De samenleving wordt volwassen, eindelijk

Lisette Thooft weet waarom veel mensen een coach inschakelen.

Illustratie Tjarko van der pol

Als je vrouw bent, veertig-plus, hoogopgeleid en zzp’er, dan is de kans groot dat je coach bent. Voor een vergelijkbare man is die kans trouwens ook niet gering. Bijna iedereen is coach, tegenwoordig. Hoe komt het dat we massaal aan het coachen zijn geslagen en dat er kennelijk emplooi is voor al die coaches? Oké, het gros kan er niet van leven. Zij doen dit coachen naast een baan. Je kunt er cynisch over doen en roepen dat veel vrouwen, en mannen die hun ‘vrouwelijke kant willen ontwikkelen’, iets leuks willen doen met mensen enzo. Maar ik denk dat er veel meer aan de hand is.

Zelf ben ik ook coach (vrouw boven de veertig, hoogopgeleid, zzp’er), naast mijn andere werkzaamheden. Een paar jaar terug riep ik nog dat coachwerk wel het laatste was wat ik ooit zou doen. Wie ben ik om te weten hoe een ander mens moet leven? Maar toen schreef ik een roman met een schrijfster als hoofdpersoon en dat mocht niet van mijn redacteur (zij vond een schrijver als hoofdpersoon te afgezaagd), dus werd mijn hoofdpersoon natuurlijk coach, want nou ja, iedereen is coach – en ik ging een coachopleiding volgen om te weten wat een coach is.

Onbewuste gedragspatronen

Bij die opleiding leerde ik vooral dat een coach niet mag pretenderen te weten hoe een ander mens moet leven. Je leert coachingstechnieken toe te passen om ervoor te zorgen dat je cliënten, de coachees, zich bewust worden van hun onbewuste gedragspatronen en/of overtuigingen. Ze moeten zelf bedenken wat ze met die inzichten doen: zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen leven. Als iemand die verantwoordelijkheid niet weet op te pakken, hoort hij niet thuis bij een coach en heeft hij een therapeut nodig, een psycholoog, of psychiater.

Coach en coachee gaan dus met elkaar om als gelijkwaardige volwassenen – als coach ben je nooit een redder, eerder een spiegel. In de coachopleiding die ik volgde, was de ergste fout die je kon maken in de ‘mamarol’ te schieten, door je coachees te vertellen hoe ze het moeten aanpakken. Een valkuil waarin de meesten van ons weleens vielen overigens, maar dat neemt niet weg dat het kwartje viel: mijn coachees zijn emotioneel volwassen mensen die verantwoordelijk zijn voor zichzelf. Zodra ik hun probeer te vertellen hoe ze moeten leven, ontneem ik hen die volwassen positie. Mijn advies kan totaal misplaatst zijn. Maar zelfs een goed advies is fout, want daarmee maak ik ze afhankelijk van mij.

Emotioneel volwassen

Als deze rolverdeling de huidige maatschappelijke verhoudingen weerspiegelt, betekent dit dan dat onze cultuur emotioneel volwassen is geworden? Vóór het jaar 2000 hadden cultuurpessimisten het nog over de ‘adolescentenmaatschappij’: alles moest jong en hip en sexy zijn, en ongeremd emotioneel.

De Amerikaanse hoogleraar Dennis Meadows heeft zich hiertegen afgezet door te stellen dat de tijd is aangebroken om ‘volwassen’ te worden, met andere woorden: te stoppen met (economische) groei. Groeien is alleen maar goed voor kinderen. Als je als volwassene alsmaar bleef groeien, zou dat een ramp zijn.

In onze economie hebben we dit moment gemist om op tijd te stoppen, zegt Meadows. De voortgaande groei is een bedreiging – voor de natuur om ons heen, en voor onze innerlijke natuur. En toch blijven we uit gewoonte maar streven naar meer groei.

Wat we nu nodig hebben, zegt Meadows, is ontwikkeling. We zouden onze politieke en alle andere instituties die groei bevorderen zó moeten omvormen dat ze zaken gaan stimuleren die we nu nodig hebben: cultuur, onderling begrip, vriendschap, verbinding, vrede. Geen groei, maar bloei. Geen kwantiteit maar kwaliteit.

Voorhoede van psychologen

Als je de mensheid vanaf grote hoogte zou bekijken, zie je dat we al zeker een halve eeuw lang verwoede pogingen doen om volwassen te worden. Al vanaf de jaren 40, 50 van de vorige eeuw houdt een voorhoede van psychologen en therapeuten zich hiermee bezig. Abraham Maslow werd beroemd met zijn ‘motivatiepiramide’. Een geestelijk gezond mens houdt niet op zich te ontwikkelen als hij fysiek volwassen is, maar verwerkelijkt zijn volle potentieel (hij bloeit, dus). De nadruk ligt dan niet meer op wat je krijgt, maar op wat je kunt geven aan de wereld. Je begint de vraag te beantwoorden: waartoe ben ik op aarde?

De Human Potential-beweging, de humanistische psychologie, de transpersoonlijke psychologie, de meeste new age-achtige therapievormen en opleidingen en de meeste coachingprogramma’s hebben allemaal hetzelfde doel: mensen uit het egocentrisme van de adolescentie halen en tot volwassen wereldbewoners maken, die verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun eigen leven, hun eigen behoeften en verlangens kennen, bereid zijn die van anderen te respecteren, en daardoor tot bloei komen.

Dat is natuurlijk een heel karwei, het gaat niet altijd vanzelf goed en veel mensen hebben hier of daar een spiegel nodig, een paar gesprekken over iets wat ze nog niet helemaal helder hebben, om hen bewust te maken van een blinde vlek, een ingesleten gedragspatroon, een belemmerende overtuiging die ze hebben meegenomen uit hun jeugd. Er zijn talloze modellen ontwikkeld waarmee we in kaart kunnen brengen wat er nog aan kinderlijke of puberale neigingen in ons aanwezig zijn en hoe we die kunnen overwinnen. Transactionele Analyse, bijvoorbeeld, Rationeel Emotieve Therapie, Voice Dialogue van Hal Stone en Sidra Winkelman, Past Reality Integration van Ingeborg Bosch – noem maar op.

In de afgelopen decennia zijn deze modellen steeds meer gemeengoed geworden en doorgesijpeld naar een bredere laag van de bevolking. Het is niet langer alleen een voorhoede die ermee in aanraking komt.

Ik ben oké, je bent oké

In de communicatie van mens tot mens wordt de gelijkwaardige volwassen positie gekenmerkt door: Ik ben oké, jij bent oké – niet toevallig de titel van dé zelfhulpbestseller (meer dan 15 miljoen verkochte exemplaren) van de afgelopen halve eeuw, een boek van psychiater Thomas Harris uit 1969, waarin hij de grondslagen van de Transactionele Analyse uitlegt. Sindsdien weten we dat je je soms als afhankelijk kind opstelt tegenover een ander, waarmee je de ander vrijwel automatisch in de positie van machtige ouder drukt. En soms stel je je op als betuttelende ouder, waarmee je je gesprekspartner in een kindpositie duwt.

Dit inzicht leert je dat het ook mogelijk is je als gelijkwaardige volwassene te verhouden tot een ander. Daarvoor moet je je kwetsbaar durven opstellen, je eigen behoeften en problemen durven uiten en bereid zijn emoties van jezelf en anderen toe te laten.

De toename van het aantal coaches past hiermee naadloos in een nieuwe samenleving: van grassroots-bewegingen en innovatie ‘van onderop’. Ze zijn een symptoom van een maatschappij die eindelijk volwassen wordt.