Ik werk aan een humanistisch Scheppingsverhaal

„Een zelfportret op triplex. Ik heb duizenden koppen geschilderd en getekend. Ruim dertig jaar heb ik de kost verdiend als portretschilder en -tekenaar.”

„Ik heb mezelf een keer bijna dood gereden. Dat was op 21 mei 2009 om elf uur ’s avonds, om precies te zijn. Met m’n busje ben ik bovenop een auto geknald die stil stond op de linker weghelft. Mijn auto was total loss. Ik ben er goed vanaf gekomen.

„Mijn buurman vroeg: ‘En als je toen de pijp uit was gegaan, wat was er met je Project gebeurd?’ Ik zei: ‘Dat was dan ook over-en-uit geweest.’

„Ja, ik heb een Project – iets dat nogal groot is. Ik studeer op een nieuw Scheppingsverhaal, een moderne ‘Adam en Eva’-episode. Ik wil bereiken dat filosofen mijn werk overnemen, dat antropologische filosofen aan universiteiten over de hele wereld hiermee aan de slag gaan. Dat is wat ik wil nalaten aan de wereld. Het is mijn finale doel, in de ‘derde helft’ van mijn leven.

„Hoe ik die erfenis voor me zie? Eerst maak ik mijn boek af, dan komt er een congres, waaruit een clubje filosofen voortkomt met wie ik een volgende stap ga zetten. Dat is: de UNESCO wereldwijd een onderzoek laten opzetten naar de oorsprong van de mens als denkend en talig wezen. Dit is bij uitstek een project voor een VN-organisatie. Het bouwt voort op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948.

„Ambitieus, inderdaad. Maar het is dan ook hard nodig dat de wereld weer een scheppingsverhaal krijgt, een verhaal dat samenbindend en inspirerend is voor álle mensen. Ik bedoel dit niet religieus, integendeel.

„Het probleem is dat er niet meer zoiets bestaat als één Groot Verhaal. Dit nieuwe verhaal moet ook geen statisch, gestold verhaal zijn. Er moet voortdurend aan gewerkt worden. Daarom is het een Project.

„Ik krijg wel eens de kritiek: goh, Frans, waar maak je je zo druk om? Nou, dat zal ik je uitleggen.

„Een dikke zes miljoen jaar geleden ontwikkelde zich op de Afrikaanse savanne een diersoort van rechtop lopende aapmensen. Daaruit groeide een cultuurtje van klanken die uitgroeiden tot woorden en symbolen om dingen en gedachten aan te duiden. Zo werden wij talige wezens,die – op allerlei manieren – ook scheppingsverhalen aan elkaar gingen doorgeven. Vanaf de ijzertijd is die religieuze neiging uitgegroeid tot godsdiensten.

„En daar staat de mensheid nu, tegenover elkaar, met die religies. Bovendien, en dat is historisch gezien helemáál uniek: in onze Westerse wereld leven opeens ook honderden miljoenen mensen zonder geloof in hogere machten. Die denken dat mensen alleen maar vretende wezens zijn, die lekker in de zon kunnen liggen als ze hun buik vol hebben.

„Nogmaals, begrijp me niet verkeerd: ik werk niet aan een nieuwe wereldgodsdienst. Ik ben een humanist. Het hogere doel van de mens is: mens-zijn. Ik zeg het Immanuel Kant na: ‘humaniteit’ ligt besloten in het antwoord op vier fundamentele vragen. ‘Wat moet ik doen? Wat kan ik weten? Wat mag ik geloven?’ – en die vragen zijn samen te vatten in die ene, allergrootste vraag: ‘Wat maakt mij tot een mens?’

„Ik noem mezelf een humanosoof, ook om me af te zetten tegen de academische filosofie. Ik vind het nogal oninteressant wat er nu aan filosofische kennis uit de universiteiten rolt. Dat oeverloze relativisme, nihilisme, zo van: ‘we kunnen helemaal niks weten’, zogenaamd omdat we met te veel denkende mannen zijn en te weinig denkende vrouwen, en dat we te Westers voorgeprogrammeerd zijn... Wat een onzin!

„Filosofie ís mensenwerk, er zijn helemaal geen andere denkende wezens dan mensen, dus daarmee zullen we het moeten doen. Twintig jaar geleden dacht ik: door de secularisatie breken gouden tijden aan voor humanisten, maar ook die laten het lelijk afweten. Aan de Universiteit van Humanistiek in Utrecht zeggen de hoogleraren tegen de studenten dat die vooral moeten leren vragen te stellen en dat ze alle antwoorden goed rekenen. Dan ben je niet met wetenschap bezig, maar met navelstaren.

„En nog steeds hebben zij het allergrootste, fundamentele vraagstuk van de mensheid niet ontrafeld: wat heeft veroorzaakt dat de mens een ándere afslag heeft genomen dan alle andere dieren op aarde? Als je dat voldoende hebt doorgrond, kun je pas iets zinnigs zeggen over de verstoring van het natuurlijk evenwicht waarvoor de mens verantwoordelijk is.

„Ik studeer eigenlijk al vanaf m’n puberteit op deze vragen, sinds ik er, op het seminarie, achter kwam dat er helemaal niet één scheppende, alles bestierende God bestaat. Sinds dat auto-ongeluk ben ik er zowat fulltime mee bezig. Ik lees me suf. Internet is ook zo’n onuitputtelijke bron van kennis. M’n printer staat eindeloos te ratelen. Ik bundel die prints in dikke mappen, thematisch geordend. Ik heb er nu bijna vierhonderd in de kast staan.

„Tussendoor schrijf ik aan mijn boek. Ik schrijf in het Engels, maar dat beheers ik niet tot in de puntjes. Mijn buurman wel, hij helpt me.

„Ik zou ’s moeten ophouden met lezen en me concentreren op het schrijven. Maar ja, er valt nog zo ontzettend veel kennis te vergaren, zoveel te verklaren, er is nog zoveel dat ik eerst beter wil begrijpen voordat ik kan schrijven: kijk, zo zit het!

„Ik ben nogal wijdlopig in mijn verhalen. Een tijdje terug werd ik uitgenodigd een lezing te houden voor een club humanisten in Nijmegen. Dan begin ik te vertellen en dan val ik van het ene in het andere verhaal. Aan het einde van de avond, toen iedereen allang de draad kwijt was, zei ik: ‘Weet je wat, ik schrijf het wel even voor jullie op; kunnen jullie dat nog eens rustig nalezen.’ Dan ga ik zitten schrijven en binnen de kortste keren heb ik 75 A4’tjes vol. Dat is op zichzelf dus al een boekje. Het is best aardig geworden, al zeg ik het zelf: Eva en Adam, een scheppingsverhaal voor de humanist van nu.

„En nu dus nog dat grote boek, hè, hét boek waarmee de filosofen aan de universiteiten aan de slag kunnen. Het móet er komen! Maar wanneer? Ach, ik zie wel. Ik vermaak me er kostelijk mee – dat sowieso.”