Alleen de baby moet nieuw zijn

Net als met trouwen kun je de komst van een baby deels zo duur maken als je wilt. Welk kind moet in een wieg van 1.600 euro?

Illustratie XF&M

Een wellicht weinig representatieve rondgang in kleine kring leert dat geld geen belangrijke overweging is bij het besluit om kinderen te krijgen. Misschien juist daarom schrikken nagelnieuwe ouders wel van de financiële gevolgen als het moment eenmaal daar is.

„Vreselijk duur”, vindt Renate Peerwijk (51) kinderen. Haar oudste is al veertien jaar, haar jongere zussen zitten nu thuis met baby’s en zij helpt hen. „Ik schrok destijds van de kosten, en nu schrikken zij nog meer. Want alles is duurder geworden. Of ouders van nu stellen hogere eisen. Wij waren vroeger tevreden met een kinderwagen van McLaren [zo’n 250 euro], nu willen ze een Stokke [1.000 euro].”

Een kind kost tot zijn achttiende verjaardag gemiddeld 17 procent van het gezinsinkomen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat betekent dat een (enig) kind bij een gezamenlijk nettomaandinkomen van 4.000 euro zo’n 680 euro per maand kost. Dat is evenveel als de maandelijkse kosten van het bezitten en gebruiken van een vrij nieuwe middenklasse auto met benzinemotor, berekende het Nibud, dat Nederlanders adviseert over hun persoonlijke budget.

Uitgebreide lijsten

En een ongeboren baby kost ook al wat. Tussen de doe-het-zelf-zwangerschapstest (gemiddeld 10 euro) en het kraambed (336 euro voor een poliklinische bevalling en 200 voor kraamzorg) zitten nog een paar dure maanden. Volgens het Nibud kost de minimale babyuitzet 480 euro. Dat is echter zonder box, kinderwagen, commode, speen en fles. Dingen die wel heel handig lijken. En wat te denken van de uitgebreide boodschappenlijsten die de kraamcentra voor de geboorte opgeven?

„Neem het lijstje van het kraambureau alsjeblieft met een korreltje zout”, zegt Jeanine Coesel, verkoopster van kinderwinkel Teuntje in Amsterdam. „Want je kunt een fortuin uitgeven. En dat is echt niet nodig.” Coesel wijst in de winkel: „Je kunt het zo gek niet bedenken. Hier, een stoeltje van 235 euro dat automatisch wipt. Ook zoiets, 80 euro voor een matrasbeschermer voor een wiegje dat je maar een paar maanden gebruikt. Of dit, een draagbare flesverwarmer voor 35 euro. Dat heb je echt niet nodig. Soms komen zwangeren voor speciale flesjes tegen krampjes of een borstkolf. Terwijl ze nog helemaal niet weten of borstvoeding lukt en of hun baby last van krampjes krijgt.”

Het is een bepaald type moeder, aldus Coesel, dat alleen het allerbeste wil voor haar kind. „Maar ik veroordeel dat niet hoor. Je weet nooit wat eraan vooraf is gegaan. Hoeveel jaren ze misschien al probeerde een kind te krijgen. En ik had boven mijn baby ook een mobiel van 80 euro hangen. Daar was hij elke dag een uur zoet mee. Zo kon ik rustig douchen. Dat was die 80 euro meer dan waard.”

Verder wil de zwangere ook nog positiekleding. Misschien een combinatietest, om de kans op Down te bepalen (162 euro). Eventueel vitaminepillen. Zwangerschapsgymnastiek- of yoga, een bevallingscursus. Sommige vrouwen krijgen door hun zwangerschap definitief een schoenmaat meer.

De kosten lopen nog hoger op als je besluit voor de geboorte wat juridische zaken te regelen. Trouwen in Amsterdam kost minimaal 530 euro aan gemeenteleges (de gratis trouwceremonies zijn tot en met het einde van het jaar volgeboekt). Huwelijkse voorwaarden: tussen 700 en 1.200 euro. Twee testamenten om de voogdij te regelen: 500 tot 1.000 euro.

En wellicht willen de aanstaande ouders, al dan niet geplaagd door hormonen, wel verhuizen. Of hun huis opnieuw schilderen. Een wasdroger. Een stevige en veilige fiets. Opeens een auto. Als grootouders regelmatig gaan oppassen, hebben zij waarschijnlijk ook wat meubeltjes nodig.

Bij meubilair gaat het natuurlijk om eenmalige kosten. Sterker: kosten waarvan eventuele broertjes of zusjes later ook kunnen profiteren. Bovendien kun je bij de uitzet goed bezuinigen door tweedehandsmateriaal aan te schaffen. Marktplaats.nl staat vol babyspul.

Bovendien krijgen mensen ook vaak wat. Zo ontving de auteur van dit stuk (thans zeven maanden in verwachting) gratis en ongevraagd, van en via vrienden en familie: twee boxen, een wieg, twee bedjes, een campingbedje, een wipstoeltje, twee kinderstoelen, een autostoeltje, een badje, een commode en vier zakken babykleertjes. Wat de ‘hardware’ betreft ontbreekt alleen nog een kinderwagen.

„Overbodig”, zegt de Spaanse Montserrat Pascual Puerto (35), die ruim tien jaar in Nederland woont. Haar achtjarige dochter rent over een speelveld in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Haar twee maanden oude zoontje heeft ze in een draagzak tegen zich aan. Ze leest een boek op een aanpalend terras. „Een wandelwagen heb je helemaal niet nodig. Een draagzak bespaart je meteen de kosten op een sportschoolabonnement.” Zij kreeg de draagzak van een vriendin. Voor 10 euro kocht ze in een kringloopwinkel een wiegje. „Verder heb ik alleen een speen gekocht. En papieren luiers, die zijn duur. Zeker 4 euro per week. Daarom ga ik binnenkort over op stoffen.” Echt duur vindt Pascual Puerto haar kinderen echter niet. Op dit terras kost een tosti kaas (zuurdesembrood) ook 4 euro.

Hoger water- en energieverbruik

Echt pijn doet het in principe pas een poosje na de geboorte, en wel bij de immateriële zaken. Allebei een dag minder werken? Eenvijfde minder salaris. Drie dagen crèche? Reken op zo’n duizend euro per maand. Afhankelijk van het inkomen krijgen stellen hierover wel enkele honderden euro’s toeslag. Maar minder salaris en opvangkosten blijven volgens het Nibud het grootste financiële knelpunt, naast een hoger water- en energieverbruik (vaker wassen) en meer boodschappen. En hoewel de kosten op individueel niveau geen grote rol lijken te spelen bij het besluit wel of geen kinderen te krijgen, hebben ze wel invloed op het landelijke geboortecijfer, aldus Jan Latten, hoogleraar demografie verbonden aan het CBS. „Mensen krijgen als ze aan baby’s denken natuurlijk geen eurotekens in hun ogen. Maar indirect en onbewust speelt geld wel degelijk een rol.” Sinds het begin van de economische crisis in 2008 nam het aantal geboortes in Nederland af. Dit jaar neemt het aantal geboorten weer een beetje toe.

Geld speelde „geen enkele rol” toen Renate Peerwijk ruim veertien jaar geleden tot kinderen besloot. Maar het is wel de reden dat ze twee kinderen heeft, en niet meer. Voor ze kinderen kreeg werkte ze 38 uur als claimbehandelaar bij een verzekeringsmaatschappij, sindsdien 28 uur. „Dus ik heb behoorlijk ingeleverd. Maar automatisch bezuinig ik ook. Vroeger ging ik veel uit. Terrasje hier, terrasje daar. Glaasje wijn.” Nu zit ze op de rand van een voetbalveld met een schooltas in haar hand. Gratis. „En minstens zo gelukkig.”