Een pilletje met potentie

Over de vrouwelijke seksualiteit is nog lang niet alles bekend. Des te meer wordt erover geruzied. Farmaceuten zijn op zoek naar een pil die de vrouwelijke lust vergroot. Seksuologen zeggen dat het ingewikkelder ligt.

Geen plezier beleven aan seks of zelfs helemaal niet seksueel opgewonden kunnen raken: het is de meest voorkomende klacht van vrouwen op seksueel gebied.

Maar hoe groot is het probleem? De resultaten van enquêtes in wetenschappelijke tijdschriften lopen uiteen, variërend van klachten bij één op de twintig tot bij tweederde van alle vrouwen.

Geen wonder dus dat er controverse is. Om te beginnen zijn daar de farmaceutische bedrijven. Zij willen allemaal als eerste een medicijn op de markt brengen dat de seksuele lust bij vrouwen een impuls geeft. Dat zou dan moeten gebeuren door het veranderen van de chemische balans in hersenen, clitoris en vagina.

Tegenover de industrie staan de seksuologen. Zij vragen zich af of de problemen wel simpelweg met een pil te ondervangen zijn. Er zijn immers veel, uiteenlopende factoren die erotische gevoelens kunnen ondermijnen.

En dan kun je ook nog denken dat de enquêtes niet een probleem laten zien, maar juist de normale gang van zaken in de vrouwelijke seksualiteit. Dat vindt tenminste Annemarie Jutel van de Victoria University in Wellington, Nieuw-Zeeland.

Zij wees er een paar jaar geleden al op dat seksuele stoornissen bij vrouwen wel eens grotendeels bedacht zouden kunnen zijn. Volgens haar kan de diagnose immers niet los worden gezien van de seksuele moraal in de westerse maatschappij, waarin vrouwen in reclame en films vaker worden neergezet als sekssymbool dan mannen.

Er is pas onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit sinds de jaren zestig

Zeker is dat de vrouwelijke seksualiteit door de wetenschap nog lang niet is doorgrond. Er is pas serieuze aandacht voor de werking van de vrouwelijke seksualiteit sinds het pionierswerk van het Amerikaanse echtpaar Virginia Johnson en William Masters in de jaren zestig.

Zij beschreven voor het eerst hoe seksuele opwinding leidt tot zwelling van de clitoris, de binnenste schaamlippen en de vagina, die dan vochtig wordt. Verdere prikkeling kan leiden tot een orgasme, met spiersamentrekkingen van de vagina en de baarmoeder. Daarna volgt ontspanning.

Latere onderzoekers vonden dit mechanistisch: de beschrijving houdt weinig rekening met de beleving. Behalve seksuele prikkels zijn immers ook intimiteit en geluk in de relatie van invloed op de seksuele respons.

En er kwam meer onderzoek. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat vrouwen in vergelijking met mannen over het algemeen minder vaak en minder sterk behoefte aan seks voelen. Ook gaan, zo bleek, de genitale reacties bij vrouwen minder gelijk op met gevoelens van opwinding dan het geval is bij mannen.

Een invloedrijke nieuwe theorie is het ‘dual control model’, dat de Nederlandse seksuoloog Erick Janssen samen met zijn Amerikaanse collega John Bancroft in de jaren negentig formuleerde. Beide onderzoekers zijn verbonden aan het Kinsey Institute van de Indiana University.

Zij zeggen dat lustgevoelens kunnen uitblijven door twee verschillende, onderliggende fysiologische factoren. Seksuele problemen kunnen het gevolg zijn van te lage excitatie (opwinding) of te hoge inhibitie (remming). In het eerste geval, te lage excitatie, raakt iemand verminderd opgewonden van seksuele prikkels. In het andere geval zit in de hersenen een onbewuste remming op het reageren op seksuele prikkels.

In onderzoek bij dieren is hiervoor een biochemische basis gevonden. In het algemeen hebben dopamine, oestrogeen, progesteron en testosteron een stimulerend, opwindend effect, terwijl serotonine, prolactine en lichaamseigen opioïden zoals endorfine een remmend effect hebben. En daar proberen medicijnfabrikanten dus op te sturen.

Sinds vorige week is er nieuw debat

En nu is de discussie over een mogelijke unmet need – een lacune – in de behandeling van vrouwen weer opgelaaid. Dat komt door de publicatie van gunstige klinische onderzoeken door het Nederlandse bedrijf Emotional Brain, dat twee lustpillen ontwikkelt: Lybrido en Lybridos. Het heeft daarbij een nieuwe aanpak, door in één pil twee werkzame stoffen te combineren. Die twee componenten maken vrouwen ofwel gevoeliger voor seksuele prikkels (Lybrido) ofwel verlossen hen van remmingen die de seksuele opwinding onderdrukken (Lybridos).

Mooi bedacht, maar de pillen stuiten op kritiek van seksuologen, in Nederland onder aanvoering van Peter Leusink, hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Seksuologie, en Ellen Laan, universitair hoofddocent in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Vorige week leidde de controverse ertoe dat de promotie van Jos Bloemers, director scientific operations van Emotional Brain, werd uitgesteld wegens mogelijke belangenverstrengeling.

De onderzoekers, zegt Peter Leusink, „veronderstellen dat er neurofysiologisch iets mis is met gezonde vrouwen”. Maar: „Seks is een complex geheel, dat afhankelijk is van veel verschillende invloeden. Het is de grootste flauwekul dat iemands seksuele reacties puur biologisch gedetermineerd zouden zijn.”

En Ellen Laan: „Wij seksuologen ontkennen niet dat hormonen en neurobiologie bijdragen aan de seksuele respons, maar zelfs met een gevoelig brein en gevoelige genitalia blijft die respons weg als de seksuele prikkels ontbreken of als die prikkels hun seksuele betekenis hebben verloren. Wat vrouwen met verminderd seksueel verlangen kenmerkt is dat ze weinig tot geen plezier ervaren tijdens seks. Zonder beloning is het logisch dat er geen zin is.”

De wetenschappers van Emotional Brain zijn niet onder de indruk van de kritiek. Hun eerste patiëntenstudies met de pillen laten zien dat ze werken. En de hulpvraag bij vrouwen is groot, zegt Adriaan Tuiten, oprichter en directeur van Emotional Brain. „Wij hadden geen enkele moeite voldoende proefpersonen te vinden. Dat is vrij uitzonderlijk in de psychiatrie. En de kleine duizend vrouwen die tot nu toe aan de studies hebben meegedaan, hebben een positieve ervaring bij het gebruik van de pillen. Er zitten vrouwen bij die tijdens het onderzoek voor het eerst van hun leven een orgasme hebben gekregen.”

Nu is behandeling nog helemaal in handen van seksuologen

Vrouwen met problemen door een verminderde seksuele interesse kunnen voor behandeling op dit moment terecht bij seksuologen. Die geven allerlei therapieën: sekstherapie, cognitieve gedragstherapie, relatietherapie en soms geneesmiddelen. Het is een behandeling op maat, afhankelijk van welke factoren aan het probleem bijdragen, zegt Peter Leusink.

Sekstherapie heeft tot doel de seksuele vaardigheden te verbeteren, waardoor de kans groter wordt dat de vrouw opgewonden raakt. Paren krijgen tijdens deze training doorgaans een coïtusverbod. Voor zover nodig krijgen ze uitleg over hoe seks nu eigenlijk werkt en moeten ze een aantal opeenvolgende streeloefeningen doen.

Doel is om de prestatiegerichtheid (‘we moeten klaarkomen’) en het toeschouwergedrag (‘ik laat het maar over mij heenkomen’) eruit te halen en meer te leren genieten. Mythes over seks worden ontzenuwd (‘seks hoort spontaan te zijn’ of ‘een man wil nu eenmaal altijd seks’).

Daarnaast wordt ook vaak cognitieve gedragstherapie ingezet om gedachten die zin en opwinding kunnen belemmeren, te verminderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een negatief zelfbeeld (‘ik ben onaantrekkelijk’ of ‘ik voldoe niet omdat ik mijn partner teleurstel in seks’), angst voor intimiteit (‘als ik hem zoen, moet ik ook met hem naar bed’) of negatieve verwachtingen (‘ik word toch nooit snel genoeg opgewonden’). Relatietherapie ten slotte moet leiden tot een betere communicatie door beide partners.

„Het zou wel eens goed zijn om het effect van onze Lybrido-pil te vergelijken met het effect van dit soort praatsessies”, zegt Adriaan Tuiten, strijdlustig. „Ik durf te wedden dat onze pil eerder effect heeft. Waarschijnlijk is dat ook veel goedkoper.”

Leusink van zijn kant zegt dat seksuologen de hand in eigen boezem moeten steken, omdat er weinig gedegen onderzoek is gedaan om aan te tonen welke therapie-onderdelen het beste werken bij vrouwelijke libidoproblemen. „Maar ons probleem is: wie financiert dat onderzoek?”

Emotional Brain „zit wel op een interessant spoor”, vindt hij, maar loopt te hard van stapel. „Ze zouden eerst moeten aantonen dat de oorzaak van de klachten bij deze vrouwen daadwerkelijk biologisch is.”