Eindelijk spektakel op ’t water

Het olympische zeilen ondergaat een metamorfose. Boten moeten sneller varen, races moeten zichtbaar zijn. Met de America’s Cup als voorbeeld.

Foto EPSA

Luid gejuich bij de finish, vlak voor de kade. Op de lange tribune langs de Baai van Santander, speciaal gebouwd voor deze wedstrijden, gaan een paar duizend fans staan voor de zeilers beneden op het water. „Het geeft een fantastisch gevoel als je zo wordt onthaald”, zegt Nicholas Heiner, die donderdag verrassend wereldkampioen werd in de Laser.

Het gaat met horten en stoten, maar het olympische zeilen, jarenlang onzichtbaar op open zee, is bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Meer spektakel, luidt de dreigende opdracht van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), zoals alle olympische sporten meer moeten bieden, en aantrekkelijker moeten worden voor jongeren. Ook zeilen wordt nu een kijksport: snellere boten, kortere races, zichtbaar voor iedereen. De kijker wil drama – en op zijn minst de wedstrijd kunnen volgen.

Nog maar een paar jaar geleden was het ondenkbaar, races zo dicht bij de wal. „Coaches en zeilers hebben dat jarenlang tegengehouden vanwege de veranderlijke wind”, zegt oud-zeiler Serge Kats (43), nu manager topsport bij het Watersportverbond. Zeilen deed je op zee – in een vloot met tientallen boten, allemaal met hetzelfde witte zeil. Een afwijkende zeilkleur viel alleen maar op bij een pikstart of een verboden manoeuvre.

Wie de wedstrijd per se wilde volgen moest zelf maar de zee op of, gewapend met een verrekijker, op zoek naar een heuveltop. Anders hoorde je naderhand in de haven wel wie er had gewonnen.

Veel races worden nog altijd op zee gevaren, maar de medalraces – met alleen de beste tien boten – zijn er voor het publiek. „Voor de fans is het nu een stuk leuker, met die tribunes”, zegt windsurfer Dorian van Rijsselberghe (25). Hij werd twee jaar geleden olympisch kampioen in de baai Weymouth – voor duizenden toeschouwers op de wal.

Ook door een aantal cosmetische ingrepen zijn de races beter te volgen. Van Rijsselberghe: „Elke boot heeft een vlag in het zeil, dat is begonnen in het windsurfen. Kun je zien wie vooraan ligt.” Bovendien krijgen de eerste drie boten in het algemeen klassement een gekleurde stip op het zeil, een felgele voor de leider. Verstoppertje spelen bij de start is er niet meer bij.

Zeilen in de haven

Kats merkt dat de huidige generatie zeilers, in tegenstelling tot hun voorgangers, niet moeilijk doen over alle veranderingen, zoals zeilen in een haven. „Ze weten dat dit van belang is om mensen betrokken te krijgen bij hun sport. De nieuwe generatie accepteert gekke wedstrijden met onverwachte wind. Het hoort erbij. Ze weten niet beter.”

De metamorfose in de sport is ook goed zichtbaar in het botenpark. Van de tien olympische klassen zijn er nog maar zes old school, zoals Kats bootjes als de Laser, de Finn en de 470 noemt. Steeds meer klassieke boten worden vervangen door nieuwe, snellere vaartuigen die garant staan voor actie. Met de in Nederland ontworpen Nacra 17 keerde de catamaran al terug – de snelste van alle olympische boten. Met de surfplank en twee wankele, maar razendsnelle skiffs (49er en 49 FX) is Rio in elk geval verzekerd van opspattend schuim. En de weg ligt open naar het kitesurfen en de introductie van een draagvleugelzeilboot, die door zijn gekromde zwaarden boven het water wordt uitgetild en krankzinnige snelheden haalt.

Extreem zeilen heeft de toekomst, maar het vergt ook slachtoffers: een klassieker als de Star werd twee jaar geleden bedankt voor tachtig jaar trouwe olympische dienst. De volgende gedupeerde is naar verwachting de 470, al sinds 1976 (Montreal) in de vaart op de Olympische Spelen.

Ook de jeugd wil verder. Nicholas Heiner (25), de nieuwe wereldkampioen in de Laser – een traditioneel zwaardbootje dat sinds 1996 (Atlanta) olympisch is – staat niet negatief tegenover de modernisering in zijn sport. „Zolang je kunt zeilen maakt het niet uit in welke boot je zit. Het spelletje is hetzelfde, ook in een vliegende boot. Ik vind wel dat er een mix moet blijven van extreme en klassieke boten.”

De internationale zeilfederatie (ISAF) verzint alle noviteiten niet zelf. Ze maakt dankbaar gebruik van de ontwikkelingen in de Formule 1 van de sport, de America’s Cup, waarin honderden miljoenen dollars omgaan. Dankzij de zeiltak van de Amerikaanse softwaregigant Oracle werd de afgelopen jaren een hypermoderne, vliegende reuzencatamaran ontwikkeld die het zeilen voorgoed veranderde. Racen voor tienduizenden kijkers op de wal, en dankzij talloze camera’s en een ingenieus trackingsysteem tot in detail zichtbaar voor elke liefhebber op aarde. „Een revolutie in het zeilen”, noemde de Groningse Oracle-zeiler Simeon Tienpont het. En hard nodig ook, want de olympische status was volgens hem serieus in gevaar.

Maar extreem zeilen slaat aan, en niet alleen bij de jonge generatie. „Sinds die laatste America’s Cup ben ik om”, zegt topsportmanager Kats. Hij groeide op in de traditionele boten – haalde twintig jaar geleden WK-brons in een Laser. „Het nieuwe zeilen brengt zo veel: hoge snelheden, het is fysiek, het vraagt atletisch vermogen. De volgende stap is dat we gaan vliegen met de boten, zo simpel is het.”

Annemiek Bekkering (23), die in Santander zeilt in de moeilijk te temmen 49er FX, zou zo de overstap naar een vliegende boot maken. „Ik denk dat het heel cool is, over een aantal jaren.”

Alleen topzeilers

Tot slot heeft de ISAF inmiddels ook de internationale kalender aangepast. Vanaf november wordt het wereldbekercircuit elk jaar afgesloten met een Grand Final in Abu Dhabi. Het format: korte, spectaculaire wedstrijden met alleen topzeilers.

Van Rijsselberghe is vooral blij met die laatste ontwikkeling. „Ze beginnen het een beetje te begrijpen. Alleen moeten alle sjaken nog wegwezen, de mensen die niet zo goed kunnen zeilen. Zij verpesten het een beetje voor de rest, omdat ze niet mee kunnen. Ik maak ook wel eens mee dat ik een surfer dubbel tijdens de race. Dat maakt het ook nodeloos ingewikkeld voor de kijkers, met zo’n enorme vloot.”

Als het aan de Nederlanders ligt maakt het olympische zeilen in elk geval nog één cruciale stap: het goed in beeld brengen van de races, zoals in de America’s Cup. In Santander gebeurde dat niet wegens ernstige financiële problemen bij de organisatie. Heiner: „Je hebt beeldschermen nodig, een 3D-trackingsysteem, goede camera’s, beelden vanuit de lucht en oud-zeilers die het verhaal van een race vertellen. De kracht van zeilen is de beleving: de race tussen de boten en de strijd met de elementen. Het is mooi als je de kijkers daar iets van kan mee geven.”