Gotlieb maakte MRI van de ‘zorgmarkt’

6 september 2014 – Arthur Gotlieb verdient een monument. Zijn nagelaten beschrijving van de gang van zaken binnen de Nederlandse Zorgautoriteit hoort besproken te worden op alle jaarlijkse heidagen die deze tijd van het jaar in heel ambtelijk Nederland worden gehouden. Dit gaat over ons. De begin dit jaar overleden medewerker van de Nederlandse Zorgautoriteit

6 september 2014 - Arthur Gotlieb verdient een monument. Zijn nagelaten beschrijving van de gang van zaken binnen de Nederlandse Zorgautoriteit hoort besproken te worden op alle jaarlijkse heidagen die deze tijd van het jaar in heel ambtelijk Nederland worden gehouden. Dit gaat over ons.

De begin dit jaar overleden medewerker van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) heeft in zijn 600 pagina’s bezwaarschrift tegen een negatieve beoordeling overrompelend duidelijk geschetst hoe het toegaat bij de instantie die de regels en tarieven uitwerkt binnen onze gezondheidszorg én daar toezicht op houdt. Hij heeft laten zien hoe verweven deze ‘onafhankelijke’ Autoriteit is met het ministerie.

Lees zijn verhaal en wat er op volgde in het boek dat, in- en uitgeleid door NRC-collega’s Joep Dohmen en Jeroen Wester, gisteren als boek werd gepubliceerd onder de titel Operatie ‘werk Arthur de deur uit’. Dagboek van een ongewenste werknemer. En bedenk: het gaat om veel meer dan een personeelsprobleem.

Gotliebs levenswerk is een haarscherpe MRI van de ‘zorgmarkt’. Een zedenschets van de typisch Nederlandse, door managementmodes en ons-kent-ons congressen gevormde kleine wereld die goed voor zichzelf zorgt en graag spreekt over de mondige patiënt. Kostenbewust als eerstelijns mantra, maar roekeloos in de opeenvolging van vernieuwingen. Met een gebrek aan vastgelegde of gedeelde normen, zoals blijkt in Gotliebs bericht van het front.

Sinds de afschaffing van het onderscheid ‘ziekenfonds’ en ‘particulier verzekerd’ in 2006 wordt in Nederland toegewerkt naar een markt voor gezondheidszorgproducten. Met een toezichthouder om fatsoenlijk marktgedrag af te dwingen, hoe oneigenlijk dat klinkt voor ziekenhuizen, artsen, fysiotherapeuten en andere zorgverleners. Gewone ondernemers zijn zij allerminst. We doen net alsof.

De charmante complicatie van het zorgstelsel zit em in de sociale overwegingen. Wie op een dubbeltje leeft heeft in dit land evenveel recht op zorg als wie een kwartje bezit. Dus moeten verzekeraars iedereen als klant accepteren. En mag de (verplichte) premie niet te hoog worden, al is het eigen risico gestaag verhoogd. Intussen krijgen bijna zes miljoen mensen zorgtoeslag. En zijn ziekenhuizen en artsen van een op verrichtingen gebaseerd declaratiestelsel overgegaan op en prijs voor een hele behandeling.

Ieder stelsel is een reactie op de scheefgroei van het vorige. Nog steeds weet niemand wat iets kost en of het die prijs waard is.

In de Nederlandse discussie over gezondheidszorg gaat het, na het uitspreken van onze Samaritaanse goedheid, altijd snel over het drukken van de kosten. Doel van het invoeren van de markt was destijds: betere zorg voor minder geld. Of dat eerste is gelukt wordt driftig gemeten, maar varieert in de individuele beleving. Vóór het goedkoper wordt, werd het geheel eerst heel veel duurder. Zoek maar es uit wat oorzaak en gevolg zijn.

Zoals nu met de decentralisatie van de langdurige – en de jeugdzorg een bizarre zaklooprace naar 1 januari 2015 plaatsvindt, waarbij op grote schaal minder zorg wordt ‘ingekocht’ dan dit jaar nog nodig werd geacht, zo vormeloos blijkt ook de overgang naar het nieuwe zorgstelsel sinds 2006 te zijn verlopen wat betreft de tariefvorming en het toezicht.

Iedere keer weer blijkt wat we nu hebben een planeconomie met marktelementen. In welk ander systeem zouden ministers zich bemoeien met ziekenhuizen die miljoenen vragen?

De door Gotlieb verzamelde beelden en beschrijvingen van de Zorgautoriteit hebben de commissie-Borstlap, die deze week rapporteerde over het persoonlijke drama én de blootgelegde beleidsaspecten, helaas geen aanleiding gegeven tot een tussentijdse analyse van het stelsel. Toegegeven, dat was niet de opdracht, maar wat belette de commissie wat meer afstand te nemen en aan de geconstateerde ‘toezichtcultuur’ verder strekkende conclusies te verbinden?

Vrij plompverloren adviseert de commissie de regulerings- en toezichttaken van de NZA te splitsen. Daar zijn in de financiële wereld voorbeelden van. Maar die aanbeveling stoelt niet op ook maar een schets van de context waarin dit hele toezichtmoeras zich heeft kunnen ontwikkelen. Vrij gratuit wordt gesteld dat de zorgmarkt zich alweer zo veel verder heeft ontwikkeld dan toen de NZA werd opgezet. Ja, en? Waarin lijkt de huidige gang van zaken wel en niet op een markt?

De directie van de NZA heeft in ieder stadium geweigerd zich te verantwoorden. Zowel over de behandeling van de ouderwetse ambtenaar Gotlieb, als over de losheid waarmee werd omgegaan met externe belanghebbenden en het ministerie, om maar te zwijgen van massa’s privacygevoelige informatie. Twee leden van de Raad van Bestuur vertrokken vóór de zomer toen deze krant onthulde dat men zich op reisjes liet fêteren door bedrijven en instellingen waar de NZA toezicht op houdt of diensten van afneemt.

Het ministerie van VWS verraadde zijn totale betrokkenheid bij de ‘onafhankelijke’ marktmeester door een slonzig rapport van een accountant over dat declaratiegedrag te publiceren.

Het is een venijnig spel, veel van de zelfstandige bestuursorganen van de laatste vijftien jaar werden in het leven geroepen om politiek en ambtenarij te vrijwaren van aansprakelijkheid voor lastige beslissingen.

En, zoals de laatste Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer gister op een congres in Nijmegen zei: het is een ernstig probleem dat toezichthouders het als hun taak beschouwen de minister uit de wind te houden. Dat de minister haar eigen straatje schoonveegt is helaas geen verrassing. Van een onafhankelijke commissie mocht meer worden verwacht.

opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes