedkundige waarden aan je kleinkinderen mee te geven, schrijft Phaedra Werkhoven.

foto hollandse hoogte

‘Dump die kinderen niet altijd bij oma’, schrijft oma Heleen Crul in NRC (18 september). Even ga ik mee in haar betoog, dat oma’s ook recht hebben op een eigen leven en geluk. Dan word ik boos. Wij, ouders, denken volgens Crul dat oma’s en opa’s vanzelfsprekend gedurende een dag of drie op onze kinderen kunnen passen. Terwijl zij, oma’s en opa’s, het zelf zo zwaar hadden toen ze hun kinderen moesten opvoeden. Ieder dubbeltje moesten ze omdraaien en zie ons nu eens in weelde leven. En dan verwachten we óók nog dat die opa’s en oma’s ons komen helpen, omdat we ons ‘vrije leventje’ niet kunnen opgeven.

Opa’s en oma’s hebben een rol in het leven van je kleinkinderen. En dat is niet de rol van zoet snoepgoed geven en alles goedvinden en gezellig doen en vervolgens het krijsende spul weer achterlaten, terwijl opa en oma blij zwaaiend en toeterend de oprit afrijden. Hoezo is dat speciaal, als je je kleinkinderen alleen maar wilt zien wanneer je leuke dingen met hen kunt doen? Als je alleen maar Sinterklaas wilt spelen en daarmee aan alle opvoedregels van de ouders tornt? Hoezo zou je als opa of oma die rol willen hebben?

Tijden zijn veranderd. Oma’s en opa’s zijn hard nodig. Vroeger, toen moeders niet werkten, werd aan grootouders niet gevraagd de zorgrol op zich te nemen. Tegenwoordig werkt 72 procent van de moeders buitenshuis. Deze vrouwen zijn meestal opgegroeid met een niet-werkende moeder. Ze werken vaak niet uit hobby of voor de lol. Ze werken om mede in het levensonderhoud van het gezin te voorzien. Dus ja, voor veel gezinnen lost het iets op als oma oppast. En ja, als oma oppast, gaat moeder met een gerust hart naar het werk, want oma is vertrouwd. Die heeft haar tenslotte ook opgevoed.

Hoe mooi kan het zijn, wanneer je in goede gezondheid verkeert en zelf amper nog werkt, om het voor je zoon of dochter wat gemakkelijker te maken door op hun jonge kinderen te passen? Hoe mooi om in de herfst van je leven je eigen volwassen kinderen te kunnen helpen en je ooit zo goeie opvoedkundige waarden aan je kleinkinderen mee te geven?

Maar nee, de opa’s en oma’s in Cruls omgeving willen zelf lekker genieten. Daar valt op de kinderen passen niet onder, blijkbaar. Op dat genieten hebben ze recht, want zij hebben tenslotte Nederland opgebouwd. Net als dat ze recht hebben op een pensioen, want ook daarvoor heeft de vader des huizes hard gewerkt. Die grootouders willen op de golfbaan rondhangen, verre reizen maken en eindeloos shoppen. Ze willen eigenlijk buiten de maatschappij staan.

Zeventien jaar geleden vroeg ik mijn ouders een dagje per week op mijn toen pasgeboren oudste zoon te passen. Ik was jong, ging net werken. Ik vond dat alles best spannend. Ik wist hoeveel liefde mijn moeder kon geven. Ze had geen baan en was zelf ook jong (50). Ze zei „nee”. Ze wilde „genieten”. Ze wilde „niet vast zitten”. Ze wilde best eens oppassen in nood, maar verder niet.

Haar antwoord was als een dolk in m’n hart. Ik hoop dat ik zelf, als mijn kinderen ooit kinderen krijgen, wel die rol zal mogen vervullen. Het zou een eer voor me zijn. Alleen ben ik bang dat ik tegen die tijd nog volop zelf aan het werk ben. Mijn generatie zal tot zijn zeventigste door moeten buffelen om de hypotheeklasten te kunnen blijven betalen, om te kunnen blijven leven, omdat wij geen pensioen krijgen, omdat de maatschappij niet voor ons zorgt. Wij, verwende ouders, die volop in weelde leefden.